Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2017:4241

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30-11-2017
Datum publicatie
11-12-2017
Zaaknummer
16/4778 AW
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Prestatiebeoordeling. Potentieelbeoordeling later toegevoegd. Verwachte geschiktheid voor functie over 2 tot 3 jaar, te rekenen vanaf moment beoordeling. Appellant voldeed derhalve op de peildatum 31 december 2012 niet aan de voorwaarde voor bevordering dat hij naar verwachting geschikt is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16/4778 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank [eenheid] van

2 juni 2016, 15/7165 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de korpschef van politie (korpschef)

Datum uitspraak: 30 november 2017

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. K. Kromhout hoger beroep ingesteld.

Namens de korpschef heeft mr. J.E. Allaart een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 oktober 2017. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Kromhout. De korpschef heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. Allaart.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellant is werkzaam als medewerker algemene politiezorg B (generalist Gebiedsgebonden Politie (GGP), bij de voormalige regiopolitie [regio], thans de Eenheid [eenheid].

1.2.

Als uitwerking van het Akkoord Arbeidsvoorwaarden sector politie 2005-2007 hebben de Minister van Veiligheid en Justitie en de politievakorganisaties op 9 september 2010 overeenstemming bereikt over de tweede tranche van de landelijk te harmoniseren arbeidsvoorwaarden politie (HAP II). Deze afspraken zijn vastgelegd in de op 1 november 2010 in werking getreden circulaire Harmonisatie arbeidsvoorwaarden politie tweede tranche (Stcrt. 2010, 19782; circulaire).

1.3.

Een onderdeel van de harmonisatieafspraken is het in bijlage 6 van de circulaire opgenomen ‘Loopbaanbeleid van assistent A tot en met senior in de GGP’. In die bijlage zijn de afspraken vastgelegd over de mogelijkheden tot doorstroming (bevordering) van ambtenaren binnen de GGP naar een volgend niveau of volgende functie. Voor de bevordering) van generalist GGP (schaal 7) naar senior GGP (schaal 8) is als vereiste gesteld dat sprake is van ‘vakmanschap blijkend uit een recente beoordeling boven de norm met daarin opgenomen verwachte geschiktheid voor senior GGP’. Vermeld is dat het loopbaanbeleid vanaf 1 november 2010 geldt voor alle medewerkers bij de Nederlandse Politie, dat de Raad van korpschefs i.o. zich aan de circulaire heeft geconformeerd en dat het bevoegd gezag deze circulaire dient te volgen, tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet.

1.4.

Op 28 september 2012 is de medewerkers van de voormalige regiopolitie [regio] door middel van een bekendmaking op intranet de mogelijkheid geboden zich tot

31 december 2012 te melden voor bevordering naar de functie van senior GGP.

1.5.

In overleg met de Ondernemingsraad (OR) is binnen de gestelde kaders op punten een nadere invulling aan het beleid gegeven. Om in aanmerking te komen voor bevordering van schaal 7 naar schaal 8 binnen de GGP moest in 2012 binnen de voormalige regiopolitie [regio] aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

- ( ten minste zes maanden aaneengesloten) ervaring in een van de andere hoofdprocessen buiten de GGP;

- de beoordeling boven de norm, opgemaakt in de periode 1 januari 2012 tot 31 december 2012, moet een score hebben van gemiddeld een 8 of hoger met als waardering dat prestaties en functioneren duidelijk boven de functie-eisen zijn;

- in de beoordeling moet de verwachte geschiktheid voor de functie van senior GGP zijn opgenomen.

In april 2013 zijn de toetsingscriteria aangepast in de zin dat met ervaring in een ander hoofdproces niet per se wordt bedoeld ervaring in de opsporing. Dit kan in elk gangbaar hoofdproces zijn. De scores in de beoordeling hoeven niet langer tenminste 8 of hoger te zijn. Met een 7 of hoger wordt al voldaan aan het criterium van een beoordeling “boven de norm”.

1.6.

Als gevolg van een aantal door de OR geuite bezwaren heeft een hernieuwde openstelling plaatsgevonden. De aanvullende afspraken zijn op 16 oktober 2014 via intranet bekend gemaakt. Op grond hiervan konden medewerkers gedurende de periode 16 oktober 2014 tot en met 13 november 2014 een aanvraag om bevordering indienen wanneer zij onder meer voldeden aan de volgende eisen:

- op 31 december 2012 was de medewerker formeel geplaatst binnen de voormalige regiopolitie [regio];

- er is een prestatie-/potentieelbeoordeling met op alle punten ten minste een 7;

- de prestatie-/potentieelbeoordeling moet uiterlijk zijn vastgesteld op 31 december 2012 of het gehele proces van beoordeling moet zijn doorlopen in 2012 en alleen de bekrachtiging door de beoordelingsautoriteit heeft daarna plaatsgevonden;

- de hernieuwde openstelling is enkel bedoeld voor medewerkers die in de eerste openstelling niet aan de toen gestelde norm voldeden en zich daardoor niet hebben aangemeld;

- de openstelling is van toepassing op dezelfde groep medewerkers als de eerste ronde, maar als er al een aanvraag bekend is, is dit een reden om een nieuwe aanvraag te weigeren. Als de beoordeling vóór 31 december 2012 is opgemaakt en bekrachtigd en een score laat zien van gemiddeld een acht of hoger is deelname niet (meer) mogelijk. Deelname voor deze categorie medewerkers was mogelijk in de eerste ronde;

- de beoordeling moet een positieve indicatie voor een volgende loopbaanstap bevatten in de vorm van een vinkje of een expliciete tekst.

In de voorwaarden voor deelname aan de hernieuwde openstelling is voorts nog gewezen op de aanvullingen van het CGPO van maart 2013 waaruit blijkt dat een beoordeling waaruit geschiktheid blijkt niet mag dateren van vóór 1 november 2008.

1.7.

Appellant heeft op 21 oktober 2014 in het kader van de hernieuwde openstelling van het loopbaanbeleid verzocht om bevordering naar de functie van senior GGP, schaal 8. Daarbij heeft appellant een prestatie- en potentieelbeoordeling overgelegd over de periode

1 juni 2010 tot en met 6 juli 2011, met een gemiddelde score van 7 of hoger. Het verzoek om bevordering is bij besluit van 19 maart 2015 afgewezen, op de grond dat de overgelegde prestatie- en potentieelbeoordeling niet zou zijn bekrachtigd. In bezwaar heeft appellant alsnog een bekrachtigde prestatie- en potentieelbeoordeling overgelegd. Bij besluit van

2 september 2015 (bestreden besluit) is vastgesteld dat appellant niet voldoet aan de overige gestelde voorwaarden in de zin dat uit de beoordeling(en) blijkt dat appellant pas potentieel geschikt geacht wordt over een termijn van enkele jaren (twee tot drie jaar), zodat er geen sprake is van potentiële geschiktheid voor de functie van senior GGP.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

In geschil is of appellant op de peildatum van 31 december 2012 voldeed aan de voorwaarde voor bevordering als gesteld in het loopbaanbeleid dat hij naar verwachting geschikt is voor de functie van senior GGP. Niet in geschil is dat hij aan de overige voorwaarden voor bevordering voldeed.

4.2.

Zoals in beroep door de korpschef is gesteld en ter zitting bij de Raad nader is toegelicht, werd bij het (voormalig) korps regiopolitie [regio] als vaste gedragslijn gevolgd voor de toetsing van de verwachte geschiktheid aan de hand van een prestatie- en potentieel beoordeling binnen het korps, dat de verwachte geschiktheid (ook) kan worden aangenomen indien in de potentieelbeoordeling is opgenomen dat de medewerker binnen nu en een jaar kan doorgroeien naar een zwaardere functie. Indien in de potentieelbeoordeling is opgenomen dat de medewerker op een termijn van twee tot drie jaar kan doorgroeien naar een zwaardere functie, hangt het van het moment van de beoordeling af of de verwachte geschiktheid op de peildatum uit de beoordeling kan worden afgeleid. De Raad begrijpt dit aldus dat, uitgaande van een minimale termijn van twee jaar, de beoordeling uiterlijk twee jaar voor de peildatum moet zijn opgemaakt. Met de rechtbank acht de Raad deze gedragslijn niet onredelijk of anderszins onjuist.

4.3.

De door appellant overgelegde (samenvattende) potentieelbeoordeling luidt : “kan op termijn van enkele jaren doorgroeien naar een zwaardere functie (2 a 3 jaar)”.

4.4.

Aanvankelijk had appellant enkel een prestatiebeoordeling en géén potentieelbeoordeling. De prestatiebeoordeling is opgemaakt op 6 juli 2011 en bekrachtigd op 11 juli 2011 door Chef handhaving H. Appellant heeft zijn leidinggevende alsnog om een potentieelbeoordeling gevraagd. Aan de bestaande prestatiebeoordeling is vervolgens een potentieelbeoordeling toegevoegd. Wanneer dit precies is gebeurd is niet duidelijk. De datum van het gesprek is, net als bij de prestatiebeoordeling, gesteld op 6 juli 2011. De (aangevulde) prestatie/potentieelbeoordeling is ondertekend door De R namens H, maar niet gedateerd. Hieruit volgt dat de potentieelbeoordeling in ieder geval niet voor 6 juli 2011 is opgemaakt, zodat de verwachte geschiktheid niet eerder dan op 6 juli 2013 aan de orde kan zijn. De Raad volgt appellant niet in zijn standpunt dat de termijn van twee tot drie jaar voor de verwachte geschiktheid reeds aan zou moeten vangen op de begindatum van het beoordelingstijdvak, zijnde 1 juni 2010. De potentieelbeoordeling is immers een verwachting over de toekomst, die wordt opgemaakt aan de hand van de informatie uit de prestatiebeoordeling. Deze verwachting geldt vanaf dat moment en niet met terugwerkende kracht tot het begin van de beoordelingsperiode. Appellant voldeed derhalve op de peildatum 31 december 2012 niet aan de voorwaarde voor bevordering dat hij naar verwachting geschikt is voor de functie van senior GGP.

4.5.

Uit 4.1 tot en met 4.4 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.N.A. Bootsma als voorzitter en J.J.T. van den Corput en J.A.M. van den Berk als leden, in tegenwoordigheid van L.V. van Donk als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 november 2017.

(getekend) J.N.A. Bootsma

(getekend) L.V. van Donk

HD