Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2017:4104

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-11-2017
Datum publicatie
04-12-2017
Zaaknummer
17/836 PW-PV
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2016:7933, Overig
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beroep op zeer dringende redenen in verband met langdurig verblijf buitenland slaagt niet. Geen acute noodzaak voor bijstandsverlening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17/836 PW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 9 december 2016, 16/3452 (aangevallen uitspraak), en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen (college)

Datum uitspraak: 7 november 2017

Zitting heeft: W.H. Bel

Griffier: A.M. Pasmans

Namens appellant is mr. J.G. Hage, advocaat, verschenen. Het college is, met bericht, niet verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep:

  • -

    bevestigt de aangevallen uitspraak;

  • -

    wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

1. Appellant ontvangt bijstand ingevolge de Participatiewet (PW). Tussen partijen is niet in geschil dat appellant in de periode van 21 oktober 2015 tot en met 6 november 2015 (periode in geding) langer dan toegestaan in Egypte heeft verbleven. Op grond van artikel 13,

eerste lid, aanhef en onder e, van de PW had appellant over deze periode geen recht op bijstand.

2. Appellant heeft in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak aangevoerd dat in zijn omstandigheden zeer dringende redenen zijn gelegen, als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de PW, om in de periode van 21 oktober 2015 tot en met 6 november 2015 toch bijstand te verlenen. Appellant is naar Egypte gereisd in verband met het overlijden van zijn broer. Vervolgens is appellant in Egypte in een ziekenhuis opgenomen wegens gastro-enteritis. Appellant was niet in staat eerder terug te vliegen dan op 6 november 2015. De lichamelijke verzwakking van appellant en het besmettingsgevaar voor derden leveren zeer dringende redenen op. Ter staving van zijn standpunt heeft appellant in hoger beroep een declaratie van zijn zorgverzekeraar overgelegd.

3. Volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 27 november 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY4808) moet voor het aannemen van zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de WWB vaststaan dat sprake is van een acute noodsituatie en dat de behoeftige omstandigheden waarin de belanghebbende verkeert op geen enkele andere wijze zijn te verhelpen, waardoor het verlenen van bijstand volstrekt onvermijdelijk is. Een acute noodsituatie is eerst aan de orde indien een situatie van levensbedreigende aard is of blijvend ernstig psychisch of lichamelijk letsel of invaliditeit tot gevolg kan hebben. Deze rechtspraak heeft onder de PW zijn gelding behouden.

4. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat in de periode in geding niet is gebleken van een dergelijke situatie. Met de overgelegde stukken heeft appellant niet aannemelijk gemaakt dat zijn lichamelijke verzwakking als gevolg van gastro-enteritis leidde tot een acute noodsituatie als hiervoor bedoeld. Het feit dat appellant in Egypte medische zorg nodig had is daartoe onvoldoende. De enkele stelling dat een kans bestaat op besmettingsgevaar voor anderen, wat daarvan ook zij, maakt dit niet anders.

5. Nu van een acute noodsituatie in de te beoordelen periode geen sprake was, behoeft de vraag of in die periode sprake was van behoeftige omstandigheden die op geen enkele andere wijze waren te verhelpen dan door het verlenen van bijstand geen bespreking meer.

6. Uit 1 tot en met 5 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. Gelet hierop bestaat geen grond voor schadevergoeding.

7. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) A.M. Pasmans (getekend) W.H. Bel

Voor eensluidend afschrift

de griffier van de

Centrale Raad van Beroep

HD