Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2017:2171

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-06-2017
Datum publicatie
27-06-2017
Zaaknummer
16-430 PW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afgewezen aanvragen bijzondere bijstand en individuele inkomenstoeslag. Beschikken over saldo en/of rekening. Weigering inzage in bankafschriften op grond van privacy ouders. Recht niet vast te stellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16/430 PW, 16/525 PW

Datum uitspraak: 20 juni 2017

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van

18 december 2015, 15/6797 en 15/6798 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] (appellant) en [appellante] (appellante), beiden te Wateringen

het college van burgemeester en wethouders van Westland (college)

PROCESVERLOOP

Appellanten hebben hoger beroep ingesteld en nadere stukken ingediend.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 maart 2017. Appellanten zijn verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. L.J.A. Edelaar.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1.

Appellanten hebben op 3 december 2014 aanvragen ingediend om bijzondere bijstand voor de kosten van sociale participatie volwassenen, de eigen bijdrage voor de kosten van rechtsbijstand, de kosten van griffierecht en kosten van de dierenarts.

1.2.

Op 4 februari 2015 hebben appellanten een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag als bedoeld in artikel 36 van de Participatiewet (PW).

1.3.

In het kader van het onderzoek naar de in 1.2 en 1.3 genoemde aanvragen bleek, onder meer uit informatie van de Belastingdienst, dat (mede) op naam van appellante bankrekeningen bij de ABN AMRO-bank met nummers (…)158, (…)462 en (…)454

(en/of-rekeningen) stonden die tot dan toe bij het college onbekend waren. Het college heeft appellanten verzocht nadere gegevens, waaronder afschriften van die ABN AMRO- bankrekeningen, over te leggen. Daarop hebben appellanten verklaard dat op deze

ABN AMRO en/of-rekeningen tegoeden staan van de ouders van appellante en dat zij deze rekeningen enkel voor haar ouders beheert. Daarbij hebben appellanten een verklaring van de ouders van appellante van 25 februari 2015 en een Overeenkomst Gemeenschappelijke Rekening van de ABN AMRO-bank op naam van appellante en de moeder van appellante betreffende twee van de genoemde bankrekeningen overgelegd. Appellanten hebben de gevraagde bankafschriften niet overgelegd.

1.4.

Bij besluit van 30 maart 2015, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 18 augustus 2015 (bestreden besluit 1), heeft het college de aanvragen om bijzondere bijstand afgewezen. Het college heeft aan bestreden besluit 1 ten grondslag gelegd dat de vermogenspositie van appellanten niet kan worden vastgesteld, omdat appellanten onder meer geen inzicht hebben gegeven in het gebruik van de en/of-rekeningen op naam van appellante en haar moeder. Als gevolg hiervan kan ook niet worden vastgesteld of appellanten recht hebben op bijzondere bijstand.

1.5.

Bij afzonderlijk besluit van 30 maart 2015, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 18 augustus 2015 (bestreden besluit 2), heeft het college de aanvraag van appellanten om een individuele inkomenstoeslag op dezelfde grond afgewezen.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank de beroepen tegen de bestreden besluiten ongegrond verklaard.

3. Appellanten hebben zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Daartoe hebben appellanten, samengevat, het volgende naar voren gebracht. Appellante kon niet beschikken over de tegoeden op de en/of-rekeningen. Weliswaar staat de naam van appellante op deze en/of-rekeningen vermeld, maar zij was enkel gemachtigde en in die zin beheerder van die rekeningen, zonder dat haar het recht toekwam over de op die rekeningen aanwezige tegoeden te beschikken. De bankrekeningen zijn wegens de slechte gezondheidstoestand van de ouders van appellante mede op naam van appellante gezet. Dit is een tijdelijke situatie geweest. Van appellanten kan niet worden verlangd dat zij de afschriften van deze bankrekeningen overleggen omdat zij daarmee in strijd met de privacy van de ouders van appellanten zouden handelen. De financiële situatie van appellanten hebben zij voldoende inzichtelijk gemaakt. Appellanten verkeren in een acute noodsituatie.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Het gegeven dat een bankrekening op naam van een betrokkene staat, brengt - behoudens tegenbewijs - mee dat het op die rekening staande tegoed een bestanddeel vormt van het vermogen waarover hij/zij beschikt of redelijkerwijs kan beschikken. Dit is niet anders bij een zogeheten “en/of”-rekening, aangezien daarmee slechts wordt aangeduid dat de rekeninghouders zowel gezamenlijk als ieder afzonderlijk over het tegoed kunnen beschikken. In een dergelijke situatie is het aan de betrokkene om aannemelijk te maken dat het tegendeel het geval is.

4.2.

Appellanten hebben gesteld dat het hier een uitzonderlijke situatie betrof, maar zij hebben niet aannemelijk gemaakt dat appellante niet kon beschikken over de tegoeden op de

en/of-rekeningen. Als mederekeninghouder had appellante feitelijk de beschikking over het tegoed op de bankrekeningen. Appellante heeft niet met objectieve en verifieerbare gegevens aannemelijk gemaakt dat haar beschikkingsmacht op enigerlei wijze was beperkt. De door appellante overgelegde verklaring van haar ouders van 25 februari 2015, waarin onder meer is vermeld dat de tegoeden op die rekeningen niet van appellante zijn en dat appellante daarover niet vrij mag beschikken, brengt niet mee dat zij niet over de tegoeden kon beschikken. Uit de overgelegde Overeenkomst Gemeenschappelijke Rekening van de ABN AMRO-bank blijkt enkel dat twee van de en/of-rekeningen op naam van appellante en de moeder van appellante als gemeenschappelijke rekening zijn geopend. Anders dan appellante heeft betoogd is ten slotte ook niet van belang om welke reden ervoor gekozen is om de bankrekeningen van de ouders mede op naam van appellante te zetten.

4.3.

Nu appellanten niet hebben voldaan aan het verzoek van het college om die bankafschriften ter inzage te geven, hebben appellanten onvoldoende inzicht gegeven in hun vermogenspositie. Als gevolg hiervan heeft het college niet kunnen vaststellen of appellanten recht hadden op bijzondere bijstand en een individuele inkomenstoeslag. De omstandigheid dat appellanten inzage van het college in de afschriften van de bankrekeningen hebben geweigerd vanwege de inbreuk die dit maakt op het persoonlijk leven van de ouders van appellante, moet voor rekening en risico van appellanten blijven. De rekeningen staan mede op naam van appellante en vormen daarmee, gelet op wat is overwogen in 4.1 een bestanddeel van het vermogen van appellanten.

4.4.

Anders dan het college en de rechtbank hebben overwogen kan toetsing aan artikel 16, eerste lid, van de PW hier niet aan de orde komen. De afwijzing van de aanvragen berust op de grond dat het recht op bijstand en op individuele inkomenstoeslag niet kan worden vastgesteld. Daaruit volgt niet dat appellanten niet behoren tot de kring van bijstandsgerechtigden als bedoeld in paragraaf 2.2 van de PW. Verwezen wordt naar de uitspraak van 21 april 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1280. De beroepsgrond van appellanten, dat in hun geval sprake is van een constante en permanente, acute noodsituatie, blijft dan ook buiten bespreking.

4.5.

Het hoger beroep slaagt niet, zodat de aangevallen uitspraak, met verbetering van gronden, bevestigd dient te worden.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door A. Stehouwer als voorzitter en G.M.G. Hink en J.L. Boxum als leden, in tegenwoordigheid van M.S. Spek als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 juni 2017.

(getekend) A. Stehouwer

De griffier is verhinderd te ondertekenen.

HD