Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2017:82

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12-01-2017
Datum publicatie
13-01-2017
Zaaknummer
15/8481 AW
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om bevordering. Nu moet worden aangenomen dat het loopbaanbeleid voor bevordering naar de functie van senior niet op appellanten van toepassing was, zijn hun verzoeken om bevordering reeds hierom terecht afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15/8481 AW, 16/90 AW, 16/92 AW, 16/94 AW, 16/98 AW

Datum uitspraak: 12 januari 2017

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op de hoger beroepen tegen de uitspraken van de rechtbank Gelderland van
26 november 2015, 15/545, 15/546 en 15/547 (aangevallen uitspraak 1), 15/1690 (aangevallen uitspraak 2) en 15/1942 (aangevallen uitspraak 3)

Partijen:

[appellant 1] te [woonplaats] (appellant 1),
[appellant 2] te [woonplaats] (appellant 2),
[appellant 3] te [woonplaats] (appellante 3),
[appellant 4] te [woonplaats] (appellant 4),
[appellant 5] te [woonplaats] (appellante 5)

de korpschef van politie (korpschef)

PROCESVERLOOP

Namens appellanten 1 tot en met 3 heeft mr. H. Oosting hoger beroepen ingesteld tegen aangevallen uitspraak 1.

Namens appellant 4 heeft mr. E.A.C. Sietsma hoger beroep ingesteld tegen aangevallen uitspraak 2.

Namens appellante 5 heeft mr. drs. J. Sajtos hoger beroep ingesteld tegen aangevallen uitspraak 3.


Namens de korpschef heeft mr. M. Dijk verweerschriften ingediend.

Het onderzoek ter zitting, waar de hoger beroepen gevoegd zijn behandeld, heeft plaatsgevonden op 1 december 2016. Appellanten 1 en 3 zijn verschenen, bijgestaan door

mr. Oosting, die tevens appellant 2 heeft vertegenwoordigd. Appellant 4 is verschenen, bijgestaan door mr. Sietsma. Appellante 5 heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. drs. Sajtos. De korpschef heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Dijk.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellanten waren werkzaam als [functie] bij de voormalige politieregio [regio], thans de [regio].

1.2.

Als uitwerking van het Akkoord Arbeidsvoorwaarden sector politie 2005-2007 is op

1 november 2010 de circulaire Harmonisatie arbeidsvoorwaarden politie tweede tranche (circulaire) in werking getreden (Stcrt. 2010, 19782). Eén van de onderwerpen is het “(deels) nieuw landelijk loopbaanbeleid waarbij de doorstroming van de executieven in de basispolitiezorg (thans: Assistent A tot en met senior [functie 2]) is geregeld”. Dit loopbaanbeleid is in bijlage 6 van de circulaire uitgewerkt.

1.3.

Bij brief van 26 oktober 2012 heeft de Directeur Bedrijfsvoering Politie namens de Minister van Veiligheid en Justitie aan de korpschefs bericht dat, naar aanleiding van bij sommige korpsen gerezen problemen met de toepassing van het loopbaanbeleid voor bevordering van generalist [functie 2] (schaal 7) naar senior [functie 2] (schaal 8), het Centraal Georganiseerd Overleg Politie, voor zover van belang, tot de volgende conclusie is gekomen: “De [functie 2] reeks is óók van toepassing op de functies bereden politie, VHT, motorbrigade en hondenbrigade. Het zijn immers werkterreinen die worden onderscheiden in de [functie 2] reeks. Dit impliceert dat korpsen die deze functies uitsluiten van de stap [functie 2] 7  8 dit zullen moeten herzien en de betreffende medewerkers in de gelegenheid dienen te stellen te opteren voor deze stap.”

1.4.

Overeenkomstig de in het Akkoord Arbeidsvoorwaarden sector Politie 2012-2014 gemaakte afspraak van 21 juni 2012 is het loopbaanbeleid voor bevordering van generalist [functie 2] (schaal 7) naar senior [functie 2] (schaal 8) met ingang van 1 januari 2013 beëindigd (circulaire van 18 december 2012).

1.5.

In 2013 is het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP) vastgesteld. In het kader van het LFNP is de onder 1.1 vermelde korpsfunctie van appellanten als gevolg van het ‘matchingsbesluit’, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2012, overgegaan naar de

LFNP-functie van Generalist [functie 2], vakgebied [functie 2] en werkterrein vreemdelingen, gewaardeerd in schaal 7.

1.6.

Bij brief van 18 maart 2014 heeft de directeur HRM de politiechefs het volgende bericht: “In het GOP van 19 december 2013 is met de politievakbonden overeengekomen, dat medewerkers die in hun LFNP-besluit per 01-01-2012 zijn overgegaan naar een LFNP-functie in de reeks [functie 2], voorzover dat voor hen nog niet het geval was, in aanmerking komen voor het loopbaanbeleid gebiedsgebonden politie (het doorstroombeleid HAPII). De doorstroom naar de functie senior [functie 2], van schaal 7 naar schaal 8, valt hier niet onder, omdat dit beleid begin 2013 al is vervallen.”

1.7.

Appellanten hebben medio 2014 verzocht om bevordering naar de functie van senior [functie 2] op grond van het loopbaanbeleid. Bij besluiten van 7 juli 2014, 10 juli 2014 dan wel

20 augustus 2014, na bezwaar gehandhaafd bij besluiten van 22 december 2014 dan wel

9 maart 2015 (bestreden besluiten), heeft de korpschef hun verzoeken afgewezen.

2. Bij de aangevallen uitspraken heeft de rechtbank - met bepalingen over griffierecht en proceskosten en met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht - de beroepen tegen de bestreden besluiten ongegrond verklaard. Aan het oordeel van de rechtbank ligt, kort gezegd, het volgende ten grondslag. Het in beroep door de korpschef ingenomen standpunt, dat appellanten nimmer onder de werkingssfeer van het loopbaanbeleid voor bevordering van generalist [functie 2] naar senior [functie 2] hebben gevallen, wordt onderschreven. Gelet op de tekst van de circulaire inzake het loopbaanbeleid had dit beleid betrekking op functies die voorheen werden omschreven als basispolitiezorg. De functie [functie] betrof geen basispolitiezorg. Bij brief van 26 oktober 2012 is het toepassingsbereik van het loopbaanbeleid weliswaar uitgebreid, maar de Vreemdelingenpolitie, waartoe appellanten behoorden, is daarbij niet genoemd. Tot slot volgt uit de brief van 18 maart 2014 dat het loopbaanbeleid uitdrukkelijk niet is gaan gelden voor functies die door de invoering van het LFNP in de [functie 2]-reeks zijn ingedeeld, voor zover het de doorstroming van generalist [functie 2] naar senior [functie 2] betreft. Nu appellanten buiten de werkingssfeer vallen, kunnen zij geen aanspraak ontlenen aan het loopbaanbeleid. Daarmee kan in het midden blijven of de verzoeken tardief zijn en of zij aan de voorwaarden van het loopbaanbeleid voldoen.

3.1.

De hoger beroepen van appellanten komen in de kern op het volgende neer. Ten onrechte is geoordeeld dat zij nimmer onder het loopbaanbeleid hebben gevallen. Aan hen kan niet worden tegengeworpen dat zij niet vóór 1 januari 2013 om bevordering hebben verzocht. Zij voldoen aan alle materiële voorwaarden om voor bevordering naar de functie van senior [functie 2] in aanmerking te komen.

3.2.

De korpschef heeft in hoger beroep zijn standpunt gehandhaafd dat appellanten nimmer onder het loopbaanbeleid hebben gevallen. Verder blijft de korpschef van mening dat appellanten hun aanvraag te laat hebben ingediend en niet voldoen aan het vereiste van relevante werkervaring.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Zoals uit de onder 1.2 weergegeven circulaire volgt, heeft het loopbaanbeleid betrekking op de bevordering van de “executieven in de basispolitiezorg (thans: Assistent A tot en met senior [functie 2])”. In zijn uitspraak van 26 november 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:5000, heeft de Raad de korpschef gevolgd in zijn toelichting dat het bij de executieven in de basispolitiezorg gaat om de zogeheten blauwe diensten. Niet in geschil is dat de functie van [functie] niet tot de blauwe diensten behoorde. Zo verrichtte de [functie], anders dan de executieven in de basispolitiezorg, geen noodhulp.

4.2.

Appellanten menen dat zij toch in aanmerking komen voor bevordering naar de functie van senior [functie 2] en hebben daartoe verwezen naar de onder 1.3 genoemde brief van

26 oktober 2012. Zij hebben gesteld dat de in die brief genoemde functies geen limitatieve opsomming vormen en dat ook hun functie behoort tot de werkterreinen (in hun geval: Vreemdelingen) die worden onderscheiden in de [functie 2]-reeks. De korpschef is van opvatting dat het beroep van appellanten op de brief van 26 oktober 2012 niet kan slagen, nu de functie van [functie] in de brief van 26 oktober 2012 niet is genoemd, de functie [functie], anders dan de in de brief van 26 oktober 2012 genoemde functies, niet behoort tot de blauwe diensten en het werkterrein Vreemdelingen niet alleen in de [functie 2]-reeks maar ook in de reeks Tactische Opsporing voorkomt.

4.3.

De Raad is, gelet op wat de korpschef heeft aangevoerd, van oordeel dat de brief van

26 oktober 2012 onvoldoende grond biedt voor het oordeel dat appellanten met hun functie van [functie] tot de “executieven in de basispolitiezorg” moesten worden gerekend en dat het loopbaanbeleid voor bevordering naar de functie van senior [functie 2] op hen van toepassing was. Appellanten hebben geen andere stukken overgelegd die tot een ander oordeel leiden. In dit verband wijst de Raad er verder nog op dat uit de onder 1.6 weergegeven afspraken uit het Georganiseerd Overleg Politie van 19 december 2013 volgt, dat ook aan de in 2013 genomen LFNP-besluiten, waarbij politieambtenaren - waaronder appellanten - met ingang van 1 januari 2012 zijn gematcht naar de functie van generalist [functie 2], uitdrukkelijk geen betekenis is toegekend voor de bevordering naar de functie van senior [functie 2] in het kader van het loopbaanbeleid.

4.4.

Nu moet worden aangenomen dat het loopbaanbeleid voor bevordering naar de functie van senior [functie 2] niet op appellanten van toepassing was, zijn hun verzoeken om bevordering reeds hierom terecht afgewezen. Dit betekent dat buiten bespreking kan blijven of appellanten kan worden tegengeworpen dat zij niet vóór 1 januari 2013 hun verzoek hebben ingediend en of zij voldeden aan het vereiste van relevante werkervaring.

4.5.

Uit 4.1 tot en met 4.4 volgt dat de hoger beroepen van appellanten niet slagen, zodat de aangevallen uitspraken, voor zover aangevochten, voor bevestiging in aanmerking komen.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraken voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door E.J.M. Heijs als voorzitter en M. Kraefft en H. Lagas als leden, in tegenwoordigheid van A.M. Pasmans als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 januari 2017.

(getekend) E.J.M. Heijs

(getekend) A.M. Pasmans

HD