Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2017:391

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-02-2017
Datum publicatie
03-02-2017
Zaaknummer
16/6814 WIA-VV-W
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Verzoek om wraking niet in behandeling genomen. De wet voorziet niet in de mogelijkheid van wraking nadat in een zaak uitspraak is gedaan.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 8:15
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ABkort 2017/56
JB 2017/73
USZ 2017/126
JOM 2017/710
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16/6814 WIA-VV-W

Datum uitspraak: 2 februari 2017

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Beslissing op het verzoek om wraking gedaan door

[verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)

PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank
Zeeland-West-Brabant van 15 augustus 2016, 16/2128, en een verzoek om een voorlopige voorziening gedaan.

Bij uitspraak van 17 januari 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:175, heeft de voorzieningenrechter van de Raad, mr. M.C. Bruning, het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.

Op 24 januari 2017 heeft verzoeker verzocht om wraking van mr. Bruning.

OVERWEGINGEN

1. In artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Hieruit volgt dat een verzoek om wraking moet worden gedaan voordat uitspraak is gedaan. Nadat uitspraak is gedaan, is de zaak immers niet langer bij de rechter of rechters in behandeling. De wet voorziet niet in de mogelijkheid van wraking nadat in een zaak uitspraak is gedaan.

2. Artikel 3, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wrakingsregeling bestuursrechtelijke colleges (Stcrt. 2013, 11425) bepaalt dat de wrakingskamer zonder zitting te houden kan beslissen een verzoek niet in behandeling te nemen indien het is ingediend nadat in de hoofdzaak uitspraak is gedaan. In geval van een verzoek om een voorlopige voorziening dient deze bepaling aldus te worden gelezen dat de wrakingskamer zonder zitting te houden kan beslissen een verzoek om wraking niet in behandeling te nemen nadat op het verzoek om een voorlopige voorziening is beslist.

3. Nu vaststaat dat verzoeker na de uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 januari 2017 om wraking van mr. Bruning heeft verzocht, wordt het verzoek niet in behandeling genomen. Dit brengt mee dat een inhoudelijke beoordeling van wat verzoeker in het kader van zijn verzoek om wraking heeft aangevoerd, achterwege blijft.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bepaalt dat het verzoek om wraking van mr. M.C. Bruning in deze zaak niet in behandeling wordt genomen.

Deze uitspraak is gedaan door E.J.M. Heijs als voorzitter en B.J. van de Griend en

J.J.T. van den Corput als leden, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 februari 2017.

(getekend) E.J.M. Heijs

(getekend) P.W.J. Hospel

HD