Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2017:411

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
03-02-2017
Datum publicatie
06-02-2017
Zaaknummer
15/5279 WAO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Voorgehouden functie. Met juistheid heeft de rechtbank overwogen dat appellant geacht kan worden te beschikken over benodigde vaardigheden. Onvoldoende om te stellen dat hij die vaardigheden niet heeft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15/5279 WAO

Datum uitspraak: 3 februari 2017

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van

17 juni 2015, 14/2556 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A. van den Os hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Namens appellant zijn nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 december 2016. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I. Smit.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellant is als onderhoudstimmerman werkzaam geweest. Met ingang van
11 februari 2004 is aan hem een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%, later herzien naar de arbeidsongeschiktheidsklasse 15 tot 25%. In 2007 is appellant als algemeen medewerker gaan werken bij [naam werkgever] Op 24 juli 2012 heeft hij zich ziek gemeld. Bij besluit van 6 mei 2014 heeft het Uwv de WAO-uitkering van appellant na een medisch en arbeidskundig onderzoek met ingang van
22 juli 2014 herzien naar de klasse 25 tot 35%.

1.2.

In bezwaar heeft appellant kort gezegd de juistheid van de vastgestelde medische beperkingen bestreden. Bij rapport van 24 juni 2014 heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op diverse onderdelen aangescherpt. Vervolgens heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep de mate van arbeidsongeschiktheid na een hernieuwde functieselectie vastgesteld op 37%. Bij besluit van 25 augustus 2014 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar tegen het besluit van 6 mei 2014 ongegrond verklaard.

2. In beroep tegen het bestreden besluit heeft appellant naast medische gronden aangevoerd dat de functie van verkoper groothandel hem ten onrechte is voorgehouden.

3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank de medische grondslag van het bestreden besluit bevestigd. Verder heeft de rechtbank naar aanleiding van wat over de opleidings- en ervaringseisen is aangevoerd overwogen dat geen aanleiding bestaat de toelichting van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 9 februari 2015 niet te volgen. Appellant voldoet aan de voor de uitoefening van de functies geldende opleidingseisen en beschikt volgens de rechtbank over voldoende sociale en commerciële vaardigheden, benodigd voor het vervullen van die functie.

4. Appellant heeft zich in hoger beroep uitsluitend gericht tegen overweging 3.5 van de aangevallen uitspraak waarin de rechtbank heeft geoordeeld dat appellant geacht wordt over de commerciële vaardigheden te beschikken, vereist voor het vervullen van de functie van verkoper groothandel. Het Uwv heeft het ingenomen standpunt met verwijzing naar een rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 7 september 2015 gehandhaafd.

5. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

5.1.

Met juistheid heeft de rechtbank overwogen dat appellant geacht kan worden over de commerciële vaardigheden te beschikken die voor het vervullen van de functie van verkoper groothandel benodigd zijn. In dit verband wordt overwogen dat uit het rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 7 september 2015 blijkt dat na overleg met de arbeidsdeskundig analist onder commerciële vaardigheden wordt verstaan dat de medewerker in staat moet zijn de commerciële belangen van een bedrijf in de gaten te houden. Dat doet men onder andere door servicegericht te zijn, mee te denken met de klant en actief te zoeken naar oplossingen in geval van problemen. Het gaat met name om relatiebeheer. Volgens de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep voldoet appellant aan die voorwaarde, onder meer omdat hij ook in zijn vorige arbeidsrelatie een goede klantrelatie heeft moeten onderhouden. Deze toelichting wordt niet onjuist geacht. Overwogen wordt dat uit de dossierstukken naar voren komt dat appellant vanaf 2007 als algemeen medewerker/monteur
jachthaven- stallingsbedrijf en camping heeft gewerkt bij het bedrijf [naam werkgever] Appellant heeft verder in een “Startrapportage traject bemiddeling ander werk” van
6 maart 2013 zelf te kennen gegeven servicegericht te zijn en graag met en voor mensen te werken. In dat rapport is onder het kopje “Kwaliteiten en Vaardigheden” melding gemaakt van het volgende: loyaal, enthousiast, technisch ingesteld, breed georiënteerd/geïnteresseerd en praktisch ingesteld. Gezien de ruime ervaring van appellant als medewerker in een commercieel bedrijf, dat gespecialiseerd is in verkoop, onderhoud en reparatie van boten en onderdelen daarvan en beheer van een camping valt niet in te zien waarom appellant niet zou beschikken over commerciële vaardigheden vereist voor het vervullen van de verkoper groothandel. De enkele stelling van appellant dat hij over die vaardigheid niet zou beschikken, is daarvoor niet voldoende.

5.2.

Uit 5.1. volgt dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.E. Bakker, in tegenwoordigheid van J.W.L. van der Loo als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 februari 2017.

(getekend) R.E. Bakker

(getekend) J.W.L. van der Loo

RB