Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2017:435

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
08-02-2017
Datum publicatie
09-02-2017
Zaaknummer
15/3653 WAO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toegenomen arbeidsongeschikt. Beperkingen zijn niet onderschat, de geselecteerde functies kunnen worden vervuld. Geen aanleiding deskundige in te schakelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15/3653 WAO

Datum uitspraak: 8 februari 2017

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van

19 mei 2015, 14/5612 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. B. Arabaci, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en een arbeidskundig rapport.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 december 2016. Namens appellant is

mr. Arabaci verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.J. Belder.

OVERWEGINGEN

1.1.

Aan appellant is met ingang van 30 augustus 1999 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend. Laatstelijk bedroeg de mate van arbeidsongeschiktheid 45-55%. Vanuit een situatie dat appellant, naast zijn WAO-uitkering, werkzaam was als beveiliger, heeft hij zich op 28 februari 2012 toegenomen arbeidsongeschikt gemeld. Het dienstverband van appellant is wegens faillissement van de werkgever beëindigd per 28 maart 2012.

1.2.

Bij besluit van 5 maart 2014 heeft het Uwv beslist dat de WAO-uitkering van appellant ongewijzigd wordt voortgezet naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45-55%.

1.3.

Bij besluit van 6 augustus 2014 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 5 maart 2014 gegrond verklaard en beslist dat appellant per

19 maart 2012 recht heeft op een WAO-uitkering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 55-65%. Dat besluit berust op een rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep van 25 juni 2014/30 juli 2014 en een rapport van een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 31 juli 2014.

1.4.

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij is van mening dat zijn fysieke en psychische beperkingen zijn onderschat en dat hij niet in staat is de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies te vervullen. Appellant acht zich volledig arbeidsongeschikt.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard, en daartoe overwogen dat het Uwv voldoende gemotiveerd heeft dat de beperkingen van appellant tot het verrichten van arbeid, zoals die zijn vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van

31 juli 2014, juist zijn vastgesteld. Ook is voldoende gemotiveerd, met name in het rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 11 september 2014, dat de functiebelasting van de geselecteerde functies de belastbaarheid van appellant, zoals vastgelegd in de FML, niet overschrijdt.

3.1.

In hoger beroep heeft appellant wederom aangevoerd dat zijn fysieke en psychische beperkingen zijn onderschat. De geselecteerde functies kunnen niet vervuld worden.

3.2.

Het Uwv heeft bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit.

4.1

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.2.

Het oordeel van de rechtbank en de argumenten die de rechtbank tot dat oordeel hebben geleid worden onderschreven. Alle door appellant gestelde klachten zijn in de beoordeling door het Uwv betrokken en hebben geleid tot het opnemen van veel beperkingen in de FML. Volgens de 1.3 genoemde rapporten hebben de verzekeringsartsen appellant onderzocht en beschikten zij over informatie van de behandelend sector. Wat appellant aan (medische) informatie heeft ingebracht kan niet afdoen aan het oordeel van het Uwv. Niet gebleken is van langdurige behandeling voor psychische klachten, zeker niet ten tijde als hier van belang, terwijl in de FML toch aanzienlijke beperkingen op psychisch gebied zijn opgenomen. Er is dan ook geen aanleiding alsnog een onafhankelijke deskundige te raadplegen. Tevens is in de rapporten van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 11 september 2014 en van 16 juli 2015 uitgebreid en afdoende toegelicht waarom appellant in staat moet worden geacht de geselecteerde functies te vervullen.

4.3.

Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uityspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door E.W. Akkerman als voorzitter en J.S. van de Kolk en

F.M.S. Requisizione als leden, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 februari 2017.

(getekend) E.W. Akkerman

(getekend) G.J. van Gendt

NK