Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2017:113

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12-01-2017
Datum publicatie
19-01-2017
Zaaknummer
16/4389 AW
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toekenning van en overgang naar de LFNP-functie van Senior GGP, met als vakgebied GGP, gewaardeerd in salarisschaal 8. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat de matching in zijn geval niet overeenkomstig de Regeling overgang naar een LFNP functie is geschied of anderszins tot een onhoudbaar resultaat heeft geleid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16/4389 AW

Datum uitspraak: 12 januari 2017

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 25 mei 2016, 14/2785 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de korpschef van politie (korpschef)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. P. Bellod hoger beroep ingesteld.

De korpschef heeft een verweerschrift ingediend.

Partijen hebben toestemming gegeven een onderzoek ter zitting achterwege te laten, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

1.1.

Voor het kader en de van toepassing zijnde regelgeving van dit hoger beroep verwijst de Raad naar zijn uitspraken van 1 juni 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1550 en ECLI:NL:CRVB:2015:1663.

1.2.

Appellant was werkzaam als Projectleider 027/08/8 bij de voormalige politieregio [regio] .

1.3.

De uitgangspositie van appellant voor de omzetting naar het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP) is vastgesteld op de functie van Projectleider 027/08/8, salarisschaal 8.

1.4.

Op 16 december 2013 heeft de korpschef ten aanzien van appellant besloten tot toekenning van en overgang naar de LFNP-functie van Senior GGP, met als vakgebied GGP, gewaardeerd in salarisschaal 8. Bij besluit van 4 juni 2014 (bestreden besluit) is het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft de juistheid van die uitspraak op de hierna te bespreken gronden bestreden.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

In de onder 1.1 genoemde uitspraken van 1 juni 2015 heeft de Raad geconcludeerd dat de korpschef bij besluiten over de toekenning van en overgang naar een LFNP-functie ervan mag uitgaan dat toepassing van de voor het matchingsproces geldende regels tot de in de transponeringstabel, behorende bij de Regeling overgang naar een LFNP functie, Stcrt. 2013, nr. 13141 (Regeling), vermelde uitkomst leidt. Hij mag in beginsel volstaan met een verwijzing naar de transponeringstabel. Het is aan de betrokken politieambtenaar om aannemelijk te maken dat de matching niet overeenkomstig de Regeling is geschied of dat het resultaat van de matching anderszins onhoudbaar is te achten. Het enkele feit dat een andere uitkomst ook verdedigbaar zou zijn geweest, is niet voldoende. Verder kan de politieambtenaar zich niet beroepen op feiten of omstandigheden die hij reeds in het kader van de vaststelling van de uitgangspositie naar voren had kunnen brengen.

4.2.

Appellant heeft erop gewezen dat de Raad in zijn uitspraak van 18 (lees: 4) augustus 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3121, in een gelijk geval als dat van appellant - onder meer - heeft beslist dat in de in die zaak ter beoordeling staande functietypering alsnog een aantal werkzaamheden dienen te worden opgenomen. Appellant heeft verzocht om - ten aanzien van de inhoud van zijn functietypering - te beslissen conform de meergenoemde uitspraak van

4 augustus 2016. Dit betoog slaagt niet. Wat appellant heeft aangevoerd, heeft betrekking op zijn uitgangspositie. Zoals hiervoor - onder 4.1 - reeds is overwogen, kan de politieambtenaar zich in een procedure als deze niet beroepen op feiten of omstandigheden die hij reeds in het kader van de vaststelling van de uitgangspositie naar voren had kunnen brengen. Indien appellant zich niet kon vinden in zijn uitgangspositie, had het op zijn weg gelegen om functieonderhoud te vragen op grond van de Tijdelijke regeling functieonderhoud politie (Trfp) en/of rechtsmiddelen aan te wenden tegen de besluitvorming aangaande zijn uitgangspositie. Appellant heeft dit niet gedaan; zijn uitgangspositie op 31 december 2011 is aldus in rechte komen vast te staan. Dit een en ander is, anders dan appellant veronderstelt, een wezenlijk verschil met het in de meergenoemde uitspraak van 4 augustus 2016 berechte geval. Zoals de korpschef in het verweerschrift terecht heeft opgemerkt, lag in de zaak die ten grondslag heeft gelegen aan de uitspraak van 4 augustus 2016 - anders dan hier - (juist) een besluit inzake functieonderhoud ter toetsing voor, waarbij een ander toetsingskader wordt gehanteerd. Het verzoek van appellant om te beslissen conform de meergenoemde uitspraak van 4 augustus 2016 gaat het bestek van de onderhavige procedure dus te buiten.

4.3.

Appellant heeft met zijn betoog niet aannemelijk gemaakt dat de matching in zijn geval niet overeenkomstig de Regeling is geschied of anderszins tot een onhoudbaar resultaat heeft geleid.

4.4.

Het hoger beroep slaagt niet, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 januari 2017.

(getekend) B.J. van de Griend

(getekend) P.W.J. Hospel

HD