Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2017:2971

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
29-08-2017
Datum publicatie
01-09-2017
Zaaknummer
16/3412 WIA-V
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 29 augustus 2017

16/3412 WIA-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 1 april 2016, 15/7916 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 11 november 2016 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Appellant heeft verzet gedaan.

Het verzet is behandeld ter zitting van 18 juli 2017. Appellant was aanwezig. Het Uwv heeft zich, met voorafgaand bericht, niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 11 november 2016 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 17 mei 2016. Het hogerberoepschrift is digitaal op 19 mei 2016 ingediend. Daarmee staat vast dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.

In verzet heeft appellant aangevoerd dat hij de laatste dag om tijdig hoger beroep in te stellen in zijn agenda had genoteerd en van plan was een paar dagen voor het einde van de termijn in hoger beroep te gaan. Door medische redenen en persoonlijke omstandigheden is hij niet in staat geweest om tijdig hoger beroep in te stellen. Ook was hij aan het twijfelen geraakt doordat zijn advocaat had gezegd dat de zaak kansloos was.

De Raad ziet in het door appellant aangevoerde geen grond voor het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Het had op de weg van appellant gelegen om hulp van derden in te schakelen, juist omdat hij zich ervan bewust was dat hij door de omstandigheden niet steeds in staat was zijn belangen goed te behartigen.

Nu ook overigens niet is gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat appellant niet in verzuim is geweest, moet het verzet ongegrond worden verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
29 augustus 2017.

(getekend) T.G.M. Simons

(getekend) D.W.M. Kaldenhoven

NW