Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2017:1045

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15-03-2017
Datum publicatie
16-03-2017
Zaaknummer
16/4255 WSF
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering studiefinanciering. Appellant is terecht niet in aanmerking gebracht voor studiefinanciering, omdat hij op de dag dat het recht op studiefinanciering zou kunnen ingaan 30 jaar of ouder is. Beroep op hardheidsclausule faalt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RSV 2017/101
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16/4255 WSF

Datum uitspraak: 15 maart 2017

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 7 juni 2016, 15/2595 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (minister)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.H.M. Verstraten, advocaat, hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 februari 2017. Appellant is, met bericht, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. P.M.S. Slagter.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellant heeft op 28 mei 2015 een aanvraag gedaan om op grond van

de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) in aanmerking te komen voor studiefinanciering. Bij besluit van 29 mei 2015 heeft de minister deze aanvraag afgewezen, omdat appellant niet aan de leeftijdsvoorwaarden voldoet.

1.2.

Bij besluit van 22 juli 2015 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van appellant tegen het besluit van 29 mei 2015 ongegrond verklaard. Daaraan heeft de minister ten grondslag gelegd dat appellant niet in aanmerking komt voor toekenning van studiefinanciering, omdat hij op de dag dat het recht op studiefinanciering zou kunnen ingaan 30 jaar of ouder is.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat appellant op grond van artikel 2.3, derde lid, van de Wsf 2000 niet in aanmerking kan komen voor studiefinanciering, omdat hij de leeftijd van 30 jaar reeds heeft bereikt. Volgens de rechtbank bestaat er geen aanleiding voor toepassing van de hardheidsclausule, nu onverkorte toepassing van de wettelijke bepaling in overeenstemming is te achten met de bedoeling van de wetgever en de strekking van de wet en niet is gebleken van zodanige bijzondere persoonlijke omstandigheden van appellant op grond waarvan artikel 2.3, derde lid, van de Wsf 2000 buiten toepassing moet worden gelaten. De rechtbank heeft voorts overwogen dat de toekomstige regeling, waarbij iedere studerende tot de leeftijd van 55 jaar geld kan lenen voor het betalen van lesgeld of collegegeld, nog niet kan worden toegepast, omdat deze regeling nog niet in werking is getreden.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep op het standpunt gesteld dat hij met ingang van september 2015 voor studiefinanciering in aanmerking dient te komen. Appellant heeft aangevoerd dat hij door de invoering van het leenstelsel binnenkort in aanmerking komt voor studiefinanciering, terwijl hij op basis van de huidige selectiecriteria en vanwege zijn beperkte financiële middelen op dit moment geen opleiding kan volgen. Volgens appellant moet hij onder toepassing van de hardheidsclausule dan ook alsnog in aanmerking komen voor studiefinanciering, nu het standpunt van de minister leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

4. De Raad oordeelt als volgt.

4.1.1.

Op grond van artikel 2.3, derde lid, van de Wsf 2000 kan een studerende voor studiefinanciering in aanmerking komen tot en met de maand waarin hij de leeftijd van

30 jaren heeft bereikt.

4.1.2.

In artikel 11.5 van de Wsf 2000 (hardheidsclausule) is door de wetgever aan de minister de bevoegdheid verleend om deze wet in bepaalde gevallen buiten toepassing te laten of daarvan af te wijken voor zover toepassing, gelet op het belang dat deze wet beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

4.2.

Vaststaat dat appellant op het moment dat het recht op studiefinanciering zou kunnen ingaan de leeftijd van 34 jaar had bereikt. Dit betekent dat de minister op grond van het bepaalde in artikel 2.3, derde lid, van de Wsf 2000 verplicht was de aanvraag van appellant om studiefinanciering af te wijzen. Reeds daarom komt appellant niet voor studiefinanciering in aanmerking.

4.3.

De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat niet is gebleken van omstandigheden die zó bijzonder zijn dat zij leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard die de toepassing kunnen rechtvaardigen van de in artikel 11.5 van de Wsf 2000 neergelegde hardheidsclausule. De wetgever heeft er immers expliciet voor gekozen dat een studerende slechts in aanmerking kan komen voor studiefinanciering tot en met de maand waarin hij de leeftijd van 30 jaren heeft bereikt. Dat appellant hierdoor (financieel) wordt benadeeld, vormt geen (zeer) bijzondere omstandigheid van individuele aard waarin de minister aanleiding had behoren te vinden om onder toepassing van de hardheidsclausule

af te wijken van het systeem van de wet.

4.4.

De rechtbank heeft voorts met juistheid geoordeeld dat er voor de minister geen aanleiding bestond om appellant vervroegd in aanmerking te laten komen voor toepassing van de toekomstige regeling. Daarvoor bestaat geen bevoegdheid. Deze nieuwe regeling biedt overigens niet het recht op volledige studiefinanciering, maar enkel de mogelijkheid tot het afsluiten van een lening om het vereiste lesgeld of collegegeld te kunnen betalen.

4.5.

Wat is overwogen in 4.2 tot en met 4.4 betekent dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van M. Gayir als griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 maart 2017.

(getekend) J. Brand

(getekend) M. Gayir

KP