Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2016:855

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-03-2016
Datum publicatie
15-03-2016
Zaaknummer
14/5512 AW
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ontslag. Ongeschiktheid op grond van ziekten of gebreken. Afwijzing verzoek om herziening. Geen grond voor schadevergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14/5512 AW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

21 augustus 2014, 13/3875 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van bestuur van de Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Progresso (college van bestuur)

Datum uitspraak: 10 maart 2016

INLEIDING

Namens appellant heeft mr. N.D.Z.R. Mohamed Hoesein, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Namens het college van bestuur heeft mr. H.J. Brouwer, advocaat, een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 januari 2016. Appellant is verschenen. Het college van bestuur heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Brouwer,

J.W.M.C. den Ouden en W.F. Vlakveld.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellant was werkzaam als leraar op het [naam school] .

1.2.

Bij besluit van 9 maart 2009 heeft het college van bestuur appellant per 11 maart 2009 ontslag verleend wegens blijvende ongeschiktheid op grond van ziekten of gebreken. Bij besluit van 9 juli 2009 (bestreden besluit) is het bezwaar tegen dit besluit ongegrond verklaard.

1.3.

De rechtbank Amsterdam heeft het door appellant tegen het besluit van 9 juli 2009 ingestelde beroep bij uitspraak van 12 juli 2013 gegrond verklaard, dit besluit vernietigd en het besluit van 9 maart 2009 herroepen. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek heropend ter voorbereiding van een uitspraak over het verzoek om schadevergoeding.

1.4.

Bij uitspraak van 17 april 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1291, heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 12 juli 2013 vernietigd en het beroep tegen het besluit van

9 juli 2009 ongegrond verklaard.

1.5.

Op 30 mei 2014 heeft appellant een reactie ingediend en de rechtbank laten weten het verzoek om schadevergoeding te handhaven.

1.6.

Bij brief van 24 juni 2014 heeft het college van bestuur gereageerd op het verzoek om schadevergoeding.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Daartoe heeft de rechtbank verwezen naar de uitspraak van de Raad van 17 april 2014.

3. In hoger beroep heeft appellant zich op het standpunt gesteld dat het college van bestuur jegens hem onrechtmatig heeft gehandeld. Appellant heeft ter onderbouwing van zijn standpunt verwezen naar de uitspraak van de rechtbank van 9 juli 2009 en naar zijn op

1 oktober 2014 ingediende en op 5 november 2014 aangevulde verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 17 april 2014.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Bij de uitspraak van de Raad van 17 april 2014 is de uitspraak van de rechtbank van

12 juli 2013 vernietigd en is het beroep tegen het bestreden besluit alsnog ongegrond verklaard. Daarmee is het ontslag van appellant rechtmatig bevonden.

4.2.

Bij uitspraak van 10 maart 2016, 15/5222 AW, heeft de Raad het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 17 april 2014 afgewezen. Dat betekent dat het ontslag van appellant in stand is gebleven.

4.3.

Uit het vorenstaande volgt dat geen grond bestaat voor schadevergoeding. De rechtbank heeft het verzoek daartoe terecht afgewezen. Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van J.L. Meijer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2016.

(getekend) C.H. Bangma

(getekend) J.L. Meijer

HD