Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2017:726

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27-02-2017
Datum publicatie
02-03-2017
Zaaknummer
16/2376 WMO15
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing maatwerkvoorziening voor vreemdeling op grond van koppelingsbeginsel in artikel 1.2.2. van de Wmo 2015. Verwijzing naar de uitspraak van 22 februari 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16/2376 WMO15

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
11 maart 2016, 15/5081 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.H. Kruseman, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting in de zaken 16/2153, 16/2154, 16/2155, 16/2156, 16/2157, 16/2160, 16/2218, 16/2220, 16/2222, 16/2223, 16/2224, 16/2225, 16/2226, 16/2229, 16/2268, 16/2269, 16/2271, 15/2272, 16/2375, 16/2376, 16/2378, 16/2379, 16/2418, 16/2419 en 16/2423 heeft gevoegd plaatsgehad op 18 januari 2017. Partijen zijn, met bericht, niet verschenen. Na de behandeling ter zitting zijn de zaken weer gesplitst.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1.

Appellant is een vreemdeling als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) die ten tijde hier van belang geen aanspraak had op voorzieningen, verstrekkingen en uitkeringen.

1.2.

Appellant heeft het college verzocht om opvang.

1.3.

Bij besluit van 18 februari 2015 heeft het college dit verzoek afgewezen.

1.4.

Bij besluit van 29 juli 2015 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van appellant tegen het besluit van 18 februari 2015 ongegrond verklaard. Daarbij heeft het college, voor zover van belang, de afwijzing gebaseerd op artikel 1.2.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep voor zover dat betrekking heeft op de Wmo 2015 ongegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank onder verwijzing naar artikel 1.2.2 van de Wmo 2015 geoordeeld dat appellant geen aanspraak kan maken op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015.

3. Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Appellant is geen vreemdeling als bedoeld in artikel 1.2.2, eerste lid, van de Wmo 2015 en is ook niet op grond van artikel 2.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 met een Nederlander gelijkgesteld. Voor zover appellant in hoger beroep aanvoert dat hij recht heeft op een (maatwerk)voorziening op grond van de Wmo 2015, verwijst de Raad naar zijn oordeel zoals dat is neergelegd in zijn uitspraak van 22 februari 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1. De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat appellant geen aanspraak kan maken op een (maatwerk)voorziening op grond van de Wmo 2015. Hetgeen appellant in onderhavige zaak meer of anders heeft aangevoerd brengt de Raad niet tot een ander oordeel.

4.2.

De aangevallen uitspraak komt voor zover deze betrekking heeft op de Wmo 2015 voor bevestiging in aanmerking.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover deze betrekking heeft op de Wmo 2015.

Deze uitspraak is gedaan door L.M. Tobé, in tegenwoordigheid van B. Dogan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2017.

(getekend) L.M. Tobé

(getekend) B. Dogan

NW