Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2017:347

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
01-02-2017
Datum publicatie
02-02-2017
Zaaknummer
15/4944 WSF
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15/4944 WSF, 16/5763 WSF

Datum uitspraak: 1 februari 2017

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 29 mei 2015, 15/655 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (minister)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. K. Celebi, advocaat, hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

De minister heeft op 4 april 2015 een nieuw besluit genomen.

Bij brieven van 21 oktober 2016 en 18 november 2016 is namens appellante aan de Raad bericht dat appellantes belang bij voortzetting van de hoger beroepsprocedure enkel nog gelegen is in de proceskosten. Partijen hebben vervolgens toestemming verleend om het onderzoek ter zitting achterwege te laten.

OVERWEGINGEN

1. Volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 21 juli 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3666) kan geen procesbelang worden ontleend aan de verzochte veroordeling tot vergoeding van proceskosten. Nu er ook overigens tussen partijen geen door de Raad te beslechten inhoudelijk geschil meer bestaat, moet het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

2. Omdat de minister aan appellante is tegemoetgekomen bestaat aanleiding de minister te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling in beroep en hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze worden begroot op € 1.485,- voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (één punt voor het beroepschrift, één punt voor het verschijnen ter zitting in beroep en één punt voor het hoger beroepschrift).

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

  • -

    verklaart het hoger beroep niet ontvankelijk;

  • -

    veroordeelt de minister in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 1.485,-;

  • -

    bepaalt dat de minister aan appellante het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van € 168,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 februari 2017.

(getekend) J. Brand

(getekend) R.L. Rijnen

UM