Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2017:2845

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-08-2017
Datum publicatie
21-08-2017
Zaaknummer
16/1530 AOR
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Dat het arbeidsongeschiktheidspercentage op grond van de AOR lager uitvalt dan het percentage dat ten grondslag lag aan de arbeidsongeschiktheidsuitkering, berust niet op een verschil tussen de medische beoordelingen zoals die op grond van de van toepassing zijnde regelingen zijn uitgevoerd, maar op het gegeven dat de AOR zich beperkt tot oorlogsgerelateerde klachten, terwijl voor een reguliere arbeidsongeschiktheidsuitkering alle klachten meetellen. Geen aanknopingspunten te vinden voor twijfel aan de juistheid van het standpunt dat verweerder heeft ingenomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16/1530 AOR

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak in het geding tussen

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Pensioen- en Uitkeringsraad (verweerder)

Datum uitspraak: 18 augustus 2017

PROCESVERLOOP

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 27 januari 2016, kenmerk BZ01941464 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR).

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend,.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 juli 2017. Appellant is verschenen, bijgestaan door M.R. Masela. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. I. Pieterse.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellant, geboren in 1946, heeft in december 2014 bij verweerder een aanvraag ingediend om aanspraken op grond van de AOR.

1.2.

Bij besluit van 17 november 2015 is appellant aanvaard als oorlogsslachtoffer in de zin van de AOR. Vastgesteld is dat hij (psychisch) oorlogsletsel heeft als gevolg waarvan sprake is van een ongeschiktheid voor het verrichten van passende arbeid voor 50%. Het tegen dit besluit ingediende bezwaar is bij het bestreden besluit ongegrond verklaard.

2. In beroep, evenals in bezwaar, stelt appellant zich op het standpunt dat sprake is

van 80-100% arbeidsongeschiktheid, gelijk aan het percentage dat ten grondslag ligt aan de arbeidsongeschiktheidsuitkering die hij tot zijn pensionering uitbetaald heeft gekregen.

3. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

3.1.

Anders dan appellant kennelijk veronderstelt, is verweerder niet afgeweken van het arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100 zoals dat ten grondslag lag aan de arbeidsongeschiktheidsuitkering van appellant. De geneeskundig adviseur R.J. Roelofs, arts, die appellant naar aanleiding van zijn aanvraag heeft onderzocht, heeft appellant qua invaliditeit immers ingedeeld in klasse V (100%).

3.2.

Anders dan in geval van een reguliere arbeidsongeschiktheidsuitkering, kunnen in het kader van de AOR alleen die medische klachten een rol spelen die zijn terug te voeren op de relevante oorlogservaringen. Roelofs heeft geoordeeld dat van de op 100% te stellen algemene invaliditeit de helft aan die oorlogservaringen is toe te schrijven. De met die ervaringen verband houdende arbeidsongeschiktheid voor het verrichten van passende arbeid (administratief medewerker) is door Roelofs eveneens gesteld op 50%.

3.3.

Dat het arbeidsongeschiktheidspercentage op grond van de AOR lager uitvalt dan het percentage dat ten grondslag lag aan de arbeidsongeschiktheidsuitkering, berust dus niet op een verschil tussen de medische beoordelingen zoals die op grond van de van toepassing zijnde regelingen zijn uitgevoerd, maar op het gegeven dat de AOR zich beperkt tot oorlogsgerelateerde klachten, terwijl voor een reguliere arbeidsongeschiktheidsuitkering alle klachten meetellen.

3.4.

Roelofs, en in zijn navolging de in bezwaar geconsulteerde geneeskundig adviseur, de arts G.L.G. Kho, hebben onder meer gewezen op de psychische klachten en invaliditeit die het gevolg zijn van het opgroeien van appellant in een gezin met een zeer strenge vader. Deze klachten kunnen niet als causaal aan de oorlogservaringen worden aanvaard.

3.5.

In de beschikbare medische gegevens zijn geen aanknopingspunten te vinden om te twijfelen aan de juistheid van het standpunt dat verweerder, in het voetspoor van zijn geneeskundig adviseurs, heeft ingenomen. De adviseurs hebben inzichtelijk beargumenteerd dat de klachten van appellant meerdere oorzaken hebben. Appellant heeft op zichzelf beschouwd ook niet zo zeer weersproken dat ook andere ervaringen dan zijn oorlogsverleden tot zijn psychische klachten hebben bijgedragen. Er zijn geen objectieve medische gegevens die tot een andere verdeling moeten leiden.

3.6.

Het voorgaande brengt mee dat het bestreden besluit in rechte stand kan houden. Het beroep van appellant moet daarom ongegrond worden verklaard.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend, in tegenwoordigheid van J. Tuit als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2017.

(getekend) B.J. van de Griend

(getekend) J. Tuit

HD