Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2017:937

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-03-2017
Datum publicatie
14-03-2017
Zaaknummer
16/1582 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Maatregel in verband met geen gebruik maken van aangeboden voorziening. Voldoende gemotiveerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16/1582 WWB

Datum uitspraak: 7 maart 2017

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van

14 januari 2016, 15/2146 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. Y. Taghi, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 januari 2017. Namens appellant is verschenen mr. Taghi. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. P.S. Teunissen.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1.

Appellant heeft vanaf 11 juni 2013 bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) ontvangen. In verband met een door het college aangeboden voorziening gericht op inschakeling in de arbeid heeft het college appellant opgeroepen voor een arbeidskundig onderzoek bij A-REA op 26 september 2014 en 10 oktober 2014 en bij Pit Professionals op 17 oktober 2014. Aan geen van beide oproepen heeft hij gehoor gegeven.

1.2.

Bij besluit van 24 oktober 2014, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 4 maart 2015 (bestreden besluit), heeft het college appellant een maatregel opgelegd bestaande in een verlaging met 30% voor de duur van een maand, ingaande 1 november 2014. Het college heeft aan de besluitvorming ten grondslag gelegd dat appellant niet of onvoldoende gebruik heeft gemaakt van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich op hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

In artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de WWB is bepaald, voor zover hier van belang, dat de belanghebbende verplicht is gebruik te maken van een door het college aangeboden voorziening, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling, alsmede mee te werken aan een onderzoek naar zijn mogelijkheden tot arbeidsinschakeling.

4.2.

Artikel 18, tweede lid, van de WWB bepaalt dat het college de bijstand verlaagt overeenkomstig de verordening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de WWB, ter zake van het niet of onvoldoende nakomen door de belanghebbende van de verplichtingen voortvloeiende uit deze wet. Van een verlaging wordt afgezien indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. De toepasselijke verordening is de Maatregelenverordening 2013 van de gemeente Stichtse Vecht (Verordening).

4.3.

Niet in geschil is dat appellant geen gehoor heeft gegeven aan de onder 1.1 genoemde oproepen en dat toepassing van de Verordening leidt tot een maatregel van 30% gedurende één maand.

4.4.

Appellant heeft aangevoerd dat de aangevallen uitspraak onvoldoende is gemotiveerd en daardoor in strijd is met het motiveringsbeginsel. Voorts heeft appellant evenals in beroep aangevoerd dat hem niet verweten kan worden dat hij niet aan de oproepen heeft voldaan.

4.4.1.

De rechtbank heeft in overweging 5 van de aangevallen uitspraak, waarnaar kortheidshalve wordt verwezen, uitgebreid gemotiveerd waarom het gedrag van appellant verwijtbaar is. Van strijd met het motiveringsbeginsel is dan ook geen sprake. De onder 4.4 genoemde grond is voor het overige een herhaling van wat appellant in beroep naar voren heeft gebracht. De rechtbank heeft zoals gezegd deze beroepsgronden beoordeeld. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig.

4.5.

Het hoger beroep slaagt niet, zodat de aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door A.B.J. van der Ham, in tegenwoordigheid van C. Moustaïne als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 maart 2017.

(getekend) A.B.J. van der Ham

(getekend) C. Moustaïne

HD