Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2017:2969

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
29-08-2017
Datum publicatie
12-09-2017
Zaaknummer
16/6934 PW-V
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2016:4903, Overig
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzet. Termijnoverschrijding niet verschoonbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 29 augustus 2017

16/6934 PW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de
Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 27 juli 2016, 15/6510 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland (college)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de
Algemene wet bestuursrecht van 10 januari 2017 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Appellante heeft verzet gedaan.

Het verzet is behandeld ter zitting van 18 juli 2017. Appellante is verschenen. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 10 januari 2017 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was
15 september 2016. Het hogerberoepschrift is digitaal ingediend bij de Raad van State op
7 november 2016. De Raad van State heeft het hogerberoepschrift doorgezonden aan de Raad.

Ter zitting heeft appellante verklaard dat zij in eerste instantie dacht dat er geen hoger beroep mogelijk was tegen de aangevallen uitspraak. Appellante heeft verder verklaard dat zij wellicht de aangevallen uitspraak heeft verwisseld met de uitspraak van de rechtbank op het door haar ingediende wrakingsverzoek van 22 juli 2016, waartegen geen rechtsmiddel openstaat.

De Raad ziet in het door appellante aangevoerde geen grond voor het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. In de aangevallen uitspraak en in de begeleidende brief van de rechtbank staat duidelijk aangegeven dat partijen binnen zes weken na de datum van verzending van de uitspraak hoger beroep kunnen instellen.

Nu ook overigens niet is gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat appellante niet in verzuim is geweest, moet het verzet ongegrond worden verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van

D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op

29 augustus 2017.

(getekend) T.G.M. Simons

(getekend) D.W.M. Kaldenhoven

AB