Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2017:218

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-01-2017
Datum publicatie
24-01-2017
Zaaknummer
10/4736 INBURG
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Naar aanleiding van de tussenuitspraak (ECLI:NL:CRVB:2016:2155) is een nieuw besluit genomen, waarmee aan de bezwaren van appellante tegemoet is gekomen. Proceskostenvergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/4736 INBURG

Datum uitspraak: 20 januari 2017

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 12 juli 2010, 10/1331 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Commissie Sociale Zekerheid van de gemeente Breda (Commissie)

PROCESVERLOOP

Voor een overzicht van het procesverloop wordt verwezen naar de tussenuitspraak van

27 mei 2016 (ECLI:NL:CRVB:2016:2155) waarin de Commissie is opgedragen het gebrek in het bestreden besluit binnen zes weken na verzending van die uitspraak te herstellen.

De Commissie heeft, met een brief van 30 augustus 2016, laten weten op 29 augustus 2016 een nieuwe beslissing op bezwaar te hebben genomen, waarin het bezwaar gegrond is verklaard. Partijen hebben nog enkele malen schriftelijk op elkaars standpunten gereageerd. De Commissie heeft op 6 september 2016 laten weten het besluit van 29 augustus 2016 aangevuld te hebben met de toekenning van kosten in bezwaar.

Met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gelezen in verbinding met artikel 8:108 van de Awb, is afgezien van een nader onderzoek ter zitting.

Vervolgens heeft de Raad het onderzoek gesloten en de zaak verwezen naar de enkelvoudige kamer.

OVERWEGINGEN

1. Voor een uiteenzetting van de feiten waarvan bij de oordeelsvorming wordt uitgegaan wordt verwezen naar de tussenuitspraak van 27 mei 2016. Hier wordt volstaan met het volgende.

2.1.

Nu met het besluit van 29 augustus 2016, aangevuld op 6 september 2016, aan de bezwaren van appellante tegemoet is gekomen, moet vastgesteld worden dat de aangevallen uitspraak vernietigd dient te worden. Tevens moet vastgesteld worden dat tussen partijen nog slechts in geding is de hoogte van de aan appellante toekomende vergoeding van (proces)kosten.

2.2.

Uit de nader door de Commissie ingezonden reactie van 22 september 2016 blijkt dat tussen partijen niet meer in geschil is dat de Commissie aan appellante zal vergoeden de kosten in bezwaar. Omtrent de proceskosten bestaat evenmin meer een verschil van mening over de voor vergoeding in aanmerking komende proceshandelingen, alsmede over de reiskosten en de vergoeding van de kosten van de tolk. De Commissie meent echter dat er mogelijkerwijs sprake is van samenhangende zaken bij de behandeling van het geding bij het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof).

2.3.

De vraagstelling aan het Hof had betrekking op een tweetal gedingen, waarvan het geding van appellante er één was. Hoewel de onderliggende rechtsvraag in beide gedingen gelijk was, waren de feitelijke en procedurele vraagstukken zodanig van elkaar verschillend, dat er geen aanleiding bestaat voor de toekenning van proceskosten aan appellante een correctie op de hoogte toe te passen via de wegingsfactor. Daarom zal de Commissie veroordeeld worden tot vergoeding van proceskosten van in totaal € 5.692,50 voor verleende rechtsbijstand,

€ 118,20 aan reiskosten en € 198,11 aan kosten van de tolk. In totaal is dit € 6.008,81.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

  • -

    vernietigt de aangevallen uitspraak en het besluit van 25 februari 2010;

  • -

    veroordeelt de Commissie in de proceskosten van appellante tot een bedrag van

€ 6.008,81;

- bepaalt dat de Commissie aan appellante het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 152,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2017.

(getekend) M.M. van der Kade

(getekend) M.D.F. de Moor

NK