Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2017:405

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
03-02-2017
Datum publicatie
06-02-2017
Zaaknummer
15/5666 WAO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Herzieningsverzoek. Door verzoeker is niet enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid naar voren gebracht. Afwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWWB 2017/83
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15/5666 WAO

Datum uitspraak: 3 februari 2017

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 2 juli 2014, 12/2444

Partijen:

[Verzoeker] te [woonplaats] (Marokko) (verzoeker)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft bij brief, ontvangen door de Raad op 13 augustus 2015, verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 2 juli 2014, 12/2444 WAO.

Het Uwv heeft aangegeven dat hetgeen verzoeker in zijn verzoekschrift heeft vermeld niet kan worden gezien als nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 december 2016. Verzoeker heeft zich laten vertegenwoordigen door M. Zankoua. Voor het Uwv is verschenen F.M.J. Eijmael.

OVERWEGINGEN

1. Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Awb kan een onherroepelijk geworden uitspraak op verzoek van een partij worden herzien op grond van feiten en omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

2. Bij zijn uitspraak van 2 juli 2014 heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 12 maart 2012, waarin het beroep tegen het besluit van 8 september 2011 ongegrond is verklaard, bevestigd. In dat besluit heeft het Uwv geweigerd aan verzoeker een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering toe te kennen omdat verzoeker niet alle benodigde stukken heeft overgelegd.

3. Verzoeker heeft gevraagd om herziening van de uitspraak van de Raad van 2 juli 2014. Hij heeft er op gewezen dat hij ernstig ziek is geworden terwijl hij in Nederland werkte en dat hij niet in staat is om te werken.

4. Het is vaste rechtspraak van de Raad (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 11 april 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1218) dat het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet is gegeven om een hernieuwde discussie over een zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. Het verzoek om herziening dient te worden afgewezen, nu niet is gebleken dat verzoeker enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid, zoals bedoeld in artikel 8:119 van de Awb, naar voren heeft gebracht.

5. Voor toepassing van artikel 8:75 van de Awb bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door L. Koper, in tegenwoordigheid van N. Veenstra als griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 februari 2017.

(getekend) L. Koper

(getekend) N. Veenstra

RB