Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2017:1104

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-03-2017
Datum publicatie
21-03-2017
Zaaknummer
15/4911 WWAJ
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2015:3852, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Maatmanwisseling. Verkregen nieuwe bekwaamheden. Volgens vaste rechtspraak (ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3399) is voor een maatmanwisseling wegens verkregen nieuwe bekwaamheden vereist dat sprake is van nieuwe bekwaamheden die zijn verworven door het met succes volgen van een opleiding van enige duur en zwaarte. Het enkel verwerven van competenties is niet voldoende. Niet in geschil is dat betrokkene geen opleiding heeft gevolgd. Evenmin is sprake van een situatie die vergelijkbaar is met het volgen van een opleiding van enige zwaarte en duur. Betrokkene heeft zich door zelfstudie en praktijkproeven tot een zeer gewaardeerde medewerker opgewerkt, waarbij hij in staat is te werken met diverse computertalen. De cursussen die betrokkene had kunnen volgen voor het leren van de computertalen waarmee hij werkt zijn verschillende op elkaar doorbouwende cursussen gericht op het leren werken met het Oracle instrumentarium voor verschillende computertalen, waarvan het tijdsbeslag per cursus maximaal vijf dagen is. Ook daarmee zou betrokkene geen opleiding van enige duur of zwaarte hebben voltooid als hiervoor bedoeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15/4911 WWAJ

Datum uitspraak: 10 maart 2017

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van

4 juni 2015, 14/3897 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant)

[Betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld en rapporten van een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 5 augustus 2015 en 28 september 2016 ingediend.

Betrokkene heeft een verweerschrift, een verklaring van zijn werkgever en een rapport van een registerarbeidsdeskundige van 20 oktober 2015 ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 januari 2017. Appellant is verschenen bij gemachtigde mr. W.M.J. Evers. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door zijn vader, [naam vader] .

OVERWEGINGEN

1.1.

Betrokkene ontvangt vanaf november 2008 een Wajong-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100%. In verband met werkzaamheden als softwareontwikkelaar wordt deze uitkering vanaf november 2012 uitbetaald als ware hij

35-45% arbeidsongeschikt.

1.2.

Bij besluit van 4 maart 2014 heeft appellant de uitkering van betrokkene met ingang van 1 januari 2014 verlaagd. Omdat betrokkene meer is gaan verdienen wordt de uitkering uitbetaald naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25-35%. Over januari 2014 is

€ 103,96 teveel uitkering uitbetaald en betrokkene moet dat bedrag terugbetalen.

1.3.

Bij besluit op bezwaar van 5 mei 2014 (bestreden besluit) heeft appellant het bezwaar van betrokkene tegen het besluit van 4 maart 2014 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van betrokkene gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en appellant opgedragen een nieuw besluit op het bezwaar te nemen met inachtneming van haar uitspraak. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat op grond van wat betrokkene en zijn werkgever hebben aangevoerd voldoende grond bestaat voor de toepassing van een maatmanwisseling. Als uitgangspunt voor de maatman is de functie van leerling softwareontwikkelaar genomen. Betrokkene heeft zich door zelfstudie en zijn autodidactische vermogen heel veel programmeertalen eigen gemaakt en functioneert nu op het niveau van senior softwareontwikkelaar. Dat betrokkene geen diploma’s heeft behaald en geen sprake is van het volgen en met succes afronden van een studie maakt niet dat niet van een maatmanwisseling kan worden gesproken. De situatie van betrokkene is zodanig vergelijkbaar met het volgen van een opleiding dat er een maatmanwisseling naar de functie van senior softwareontwikkelaar dient te worden aangenomen.

3.1.

Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd, onder verwijzing naar rechtspraak van de Raad, dat voor een maatmanwisseling wegens verkregen nieuwe bekwaamheden vereist is dat de nieuwe bekwaamheden zijn verkregen door het met succes volgen van een opleiding van enige duur en zwaarte. Met verwijzing naar de rapporten van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft appellant gesteld dat de cursussen voor de programmeertalen maximaal vijf dagen beslaan; er is eerder sprake van op elkaar doorbouwende cursussen dan van verschillende programmeertalen.

3.2.

Betrokkene heeft verzocht de aangevallen uitspraak te bevestigen. Hij heeft gewezen op de verklaring van zijn werkgever, die heeft gesteld dat betrokkene zich in de praktijk heeft weten op te werken van MBO naar HBO+ niveau. Deze ontwikkeling is tot uitdrukking gebracht in het salaris van betrokkene. In de door betrokkene overgelegde verklaring van de registerarbeidsdeskundige is gesteld dat niet zozeer van belang is dat een opleiding van enige duur en zwaarte moet zijn gevolgd, maar dat het gaat om verworven competenties.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1.

Appellant heeft terecht een beroep gedaan op vaste rechtspraak van de Raad

(zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 29 april 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3399) dat voor een maatmanwisseling wegens verkregen nieuwe bekwaamheden vereist is dat sprake is van nieuwe bekwaamheden die zijn verworven door het met succes volgen van een opleiding van enige duur en zwaarte. Het enkel verwerven van competenties is niet voldoende.

4.2.

Niet in geschil is dat betrokkene geen opleiding heeft gevolgd. Met juistheid heeft appellant gesteld dat evenmin sprake is van een situatie die vergelijkbaar is met het volgen van een opleiding van enige zwaarte en duur. Betrokkene heeft zich door zelfstudie en praktijkproeven tot een zeer gewaardeerde medewerker opgewerkt, waarbij hij in staat is te werken met diverse computertalen. De cursussen die betrokkene had kunnen volgen voor het leren van de computertalen waarmee hij werkt zijn verschillende op elkaar doorbouwende cursussen gericht op het leren werken met het Oracle instrumentarium voor verschillende computertalen, waarvan het tijdsbeslag per cursus maximaal vijf dagen is. Ook daarmee zou betrokkene geen opleiding van enige duur of zwaarte hebben voltooid als hiervoor bedoeld.

4.3.

Uit de overwegingen in 4.1 en 4.2 volgt dat het hoger beroep slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Het beroep van betrokkene is ongegrond.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- vernietigt de aangevallen uitspraak;

- verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door M.C. Bruning als voorzitter en I.M.J. Hilhorst-Hagen en

A.T. de Kwaasteniet als leden, in tegenwoordigheid van N. Veenstra als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2017.

(getekend) M.C. Bruning

(getekend) N. Veenstra

GdJ