Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2017:957

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-03-2017
Datum publicatie
10-03-2017
Zaaknummer
16/3825 WUV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Weigering vergoeding tandheelkundige behandelingen. Declaraties te laat ingediend. Verjaring. Appellant heeft de declaraties van de tandheelkundige behandelingen (ruimschoots) na het verstrijken van de termijn van vijf jaren bij verweerder heeft ingediend. Bijzondere omstandigheden op grond waarvan gezegd moet worden dat verweerder gehouden was om van het beroep op verjaring af te zien, zijn niet naar voren gekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16/3825 WUV

Datum uitspraak: 9 maart 2017

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak in het geding tussen

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (verweerder)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 25 april 2016, kenmerk BZ01950884 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv).

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 januari 2017. Appellant is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I. Pieterse.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellant, geboren in 1938, is vervolgde en uitkeringsgerechtigde in de zin van de Wuv. Bij besluit van 18 juli 1990 is aan appellant onder meer toegekend een vergoeding voor - kort gezegd - tandheelkundige behandeling.

1.2.

In november 2015 heeft appellant verzocht de kosten te vergoeden van tandheelkundige behandelingen die hebben plaatsgevonden in de periode van 21 juli 2004 tot en met

18 februari 2008. Bij betalingsbeschikking van 11 december 2015 heeft verweerder dat verzoek afgewezen op de grond dat (mogelijke) vorderingen op de Nederlandse overheid na vijf jaar zijn verjaard en dat appellant de kosten pas heeft gedeclareerd na het verstrijken van bedoelde termijn. Het hiertegen gemaakte bezwaar is bij het bestreden besluit ongegrond verklaard.

2. De Raad komt naar aanleiding van wat partijen in beroep hebben aangevoerd tot de volgende beoordeling.

2.1.

Voor financiële aanspraken jegens de overheid geldt een verjaringstermijn van vijf jaren (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 24 december 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:4793).

2.2.

Vaststaat dat appellant de declaraties van de tandheelkundige behandelingen (ruimschoots) na het verstrijken van de termijn van vijf jaren bij verweerder heeft ingediend. Bijzondere omstandigheden op grond waarvan gezegd moet worden dat verweerder gehouden was om van het beroep op verjaring af te zien, zijn niet naar voren gekomen. Het ter zitting gehouden betoog dat de privézaken van appellant op de achtergrond zijn geraakt door onder meer het oprichten van een stichting ter behartiging van de belangen van kinderen in het buitenland, ligt binnen de eigen risicosfeer van appellant. Een en ander wordt niet anders doordat verweerder eerder wel declaraties heeft vergoed die na de termijn van vijf jaar waren ingediend. Het vergoeden van die declaraties berustte op een administratieve fout en maakt niet dat verweerder gehouden was om de voorliggende declaraties eveneens voor vergoeding in aanmerking te brengen.

2.3.

Uit het voorgaande volgt dat het bestreden besluit stand kan houden. Het beroep dient ongegrond te worden verklaard.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend, in tegenwoordigheid van A.M. Pasmans als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2017.

(getekend) B.J. van de Griend

(getekend) A.M. Pasmans

HD