Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2017:390

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
31-01-2017
Datum publicatie
07-02-2017
Zaaknummer
16/5949 PW
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2016:5609, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Te laat hoger beroep ingesteld. Nalatigheid gemachtigde komt voor rekening van appellant.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16/5949 PW

Datum uitspraak: 31 januari 2017

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van

25 juli 2016, 15/5696 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op 20 december 2016. Partijen zijn, waarvan het college met bericht, niet verschenen.

OVERWEGINGEN

1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen een beslissing op bezwaar van 11 augustus 2015, inzake intrekking en terugvordering van (kosten van) bijstand ingevolge de Participatiewet, ongegrond verklaard.

2. In hoger beroep heeft appellant zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. In dit geding is allereerst de vraag aan de orde of het hoger beroep tijdig is ingesteld.

3. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

3.1.

Ingevolge artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.

3.2.

De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in op de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt. Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 25 juli 2016 in afschrift aan partijen toegezonden.

3.3.

Het hoger beroepschrift is op 14 september 2016 ontvangen. Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.

3.4.

Ten aanzien van een na afloop van de hoger beroepstermijn ingediend hoger beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

3.5.

Appellant heeft aangevoerd dat de overschrijding van de termijn te maken heeft met de verzending van de uitspraak door de rechtbank naar zijn gemachtigde. Deze gemachtigde was tot 22 augustus 2016 afwezig in verband met vakantie. Vervolgens heeft appellant pas op

30 augustus 2016, derhalve vijf dagen voor het verstrijken van de beroepstermijn, zijn gemachtigde kunnen spreken. Wat appellant verder heeft aangevoerd, komt erop neer dat als gevolg van inadequaat handelen van zijn gemachtigde de beroepstermijn is verstreken.

3.6.

Wat appellant heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. Er is geen rechtsregel die bepaalt dat de rechtbank bij het verzenden van uitspraken rekening dient te houden met vakantieperiodes in het algemeen of met afwezigheid wegens vakantie van een betrokkene of diens gemachtigde in het bijzonder. Daar komt bij dat niet is gebleken dat de gemachtigde van appellant de rechtbank heeft verzocht rekening te houden met een door hem opgegeven vakantieperiode. Volgens vaste rechtspraak (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 17 september 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:1800) komt voorts het handelen of nalaten van een persoon aan wie een betrokkene zijn belangen heeft toevertrouwd voor risico van die betrokkene. Daarbij wordt opgemerkt dat appellant heeft aangevoerd dat hij vijf dagen voor het verstrijken van de beroepstermijn, op 30 augustus 2016, contact heeft gehad met zijn gemachtigde. Niet valt in te zien dat appellant of zijn gemachtigde op dat moment niet met een beroepschrift op nader aan te voeren gronden de termijnoverschrijding had kunnen voorkomen. Dit betekent dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.

3.7.

Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door J.T.H. Zimmerman, in tegenwoordigheid van A. Mansourova als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 januari 2017.

(getekend) J.T.H. Zimmerman

(getekend) A. Mansourova

HD