Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2017:4428

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-12-2017
Datum publicatie
29-12-2017
Zaaknummer
16/7469 AOW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet-verschoonbare termijnoverschrijding indienen bezwaarschrift.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16/7469 AOW

Datum uitspraak: 22 december 2017

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van

27 oktober 2016, 16/1785 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 november 2017. Appellant is verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. Marijnissen.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellant is bij besluit van 23 december 2015 met ingang van 18 mei 2016 een pensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) toegekend.

1.2.

Bij brief van 12 juni 2016, die door de Svb is ontvangen op 15 juni 2016, heeft appellant tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

1.3.

De Svb heeft bij besluit van 21 juni 2016 het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat niet tijdig bezwaar is gemaakt en er geen reden is om het bezwaarschrift alsnog inhoudelijk te behandelen.

2. Het beroep van appellant tegen het besluit van 21 juni 2016 is bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat het bezwaar te laat is ingediend. Overwogen is dat het bezwaarschrift niet binnen zes weken is ingediend, aangezien het besluit van 23 december 2015 die dag is bekendgemaakt en het bezwaarschrift door appellant op

14 juni 2016 ter post is bezorgd en op 15 juni 2016 door de Svb is ontvangen. Naar het oordeel van de rechtbank was de Svb niet gehouden het bezwaar alsnog inhoudelijk te behandelen, omdat geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding en het voor rekening en risico van appellant komt dat de FNV zou hebben verzuimd namens appellant tijdig bezwaar te maken.

3. Appellant stelt dat zijn bezwaar alsnog inhoudelijk dient te worden behandeld. Hij heeft erop vertrouwd dat een medewerker van de FNV het bezwaarschrift zou indienen. Appellant heeft in januari 2016 op het kantoor van de FNV in [gemeente] een gesprek gehad met de vakbondsconsulent. Appellant heeft drie maal met de FNV contact gehad over de zaak. De medewerker die het bezwaar zou indienen, heeft volgens appellant toegegeven dat hij vergeten is om het bezwaarschrift in te dienen. Appellant voelt zich niet verantwoordelijk voor de nalatigheid van de FNV. Volgens appellant loopt hij door de nalatigheid een behoorlijk deel van zijn inkomen mis.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken. In artikel 6:11 van de Awb is bepaald dat ten aanzien van een na afloop van die termijn ingediend beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden geconstateerd dat de indiener in verzuim is geweest.

4.2.

Degene die tegen een besluit bezwaar wil maken of beroep wil instellen is in beginsel zelf verantwoordelijk voor de tijdigheid daarvan. Uit vaste rechtspraak van de Raad, waaronder de uitspraak van 17 september 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:1800, en de in de aangevallen uitspraak vermelde uitspraak van 20 mei 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1700, volgt dat het handelen of nalaten van een persoon aan wie een betrokkene zijn belangen heeft toevertrouwd voor risico van die betrokkene komt.

4.3.

Appellant heeft betoogd dat hij zijn belangen heeft toevertrouwd aan (een medewerker van) de FNV. Dit brengt mee dat de door appellant bedoelde nalatigheid van de FNV voor rekening en risico van appellant komt. Dat deze medewerker heeft toegegeven dat hij vergeten is een bezwaarschrift in te dienen, maakt dit niet anders.

4.4.

De omstandigheid dat de beslissing mogelijk aanzienlijke gevolgen heeft voor zijn inkomen vanaf de 65-jarige leeftijd, leidt er niet toe dat de overschrijding van de bezwaartermijn appellant niet kan worden toegerekend. In het kader van artikel 6:11 van de Awb is voor een dergelijke belangenafweging geen ruimte. Verwezen wordt naar de uitspraak van de Raad van 1 mei 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9446.

4.5.

Uit overweging 4.1 tot en met 4.4 volgt dat de rechtbank het beroep terecht ongegrond heeft verklaard, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries, in tegenwoordigheid van H. Achtot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 december 2017.

(getekend) T.L. de Vries

(getekend H. Achtot

OS