Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2017:4211

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
05-12-2017
Datum publicatie
07-12-2017
Zaaknummer
17-3125 WUV-V
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 5 december 2017

17/3125 WUV-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het geding tussen:

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] , Frankrijk (appellante)

de Pensioen- en Uitkeringsraad (verweerder)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht van 27 juli 2017 heeft de Raad het namens appellante door [A] ingediende beroep tegen het besluit van verweerder van 12 januari 2017 niet-ontvankelijk verklaard.

Namens appellante heeft [A] verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 24 oktober 2017. Beide partijen, verweerder met voorafgaand bericht, zijn niet verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 27 juli 2017 berust op de overwegingen dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

De laatste dag waarop tijdig een beroepschrift kon worden ingediend was op 13 april 2017.

Nadat de gemachtigde van appellante contact heeft gehad met de Raad en heeft vernomen dat zijn beroepschrift van 1 februari 2017 niet bij de Raad was ontvangen, heeft hij het beroepschrift bij brief van 17 april 2017 aan de Raad gezonden.

In het verzetschrift heeft de gemachtigde van appellante te kennen gegeven dat het beroepschrift van 1 februari 2017 niet aangetekend is verstuurd en dat hij ervan uit is gegaan dat hij juist heeft gehandeld. Verder heeft de gemachtigde van appellante gesteld dat het bij brief van 17 april 2017 toegezonden beroepschrift wel tijdig is ingediend aangezien het binnen een week na afloop van de termijn bij de Raad is ontvangen.

De Raad is van oordeel dat de gemachtigde van appellante geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat van verzuim geen sprake is geweest. De gemachtigde van appellante heeft geen bewijsstukken overgelegd waaruit blijkt dat het beroepschrift op 1 februari 2017 is verzonden. De Raad stelt vast dat het bij brief van 17 april 2017 toegezonden beroepschrift weliswaar binnen een week na afloop van de termijn is ontvangen maar dat het niet voor afloop van de termijn ter post is bezorgd.

Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van N.L. Kuipers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 december 2017.

(getekend) H.C.P. Venema

(getekend) N.L. Kuipers

HD