Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2017:3079

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
08-09-2017
Datum publicatie
12-09-2017
Zaaknummer
12/2981 WIA
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Geheel tegemoet gekomen aan het bezwaar van appellante. Geen belang meer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

12/2981 WIA

Datum uitspraak: 8 september 2017

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van

11 april 2012, 11/9626 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

De Raad heeft in het geding tussen partijen op 3 maart 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:899, een tussenuitspraak gedaan.

Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft het Uwv op 19 april 2017 een nieuw besluit genomen.

Appellante heeft meegedeeld dat zij geen op- of aanmerkingen heeft over het besluit van

19 april 2017 en verzocht om het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

OVERWEGINGEN

1. Het besluit van 19 april 2017 komt geheel tegemoet aan het bezwaar van appellante tegen het besluit van 8 juli 2011. Gelet op de artikelen 6:19, eerste lid, en 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht wordt dit besluit niet in de beoordeling betrokken.

2. Het Uwv heeft het besluit van 8 juli 2011 niet gehandhaafd. Er is in verband daarmee niet verzocht om toekenning van schadevergoeding. Appellante heeft geen belang meer bij een beoordeling van de aangevallen uitspraak. Het hoger beroep wordt niet ontvankelijk verklaard.

3. Aanleiding bestaat om het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante. Deze kosten worden begroot op € 990,- in beroep en op € 1.485,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand, in totaal € 2.475,-.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 2.475,-;

- bepaalt dat het Uwv aan appellante het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht

van in totaal € 156,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 september 2017.

(getekend) M.M. van der Kade

(getekend) M.D.F. de Moor

GdJ