Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:1080

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12-04-2018
Datum publicatie
15-04-2018
Zaaknummer
17/377 ZW-V
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet niet-ontvankelijk. Het griffierecht is niet tijdig betaald. De termijn voor het indienen van een verzetschrift is overschreden. Van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, is niet gebleken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 12 april 2018

17/377 ZW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de

Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van

de rechtbank Oost-Brabant van 28 november 2016, 16/1650 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 18 juli 2017 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep

tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Appellant heeft verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 1 maart 2017, waar partijen

– het Uwv met voorafgaand bericht – niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 18 juli 2017 berust op de overwegingen dat het griffierecht niet is betaald, dat binnen de daartoe gestelde termijn geen gronden zijn ingediend en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

De Raad ziet zich allereerst, ambtshalve, gesteld voor de vraag naar de ontvankelijkheid van het verzet.

De laatste dag waarop tijdig een verzetschrift kon worden ingediend, was 29 augustus 2017. Het door appellant ingediende verzetschrift is op 5 september 2017 per e-mail ontvangen. De termijn voor het indienen van een verzetschrift is aldus overschreden.

Bij brief van 8 september 2017 heeft de Raad bij appellant geïnformeerd naar de reden van de termijnoverschrijding. Appellant heeft daarop niet gereageerd.

Van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, is niet gebleken.

Dit betekent dat het verzet niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van N.L. Kuipers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 april 2018.

(getekend) H.C.P. Venema

(getekend) N.L. Kuipers

LO