Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2017:3197

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-08-2017
Datum publicatie
19-09-2017
Zaaknummer
13/3952 WWAJ
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Geen (proces)belang. Ter uitvoering van de tussenuitspraak (ECLI:NL:CRVB:2016:2893) heeft het Uwv aan appellante medegedeeld een Wajong-uitkering wordt toegekend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

13/3952 WWAJ

Datum uitspraak: 25 augustus 2017

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van

27 juni 2013, 12/1036 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

De Raad heeft in het geding tussen partijen op 29 juli 2016 een tussenuitspraak gedaan, ECLI:NL:CRVB:2016:2893.

Op 1 september 2016 heeft het Uwv een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.

Namens appellante heeft mr. E. van Bommel met de brief van 26 september 2016 op deze nieuwe beslissing gereageerd.

Partijen hebben nadere stukken ingediend.

De meervoudige kamer van de Raad heeft besloten de zaak te verwijzen naar een enkelvoudige kamer van de Raad.

De Raad heeft bepaald dat een nader onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

1. Verwezen wordt naar de tussenuitspraak van 29 juli 2016 voor de feiten waarvan wordt uitgegaan bij de oordeelsvorming. Hieraan wordt het volgende toegevoegd.

2. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft het Uwv bij gewijzigde beslissing op bezwaar van 1 september 2016 aan appellante medegedeeld dat aan haar met ingang van

13 februari 2012 een Wajong-uitkering wordt toegekend.

3. Gelet op de brief van 26 september 2016 stelt de Raad vast dat met de beslissing op bezwaar van 1 september 2016 geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen. De Raad is niet gebleken dat appellante nog enig (proces)belang heeft bij een beoordeling door de Raad van de uitspraak van de rechtbank. Dat procesbelang kan niet gelegen zijn in het standpunt van het Uwv dat over de gevolgen van het afronden van haar studie nog een beoordeling zal plaatsvinden. De Raad zal het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4.1.

De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

4.2.

De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), begroot op € 1.238,- in beroep en € 1.485,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand, in totaal € 2.723,-.

4.3.

Het verzoek om vergoeding van de kosten van de door appellante overgelegde nota’s van Artesse komt gedeeltelijk voor toewijzing in aanmerking. De nota’s 13-81 en 13-86 komen niet voor vergoeding in aanmerking omdat deze niet tot kenbare rapporten hebben geleid. De nota’s 13-71 van € 847,- en 13-89 van € 363,- komen voor vergoeding in aanmerking.

4.4.

De nota van 10 januari 2013 van D.J. Schakel, medisch adviseur, komt voor vergoeding in aanmerking. Gelet op artikel 2, eerste lid, aanhef en onder b, van het Bpb en artikel 8 van het Besluit tarieven in strafzaken 2003 wordt daarbij uitgegaan van een uurtarief van € 116,09 (te vermeerderen met BTW). Uit de door appellante overgelegde nota blijkt dat de werkzaamheden van Schakel drie uur in beslag hebben genomen, zodat de vergoeding hiervoor € 421,41 (inclusief BTW) bedraagt.

4.5.

Gezien het vorenstaande bedraagt het totaal aan voor vergoeding in aanmerking te komen proceskosten € 4.354,41.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 4.354,41;

- bepaalt dat het Uwv aan appellante het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 160,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door R.E. Bakker, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 augustus 2017.

(getekend) R.E. Bakker

(getekend) P. Boer

AB