Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2017:4226

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-12-2017
Datum publicatie
11-12-2017
Zaaknummer
17-1344 AW
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tussentijdse beëindiging detachering. In het kader van de belangenafweging mocht het college doorslaggevende betekenis toekennen aan de noodzaak tot bezuiniging. Het ging hier om een detachering bij een vrijwilligersorganisatie, waar voor de gemeente geen vergoeding tegenover stond. De beëindiging leverde een aanzienlijke besparing op. Het in hoger beroep door appellant overgelegde rapport van Meiresonne Fiscaal Advies B.V. leidt niet tot een ander oordeel. Het rapport gaat uit van een toekomstige onzekere gebeurtenis, namelijk dat het VWNW-traject niet tot resultaat leidt en dat appellant per 8 januari 2018 wordt ontslagen. Met dit rapport wordt dus niet onderbouwd wat de financiële gevolgen zijn van het bestreden besluit, maar wat de eventuele gevolgen zouden kunnen zijn als het VWNW-traject niet slaagt. Het verloop van het VWNW-traject valt buiten de beoordeling van dit geschil.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 1344 AW

Datum uitspraak: 7 december 2017

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van

2 januari 2017, 16/1630 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Hengelo (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. P.M.F. Jansen hoger beroep ingesteld en nadere stukken ingezonden.

Namens het college heeft mr. M. Dijk een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2017. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Jansen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Dijk en drs. L. Pruntel.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellant is sinds 1979 werkzaam bij de gemeente Hengelo, laatstelijk in de functie van [functie 1] . Sinds 22 juni 2009 is appellant op basis van verschillende detacheringsovereenkomsten extern werkzaam geweest, laatstelijk op grond van een detacheringsovereenkomst voor de periode van 15 juli 2012 tot 10 september 2018 in de functie van [functie 2] bij de [naam stichting] voor [naam centrum] . Deze werkplek werd bekostigd door de gemeente Hengelo.

1.2.

Na het voornemen daartoe heeft het college appellant bij besluit van 8 december 2015 met ingang van 1 januari 2016 boventallig verklaard, vanwege het vervallen van zijn functie van [functie 1] . Tevens is te kennen gegeven dat de detacheringsovereenkomst met de [naam stichting] met ingang van 1 januari 2016 wordt opgezegd, welke detachering reeds feitelijk sinds 13 augustus 2015 was beëindigd. Appellant wordt met ingang van 1 januari 2016 aangemerkt als herplaatsingskandidaat en tot januari 2018 geldt voor hem een Van Werk Naar Werk (VWNW)-traject.

1.3.

Bij besluit van 1 juni 2016 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar ongegrond verklaard, met dien verstande dat de beëindiging van de detacheringsovereenkomst is bepaald op 8 januari 2016 in verband met de geldende opzegtermijn.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Naar vaste rechtspraak (uitspraak van 3 april 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1103) blijft bij detachering het dienstverband met het bestuursorgaan dat de ambtenaar heeft aangesteld bestaan en blijft dat orgaan bevoegd rechtspositionele besluiten over die ambtenaar te nemen voor zover dit met de detacheringsovereenkomst verenigbaar is.

4.2.

Tussen partijen ligt de vraag voor of het college de detachering per 8 januari 2016 tussentijds kon beëindigen. In artikel 14, aanhef en onder 2, van de detacheringsovereenkomst is bepaald dat de overeenkomst tussentijds beëindigd kan worden door schriftelijke opzegging door één der partijen met een opzegtermijn van één maand in geval niet in redelijkheid van haar gevergd kan worden de overeenkomst voort te zetten. Het vervallen van de functie van [functie 1] staat niet ter discussie.

4.3.

De gemeenteraad van Hengelo heeft in juni 2015 de Kadernota maatschappelijke takenverkenning 2016-2019 vastgesteld. Hierin is een reeks van bezuinigingsmaatregelen opgenomen. Eén daarvan betreft de maatregel dat medewerkers van vrijwilligersorganisaties niet langer worden gefinancierd, vanwege de wijzigende rol van de overheid en de noodzaak om de overheidsuitgaven terug te dringen. Gelet hierop is het niet meer gewenst om als gemeente een medewerker voor vrijwilligersorganisaties te blijven financieren, zeker als er geen relatie is met de gemeentelijke taken/het gemeentelijke beleid. Gesteld noch gebleken is dat dit bezuinigingsbesluit niet op objectieve gronden berust, zodat de rechtbank met juistheid heeft geoordeeld dat dit besluit ten grondslag mocht worden gelegd aan de beëindiging van de detachering. De inhoud van het bezuinigingsbesluit staat hier niet ter beoordeling.

4.4.

Appellant heeft een beroep gedaan op het De Bourbon Naundorff-arrest van de

Hoge Raad van 5 oktober 1849. Dit beroep slaagt niet. In het voorliggende geval is namelijk niet aan de orde of het college zich met een beroep op de begroting kan onttrekken aan het nakomen van financiële verplichtingen. De bezoldiging van appellant wordt voortgezet gedurende het VWNW-traject.

4.5.

In het kader van de belangenafweging mocht het college doorslaggevende betekenis toekennen aan de noodzaak tot bezuiniging. Het ging hier om een detachering bij een vrijwilligersorganisatie, waar voor de gemeente geen vergoeding tegenover stond. De beëindiging leverde een aanzienlijke besparing op. Het in hoger beroep door appellant overgelegde rapport van Meiresonne Fiscaal Advies B.V. leidt niet tot een ander oordeel. Het rapport gaat uit van een toekomstige onzekere gebeurtenis, namelijk dat het VWNW-traject niet tot resultaat leidt en dat appellant per 8 januari 2018 wordt ontslagen. Met dit rapport wordt dus niet onderbouwd wat de financiële gevolgen zijn van het bestreden besluit, maar wat de eventuele gevolgen zouden kunnen zijn als het VWNW-traject niet slaagt. Het verloop van het VWNW-traject valt buiten de beoordeling van dit geschil.

4.6.

Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma als voorzitter en J.J.T. van den Corput en

H. Benek als leden, in tegenwoordigheid van L.V. van Donk als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 december 2017.

(getekend) C.H. Bangma

(getekend) L.V. van Donk

HD