Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2017:2846

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-08-2017
Datum publicatie
21-08-2017
Zaaknummer
16/1373 AOR
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Oorlogsgetroffene in de zin van de AOR. Oorlogsletsel. De Raad kan het standpunt van verweerder onderschrijven dat betrokkene niet persoonlijk één of meer oorlogsgebeurtenissen in de zin van de AOR heeft meegemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2017-0687

Uitspraak

16/1373 AOR

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak in het geding tussen

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Pensioen- en Uitkeringsraad (verweerder)

Datum uitspraak: 18 augustus 2017

PROCESVERLOOP

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 14 januari 2016, kenmerk BZ01915805 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR).

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 juli 2017. Daar is appellant verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I. Pieterse.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellant, geboren in 1945, heeft in mei 2015 een aanvraag ingediend om toekenningen op grond van de AOR.

1.2.

Bij besluit van 17 september 2015, na bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit, heeft verweerder de aanvraag afgewezen op de grond dat in onvoldoende mate is aangetoond of aannemelijk is gemaakt dat appellant in omstandigheden heeft verkeerd in de zin van de AOR.

2. Naar aanleiding van wat partijen in beroep hebben aangevoerd komt de Raad tot de volgende beoordeling.

2.1.

Op grond van artikel 1 van de AOR - zoals aangevuld bij Ordonnantie van 5 november 1945 (Ned. Ind. Stb. 1946, 118) - wordt onder oorlogsletsel verstaan, voor zover hier van belang:

het lichamelijk, dan wel geestelijk letsel, ziekte daaronder begrepen, hetwelk aan een persoon is overkomen

- als gevolg van een actie van de vijand, van enige handeling of nalatigheid van een onderdeel of lid van de weermacht of van de burgerlijke hulpdiensten in tijd van feitelijke oorlog, dan wel van maatregelen of omstandigheden welke met de oorlogsvoering onverbrekelijk samenhangen;

- gedurende internering, krijgsgevangenschap, gedwongen tewerkstelling, of gedurende gevangenschap, vooronderzoek dan wel aanhouding, als gevolg van verdenking wegens daden, welke gericht waren tegen de bevelen van het Japanse bezettingsleger en niet vallen onder het gewone strafrecht;

- in de periode vanaf 15 augustus 1945 (tot 13 januari 1954, zoals later is bepaald) als gevolg van tegen hem gerichte actie van de bedrijvers van de ongeregeldheden, welke na de capitulatie van Japan in Nederlands-Indië zijn ontstaan, dan wel als gevolg van de maatregelen tot herstel van de orde en rust genomen.

2.2.

Hieruit volgt dat voor het erkennen als oorlogsgetroffene in de zin van de AOR als eerste voorwaarde geldt dat de aanvrager gebeurtenissen als bedoeld in de AOR heeft meegemaakt. Pas als een zodanige betrokkenheid is vastgesteld, kunnen de medische gevolgen daarvan aan de orde komen. Verweerder heeft dan ook terecht zonder voorafgaand medisch onderzoek beoordeeld of appellant oorlogsgebeurtenissen in de zin van de AOR heeft meegemaakt.

2.3.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat het in angst leven door de moeder van appellant tijdens haar zwangerschap van appellant, geen gebeurtenis is die appellant persoonlijk heeft meegemaakt, dat de gestelde inval door Japanners niet is komen vast te staan en dat het moeten vluchten van adres naar adres niet kan worden bevestigd.

2.4.

De Raad kan het standpunt van verweerder onderschrijven. Voor erkenning als oorlogsgetroffene in de zin van de AOR is vereist dat de betrokkene persoonlijk één of meer oorlogsgebeurtenissen in de zin van de AOR heeft meegemaakt. Een ongeboren vrucht kan niet als oorlogsgetroffene in de zin van de AOR worden aangemerkt. Hetgeen de moeder is overkomen is niet een gebeurtenis waardoor degene die later uit de moeder is geboren persoonlijk is getroffen (zie de uitspraak van 7 maart 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3507).

2.5.

De beschikbare gegevens, waaronder de relatiedossiers van de vader, diens broer en de moeder van appellant, bieden geen houvast voor de conclusie dat appellant oorlogsgebeurtenissen in de zin van de AOR heeft meegemaakt. Buiten de eigen verklaring van appellant zijn van de gestelde vlucht van de familie en de inval door Japanners geen bevestigingsgegevens verkregen. De ervaringen van de vader van appellant die mogelijkerwijs onbewust op appellant een weerslag hebben gehad, zijn geen ervaringen die voor appellant tot een erkenning in de zin van de AOR kunnen leiden. Appellant is dan ook niet ten onrechte niet aangemerkt als getroffene van oorlogsgeweld in de zin van de AOR.

2.6.

Uit het voorgaande volgt dat het bestreden besluit in rechte stand kan houden. Het beroep dient ongegrond te worden verklaard.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend, in tegenwoordigheid van J. Tuit als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2017.

(getekend) B.J. van de Griend

(getekend) J. Tuit

HD