Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2017:953

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-03-2017
Datum publicatie
10-03-2017
Zaaknummer
15/1301 AW
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen grond voor het oordeel dat sprake zou zijn van een ondeugdelijk (onderscheidend) criterium, vanwege het gebruik van andere bewoordingen en begrippen dan die in de oude korpsfunctiebeschrijvingen voorkwamen. Uit de Handleiding uitvoering matching LFNP 2013 blijkt dat het voor de werkgroep matching mogelijk was een vergelijking te maken tussen de oude korpsfunctiebeschrijvingen en de nieuwe LFNP-functies. De Raad heeft de gegeven motivering voor de matching van de leidinggevenden in schaal 11 met de naastgelegen lagere LFNP-functie [functie 2] (schaal 10) en niet met [functie 3] (schaal 12) inzichtelijk en niet onhoudbaar geacht. In wat appellant heeft aangevoerd ziet de Raad geen aanleiding voor een ander oordeel en hij verwijst daarbij in het bijzonder naar de hierboven genoemde uitspraak van 14 april 2016 over dezelfde korpsfunctiebeschrijving bij dezelfde voormalige politieregio.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15/1301 AW

Datum uitspraak: 9 maart 2017

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

6 februari 2015, 14/3136, 14/3614, 14/4284, 14/3490, 14/3508, 14/4092, 14/5009 en 14/4157 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de korpschef van politie (korpschef)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.P.L.C. Dijkgraaf, advocaat, hoger beroep ingesteld.

De korpschef heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 januari 2017. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Dijkgraaf. De korpschef heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. M.H. Horst, advocaat, en R.M.M. Paulssen.

OVERWEGINGEN

1.1.

Voor het kader en de regelgeving van dit hoger beroep verwijst de Raad naar zijn uitspraken van 1 juni 2015 (ECLI:NL:CRVB:2015:1550 en ECLI:NL:CRVB:2015:1663).

1.2.

De uitgangspositie van appellant is bepaald op de functie [functie 1] (schaal 11), bij District 1, Team [Team], van de voormalige politieregio Amsterdam-Amstelland. Daartegen heeft appellant geen bezwaar gemaakt.

1.3.

Bij het besluit van 16 december 2013, gehandhaafd bij besluit van 2 mei 2014 (bestreden besluit), heeft de korpschef besloten tot toekenning van en overgang naar de Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP) functie [functie 2] in het vakgebied [vakgebied], met bijbehorende schaal 10.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. De Raad komt naar aanleiding van wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd tot de volgende beoordeling.

3.1.

Wat betreft het betoog van appellant dat de rechtbank de transponeringstabel, behorende bij de Regeling overgang naar een LFNP functie, Stcrt. 2013, nr. 13141 (Regeling) ten onrechte heeft aangemerkt als een algemeen verbindend voorschrift en dat deze niet als grondslag voor het bestreden besluit had mogen dienen, wordt verwezen naar de op dit onderwerp betrekking hebbende overwegingen in de onder 1.1 genoemde uitspraken van

1 juni 2015, waarbij de Raad blijft.

3.2.

Appellant heeft gesteld dat de matchingregels voor het domein [vakgebied] en in het bijzonder die betreffende het onderscheid tussen de overgang naar [functie 2] (schaal 10) of [functie 3] (schaal 12) ondeugdelijk zijn en de matching daarom onhoudbaar is. Hij doelt daarbij op het gebruik van het criterium “gewerkt hebben met niet-eerder verkende problematiek”. Uit de eigen documentatie van de korpschef blijkt volgens appellant dat dit criterium niet onderscheidend kan zijn geweest, omdat het nergens in de bestaande korpsfunctiebeschrijvingen voorkwam. Dit betoog slaagt niet.

3.3.

Zoals de Raad eerder heeft overwogen in zijn uitspraken van 28 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:346, en 14 april 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1375, is er geen grond voor het oordeel dat sprake zou zijn van een ondeugdelijk (onderscheidend) criterium, vanwege het gebruik van andere bewoordingen en begrippen dan die in de oude korpsfunctiebeschrijvingen voorkwamen. Uit de Handleiding uitvoering matching LFNP 2013 blijkt dat het voor de werkgroep matching mogelijk was een vergelijking te maken tussen de oude korpsfunctiebeschrijvingen en de nieuwe LFNP-functies. De Raad heeft de gegeven motivering voor de matching van de leidinggevenden in schaal 11 met de naastgelegen lagere LFNP-functie [functie 2] (schaal 10) en niet met [functie 3] (schaal 12) inzichtelijk en niet onhoudbaar geacht. In wat appellant heeft aangevoerd ziet de Raad geen aanleiding voor een ander oordeel en hij verwijst daarbij in het bijzonder naar de hierboven genoemde uitspraak van 14 april 2016 over dezelfde korpsfunctiebeschrijving bij dezelfde voormalige politieregio.

3.4.

Voor een toepassing van de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Regeling, is evenmin plaats. Naar aanleiding van de stelling van appellant dat hij feitelijk leidinggevende taken had die meer gelijkenis hebben met de functie van [functie 3] dan met die van [functie 2], overweegt de Raad dat de hardheidsclausule niet bedoeld is om alsnog rekening te houden met werkzaamheden waarvoor functieonderhoud gevraagd had kunnen worden en ook niet om alsnog de uitgangspositie te corrigeren.

3.5.

Uit 3.1 tot en met 3.4 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, moet worden bevestigd.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend, in tegenwoordigheid van A.M. Pasmans als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2017.

(getekend) B.J. van de Griend

(getekend) A.M. Pasmans

HD