Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2017:3742

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
01-11-2017
Datum publicatie
02-11-2017
Zaaknummer
15/6329 WWAJ
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering arbeids- en inkomensondersteuning op grond van de Wajong 2010. Appellant is in staat 75% van het minimumloon te verdienen. Zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek. Er zijn veel beperkingen aangenomen in de FML, de informatie van de behandelend sector is meegenomen, de geselecteerde functies zijn uitgebreid toegelicht en ook besproken met de verzekeringsarts. Geen aanknopingspunten om meer beperkingen aan te nemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15/6329 WWAJ

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van

11 augustus 2015, 15/220 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 1 november 2017

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.A. Buld, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Appellant heeft nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 juni 2017. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Buld. Het Uwv is, met bericht, niet verschenen.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellant heeft op 12 mei 2014 bij het Uwv een aanvraag om arbeids- en inkomensondersteuning op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong 2010) ingediend. Daarbij heeft appellant te kennen gegeven dat hij lijdt aan een stoornis in het autistisch spectrum, waardoor hij moeite heeft zijn dagelijks leven te structureren en te organiseren. Vervolgens is appellant op het spreekuur van een verzekeringsarts verschenen, die een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) heeft opgesteld. Daarna heeft een arbeidsdeskundige in een rapport van 6 augustus 2014 geconcludeerd dat appellant in staat is om met een aantal door haar geselecteerde functies meer dan 75% van het minimumloon te verdienen.

1.2.

Bij besluit van 12 augustus 2014 heeft het Uwv vervolgens de aanvraag om arbeids- en inkomensondersteuning op grond van de Wajong 2010 afgewezen.

1.3.

Het door appellant tegen het besluit van 12 augustus 2014 gemaakte bezwaar is door het Uwv bij beslissing op bezwaar van 19 december 2014 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. Aan dat besluit liggen rapporten van een verzekeringsarts bezwaar en beroep van
1 december 2014 en van een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 15 december 2014 ten grondslag. De FML is bij die beoordeling aangepast, maar appellant wordt nog steeds in staat geacht om 75% van het minimumloon te verdienen.

2. In de beroepsfase hebben de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep op verzoek van de rechtbank nadere rapporten uitgebracht, respectievelijk op 24 april 2015 en 20 mei 2015. Er zijn aanvullende beperkingen in de FML opgenomen, omdat appellant is aangewezen op werk in een rustige omgeving zonder veel lawaai en mensen om zich heen. De rechtbank heeft, mede op grond van deze nadere rapporten, het standpunt van het Uwv onderschreven dat appellant in staat moet worden geacht 75% van het minimumloon te verdienen. Ook is voldoende gebleken dat in de geselecteerde functies voldoende (inwerk)hulp beschikbaar is. Ook kan appellant aanspraak maken op begeleiding door een jobcoach. De rechtbank heeft het beroep vanwege een motiveringsgebrek gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van dat besluit in stand gelaten.

3. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat hij sinds zijn jeugd ernstige functioneringsproblemen heeft, die samenhangen met het syndroom van Asperger. Appellant is nooit in staat geweest een dienstverband duurzaam vol te houden en is zeker niet in staat voltijds te werken, ook niet met ondersteuning van een jobcoach. Hij is overgevoelig voor prikkels, waarvoor meer beperkingen in de FML moeten worden opgenomen. Daarom kan hij de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies niet verrichten.

4.1.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.2.

Uitgaande van de gestelde diagnose, het syndroom van Asperger, heeft het Uwv, laatstelijk in de FML van 24 april 2015, een aantal beperkingen vastgesteld, met name in de rubrieken I en II van de FML. Volgens het Uwv is appellant aangewezen op werk dat weinig veranderlijk is en bestaat uit concrete, overzichtelijke opdrachten. Er dient sprake te zijn van vaste werkwijzen en een voorspelbare werksituatie, alsmede van een prikkelarme omgeving. Uitgaande van die beperkingen heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep in haar rapport van 20 mei 2015 de functies productiemedewerker industrie, machinaal metaalbewerker en medewerker tuinbouw geselecteerd en gemotiveerd waarom zij deze geschikt acht. Blijkens haar rapport heeft zij over de geschiktheid van de functies overleg gepleegd met de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Daarbij is ook aandacht besteed aan de voorwaarde dat appellant moet kunnen terugvallen op collega’s en/of leidinggevenden.

4.3.

Appellant stelt dat hij in het geheel niet in staat is loonvormende arbeid te verrichten, althans dat hij dat niet duurzaam (voltijds) kan volhouden. Daartoe heeft appellant onder meer verwezen naar een arbeidskundig verslag van de registerarbeidsdeskundige R. Ottenschot van 14 oktober 2014, die heeft gesteld dat een regulier arbeidstraject geen optie is. Ook heeft hij verwezen naar de brief van re-integratie visie Twente van 6 februari 2015, waarin is gesteld dat appellant niet in staat is om langdurig volledig aan het werk te gaan; naar een brief van psychiater M. Platte van 5 september 2014, die heeft geoordeeld dat het aannemelijk is te stellen dat appellant een baan niet of net volledig kan volhouden, en naar een brief van psychotherapeut M. van Dam van 8 februari 2013, die het standpunt heeft ingenomen dat appellant voorlopig niet belastbaar is voor werk.

4.4.

Het oordeel van de rechtbank dat het medisch en arbeidskundig onderzoek van het Uwv zorgvuldig is verlopen wordt onderschreven. Er zijn veel beperkingen aangenomen in de FML, de informatie van de behandelend sector is meegenomen, de geselecteerde functies zijn uitgebreid toegelicht en ook besproken met de verzekeringsarts bezwaar en beroep. In de gedingstukken zijn geen aanknopingspunten te vinden om meer beperkingen aan te nemen. Dat appellant geen stabiel arbeidsverleden heeft, is verklaarbaar doordat, zoals de verzekeringsarts in diverse rapporten heeft aangegeven, de door hem vervulde functies geenszins voldeden aan de voor appellant geldende beperkingen.

4.5.

Gelet op wat in 4.2 tot en met 4.4 is overwogen komt de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door M.C. Bruning als voorzitter en E.W. Akkerman en
F.M.S. Requisizione als leden, in tegenwoordigheid van N. Veenstra als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 november 2017.

(getekend) M.C. Bruning

(getekend) N. Veenstra

AB