Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2017:553

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-02-2017
Datum publicatie
21-02-2017
Zaaknummer
15/5451 AW
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2015:5370, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Dubbel hoger beroep. Harmonisatie arbeidsvoorwaarden politie. Afwijzing verzoek om bevordering. Onder verwijzing naar de uitspraken van 30 juli 2015 ... is de Raad van oordeel dat de beheerders van de voormalige politiekorpsen de bevoegdheid toekwam een nadere invulling te geven aan het begrip “boven de norm” en dat met de in de voormalige regiopolitie ... daaraan gegeven invulling in de vorm van een rekenkundig criterium - ten minste 80% van de competenties met de score uitstekend (4) - binnen de grenzen van een redelijke beleidsbepaling is gebleven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15/5451 AW, 15/6083 AW

Datum uitspraak: 16 februari 2017

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van

27 juli 2015, 14/6460 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

de korpschef van politie (korpschef)

[Betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

De korpschef heeft hoger beroep ingesteld. Namens betrokkene heeft ook mr. P. de Haas hoger beroep ingesteld.

Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 januari 2017. De korpschef heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. M.J.M. Suijs. Betrokkene is niet verschenen.

OVERWEGINGEN

1.1.

Betrokkene is als politieambtenaar aangesteld bij de voormalige regiopolitie

[regio a] , thans de Eenheid [eenheid a] .

1.2.

Als uitwerking van het Akkoord Arbeidsvoorwaarden sector politie 2005-2007 hebben de Minister van Veiligheid en Justitie en de politievakorganisaties op 9 september 2010 overeenstemming bereikt over de tweede tranche van de landelijk te harmoniseren arbeidsvoorwaarden politie (HAP II). Deze afspraken zijn vastgelegd in de op 1 november 2010 in werking getreden circulaire Harmonisatie arbeidsvoorwaarden politie tweede tranche (Stcrt. 2010, 19782; circulaire).

1.3.

Een onderdeel van de harmonisatieafspraken is het in bijlage 6 van de circulaire opgenomen ‘Loopbaanbeleid van assistent A tot en met senior in de GGP’. In die bijlage zijn de afspraken vastgelegd over de mogelijkheden tot doorstroming (bevordering) van ambtenaren binnen de GGP naar een volgend niveau of volgende functie. Voor de bevordering van generalist GGP (schaal 7) naar senior GGP (schaal 8) is als vereiste gesteld dat sprake is van ‘vakmanschap blijkend uit een recente beoordeling boven de norm met daarin opgenomen verwachte geschiktheid voor senior GGP’. Vermeld is dat het loopbaanbeleid vanaf 1 november 2010 geldt voor alle medewerkers bij de Nederlandse Politie, dat de Raad van korpschefs i.o. zich aan de circulaire heeft geconformeerd en dat het bevoegd gezag deze circulaire dient te volgen, tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet.

1.4.

Bij de voormalige regiopolitie [regio a] is het criterium van een beoordeling “boven de norm” zodanig ingevuld dat 80% van de beoordeelde competenties de score uitstekend (4) moeten hebben. De bevordering is bedoeld voor politieambtenaren die bovenmatig functioneren. Daarbij is aansluiting gezocht bij het beleid ten aanzien van het bevorderen bij excellerend presteren. Een medewerker kon op basis van dit beleid eerder bevorderd worden indien zijn functioneren als uitmuntend en voortreffelijk te kwalificeren was. In het [naam team] van het voormalige korps [regio a] is de norm van 80% uitstekend na overleg met de ondernemingsraad vastgesteld. Er is voor een percentage gekozen, omdat meerdere functies met een verschillend aantal competenties op grond van het loopbaanbeleid HAP II voor bevordering in aanmerking kwamen.
1.5. Betrokkene heeft in 2012 verzocht om bevordering naar de functie van senior GGP. Naar aanleiding van dit verzoek heeft op 27 oktober 2013 een beoordelingsgesprek plaatsgevonden en is bij besluit van 18 december 2013 de beoordeling vastgesteld. In de beoordeling zijn negen competenties betrokken, waarbij het functioneren van betrokkene op elk van de competenties is beschreven, resulterend in een eindscore per competentie. Betrokkene heeft twee keer een 4, twee keer een 3/4, vier keer een 3 en één keer een 2/3 gescoord (1=onvoldoende, 2=matig, 3=voldoende en 4=uitstekend). De competentie “resultaatgerichtheid”, met de score 2/3 voor betrokkene, is bij de vaststelling van de beoordeling buiten beschouwing gelaten.

1.6.

Bij besluit van 20 december 2013 heeft de korpschef afwijzend beslist op het verzoek om bevordering. Daaraan is ten grondslag gelegd dat de beoordeling niet voldoet aan de norm van 80% uitstekend.

1.7.

Bij besluit van 8 augustus 2014 (bestreden besluit) heeft de korpschef de bezwaren tegen de besluiten van 18 december 2013 en 20 december 2013 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank, voor zover thans nog van belang, het beroep voor zover gericht tegen de afwijzing van het verzoek om bevordering gegrond verklaard, het bestreden besluit in zoverre vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde deel van het bestreden besluit in stand blijven. Hiertoe heeft de rechtbank, kort samengevat, het volgende overwogen. De korpschef heeft de grenzen van zijn beoordelingsruimte overschreden met het standpunt dat onder het vereiste van een beoordeling “boven de norm” moet worden verstaan een beoordeling waarbij het geheel van de functievervulling voor 80% met uitstekend (4) is gewaardeerd. Bij het ontbreken van een eindscore is van een beoordeling “boven de norm” in beginsel sprake als op alle competenties in ieder geval een 3 (voldoende) wordt gescoord en als op meer dan de helft van de competenties hoger dan een 3 wordt gescoord. Nu betrokkene niet op meer dan de helft “boven de norm” heeft gescoord, komt hij niet in aanmerking voor bevordering naar de functie van Senior GGP.

3.1.

De korpschef heeft in hoger beroep aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de voormalige regiopolitie [regio a] een onjuiste invulling heeft gegeven aan het criterium van een beoordeling “boven de norm”.

3.2.

Betrokkene heeft zich in hoger beroep verzet tegen de instandlating van de rechtsgevolgen van het gedeeltelijk vernietigde bestreden besluit. Volgens betrokkene zou als uitgangspunt moeten gelden dat van een beoordeling “boven de norm” sprake is indien in beginsel op alle competenties in ieder geval een voldoende (3) wordt gescoord en op de helft van de competenties een score hoger dan voldoende (3). Bij hantering van dit uitgangspunt voldoet hij aan het criterium “boven de norm”.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Onder verwijzing naar de uitspraken van 30 juli 2015 (ECLI:NL:CRVB:2015:2551 en ECLI:NL:CRVB:2015:2552) en 19 mei 2016 (ECLI:NL:CRVB:2016:1850) is de Raad van oordeel dat de beheerders van de voormalige politiekorpsen de bevoegdheid toekwam een nadere invulling te geven aan het begrip “boven de norm” en dat met de in de voormalige regiopolitie [regio a] daaraan gegeven invulling in de vorm van een rekenkundig criterium - ten minste 80% van de competenties met de score uitstekend (4) - binnen de grenzen van een redelijke beleidsbepaling is gebleven.

4.2.

Uit 4.1 volgt dat het hoger beroep van de korpschef slaagt en dat van betrokkene niet. De aangevallen uitspraak wordt vernietigd, voor zover aangevochten. Het beroep tegen het bestreden besluit, voor zover daarbij de afwijzing van het verzoek om bevordering is gehandhaafd, wordt alsnog ongegrond verklaard.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;

- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit, voor zover daarbij de afwijzing van het

verzoek om bevordering is gehandhaafd, ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door E.J.M. Heijs, in tegenwoordigheid van C.A.E. Bon als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 februari 2017.

(getekend) E.J.M. Heijs

(getekend) C.A.E. Bon

HD