Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2017:3900

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24-10-2017
Datum publicatie
13-11-2017
Zaaknummer
17/191 AOW-V
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Appellante heeft in verzet geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat zij niet in verzuim is geweest. Ook anderszins is de Raad daarvan niet gebleken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 24 oktober 2017

17/191 AOW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 9 november 2016, 15/3120 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats], Marokko (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank

Zitting heeft: H.C.P. Venema

Griffier: N.L. Kuipers

Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 21 april 2017 heeft de Raad het hoger beroep van appellante tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.

Appellante heeft in verzet geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat zij niet in verzuim is geweest. Ook anderszins is de Raad daarvan niet gebleken.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) N.L. Kuipers (getekend) H.C.P. Venema

HD

DECISION

Le Centrale Raad van Beroep (Cour d’Appel Centrale)

statue:

Déclare l’opposition non fondée.

Par conséquent, décidée par H.C.P. Venema en présence de N.L. Kuipers en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 24 octobre 2017.