Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2017:3407

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27-09-2017
Datum publicatie
06-10-2017
Zaaknummer
16-5796 AWBZ
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Evenals de rechtbank en het Zorgkantoor komt de Raad tot het oordeel dat geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Geen grond voor oordeel dat appellante gedurende de bezwaartermijn niet in staat was om zelf bezwaar te maken of, zo zij zich daar niet toe in staat achtte, daarvoor hulp in te schakelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

16/5796 AWBZ

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 11 augustus 2016, 15/4468 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V. (Zorgkantoor)

Datum uitspraak: 27 september 2017

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Het Zorgkantoor heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 augustus 2017. Appellante is verschenen, bijgestaan door haar dochter [naam dochter]. Het Zorgkantoor heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. T.J. Cheung.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1.

Bij besluit van 29 mei 2015 heeft het Zorgkantoor het persoonsgebonden budget (pgb) van appellante voor het jaar 2014 vastgesteld op € 5.954,34 en een bedrag van € 1.792,30 van appellante teruggevorderd. Appellante heeft daartegen bezwaar gemaakt. Het bezwaarschrift is op 27 augustus 2015 door het Zorgkantoor ontvangen.

1.2.

Bij besluit van 14 oktober 2015 (bestreden besluit) heeft het Zorgkantoor het bezwaar van appellante kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Aan het bestreden besluit heeft het Zorgkantoor ten grondslag gelegd dat appellante niet binnen de termijn van zes weken van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bezwaar heeft gemaakt. Volgens het Zorgkantoor is geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat tussen partijen niet in geschil is dat appellante het bezwaarschrift na afloop van de bezwaartermijn heeft ingediend. Tussen partijen is enkel in geschil of de termijnoverschrijding verschoonbaar is. De rechtbank heeft onder verwijzing naar de uitspraak van de Raad van 29 mei 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:CA2132, vooropgesteld dat appellante zelf verantwoordelijk is voor de tijdige indiening van rechtsmiddelen. In het geval dat appellante niet in staat is om zelf tijdig een bezwaarschrift in te dienen, kan van haar worden gevergd dat zij ervoor zorg draagt dat een ander dat voor haar doet. Volgens de rechtbank heeft appellante niet aannemelijk gemaakt dat zij niet in staat was om tijdig, al dan niet voorlopig, bezwaar te maken dan wel om hulp daarvoor in te schakelen. Het Zorgkantoor heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.

3. Appellante heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Volgens haar is de termijnoverschrijding verschoonbaar. Zij heeft in dat verband – kort gezegd – gewezen op haar slechte gezondheid en moeilijke omstandigheden in haar privé-leven ten tijde van belang. Volgens appellante heeft zij haar pgb geheel besteed aan AWBZ‑zorg en heeft zij onvoldoende financiële middelen om de terugvordering te voldoen.

4. De Raad oordeelt als volgt.

4.1.

Voor het toepasselijke wettelijke kader wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak.

4.2.

Evenals de rechtbank en het Zorgkantoor komt de Raad tot het oordeel dat geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Voorop staat dat appellante zelf verantwoordelijk is voor de tijdige indiening van haar bezwaarschrift. In hetgeen appellante heeft aangevoerd ziet de Raad geen grond voor het oordeel dat appellante gedurende de bezwaartermijn niet in staat was om zelf bezwaar te maken of, zo zij zich daar niet toe in staat achtte, daarvoor hulp in te schakelen. De rechtbank heeft dan ook met juistheid geoordeeld dat het Zorgkantoor het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

4.3.

Het vorenstaande betekent dat de Raad niet toekomt aan een beoordeling van de hoger beroepsgronden van appellante over de vaststelling en terugvordering van haar pgb.

4.4.

Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door N.R. Docter, in tegenwoordigheid van M.S.E.S. Umans als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 september 2017.

(getekend) N.R. Docter

De griffier is verhinderd te ondertekenen.

AB