Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2016:852

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-03-2016
Datum publicatie
16-03-2016
Zaaknummer
14/718 AW
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De Raad is van oordeel dat de korpschef zich op het standpunt heeft mogen stellen dat appellante niet beschikt over de juiste grondhouding, nodig om het politieambt uit te oefenen. De korpschef was bevoegd om appellante op die grond te ontslaan. In wat appellante heeft aangevoerd ziet de Raad geen aanleiding voor het oordeel dat de korpschef bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid geen gebruik heeft kunnen maken van deze bevoegdheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
TAR 2016/88
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 10 maart 2016

14/718 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van

24 december 2013, 13/2472 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de korpschef van politie (de korpschef)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. A. M.P. Bökkerink-de Koning, advocaat, hoger beroep ingesteld.

De korpschef heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 januari 2016. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Bökkerink-de Koning. De korpschef heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. B.B.J. Strikwerda-Verbeek.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellante was werkzaam als team-assistent binnen het team [team] van de eenheid [eenheid] . Zij was onder meer belast met het opnemen van aangiftes.

1.2.

In juni 2012 zijn medewerkers van het team Mensenhandel en Prostitutie (Mepro) geïnformeerd over een advertentie op de internetsite [website] , waarin geïnteresseerden worden uitgenodigd om deel te nemen aan een zogenoemde gangbang in [naam cafe] . De advertentie was geplaatst door [naam] . Op basis van de aan de medewerkers verstrekte informatie is in juni 2012 een oriënterend onderzoek verricht door Bureau Integriteit en Veiligheid (BI&V) naar vermeende gedragingen van appellante. Appellante is in het kader van het onderzoek gehoord en heeft onder meer verklaard dat haar vriend de gangbang bij [naam cafe] heeft georganiseerd; dat zij onder het pseudoniem [naam] in de advertentie stond vermeld; dat zij stond afgebeeld op de bij de advertentie geplaatste foto’s; dat zij en haar vriend geld vroegen voor de deelname aan de gangbang om hun tijd en uitgaven te compenseren; dat haar vriend de contacten legde en contact had gehad met [naam cafe] ; dat zij geen navraag hadden gedaan voor een vergunning; dat zij de advertentie op de site en de link naar haar homepage zou verwijderen; dat zij het als een privékwestie zag en zich niet had gerealiseerd dat zij zich schuldig had gemaakt aan iets wat niet mocht.

1.3.

Naar aanleiding van het oriënterend onderzoek is aan appellante op 2 juli 2012 schriftelijk de mondelinge aanzegging bevestigd dat een disciplinair onderzoek zal plaatsvinden en dat zij tot nader order als politieambtenaar geen publiekscontacten meer mag hebben. Voor de hiervoor vrijkomende arbeidstijd worden aan appellante voor zover nodig andere werkzaamheden opgedragen. Voorts mag appellante geen uniform dragen en dient zij de dienst in gepaste burgerkleding te verrichten.

1.4.

Bij brief van 25 juli 2012 is appellante het voornemen bekend gemaakt om haar op grond van artikel 94, eerste lid, aanhef en onder g, van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp) wegens ongeschiktheid voor het ambt anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken te ontslaan. Aan dit voornemen is ten grondslag gelegd het disciplinair onderzoek van BI&V, waarvan de resultaten zijn neergelegd in een rapport van 5 juli 2012. Vooruitlopend op het ontslag is appellante met onmiddellijke ingang op grond van artikel 84, tweede lid, van het Barp buiten functie gesteld en is haar op grond van artikel 73, eerste lid, van het Barp de toegang tot de dienst ontzegd.

1.5.

Bij besluit van 4 oktober 2012, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 20 maart 2013 (bestreden besluit), heeft de korpschef overeenkomstig zijn voornemen appellante eervol ontslag verleend met toepassing van artikel 94, eerste lid, aanhef en onder g, van het Barp. Voorts heeft de korpschef bij het bestreden besluit de volledige buitenfunctiestelling en ontzegging van toegang tot de dienst gehandhaafd. Appellante is verweten dat zij zich via de website en via internetadvertenties in expliciete bewoordingen beschikbaar stelt voor het verrichten van seksuele handelingen met anderen tegen vergoeding, al dan niet met winstoogmerk. Deze advertenties gaan vergezeld van foto’s van appellante en de mededeling dat de seksuele handelingen thuis of aan huis kunnen worden verricht in doorlopende dan wel algemene zin (neem contact met ons op) en in concrete zin: georganiseerde gangbangs onder vermelding van datum, tijdstip en locatie. Appellante heeft drie keer seksuele handelingen verricht tegen vergoeding. Dit duidt op mede-exploitatie zonder bezit van vergunning. Appellante is voorts verweten dat zij deze werkzaamheden niet vooraf als nevenwerkzaamheden heeft gemeld. De werkzaamheden brengen een veiligheids- en integriteitsrisico met zich mee. Het feit dat appellante naar eigen zeggen ‘verlinkt’ is, geeft aan dat de activiteiten niet samengaan met het politieambt. Voorts ontbreekt het besef en het inzicht dat haar doen en laten in privétijd zich niet verhoudt tot het politieambt, zodat er geen aanleiding is om appellante een verbeterkans te gunnen.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank is van oordeel dat appellante er met haar handelwijze geen blijk van heeft gegeven over de mentaliteit en instelling te beschikken die van een politieambtenaar mag worden verwacht. Van privé-activiteiten die los staan van de hoedanigheid van politieambtenaar, zoals appellante stelt, is geen sprake. Van een politieambtenaar mag worden verwacht dit ook in te zien. De korpschef heeft mogen afzien van het bieden van een verbeterkans, nu de juiste grondhouding bij appellante ontbreekt mede doordat zij volhardt in de opvatting dat dit enkel een privékwestie is. Daar komt bij dat appellante te kennen heeft gegeven dat zij uitdrukkelijk wenst te voorkomen dat haar kinderen van haar handelen op de hoogte raken, wat een aanzienlijk integriteitsrisico met zich meebrengt.

3.1

In hoger beroep heeft appellante de juistheid van het oordeel van de rechtbank op de hierna te bespreken gronden bestreden.

3.2.

De korpschef heeft bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Volgens vaste rechtspraak moet ongeschiktheid - zich uitend in het ontbreken van eigenschappen, mentaliteit en/of instelling die voor het op goede wijze vervullen van de functie vereist zijn - worden aangetoond aan de hand van concrete gedragingen van de ambtenaar (uitspraak van de Raad van 20 oktober 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BU1926).

4.2.

Vast staat dat appellante zich via advertenties beschikbaar stelde voor het verrichten en/of ondergaan van seksuele handelingen thuis, aan huis of, voor zover het een gangbang betrof, op locatie in een bedrijfspand. Voor het deelnemen aan een gangbang gold een tarief van

€ 95,- per deelnemer. Per avond werden twee rondes gehouden met maximaal acht deelnemers per ronde. Voor het deelnemen aan een trio thuis of aan huis werd een tarief van

€ 150,- in rekening gebracht. Vast staat dat appellante reeds voorafgaand aan de geplande gangbang in [naam cafe] een gangbang in [gemeente] heeft georganiseerd met haar vriend.

4.3.

De korpschef heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat deze activiteiten niet verenigbaar zijn met het uitoefenen van het politieambt. Het betoog van appellante dat de activiteiten geen structureel karakter hadden, dat zij nieuw was in die wereld en dat zij de advertentie onmiddellijk na de ontdekking ervan heeft verwijderd, heeft de korpschef geen aanleiding hoeven geven tot het innemen van een ander standpunt. Appellante had reeds samen met haar vriend een gangbang in [gemeente] georganiseerd en niet aannemelijk is dat zij en haar vriend na de geplande gangbang in het bedrijfspand van [naam cafe] niet opnieuw een gangbang zouden hebben georganiseerd. Veeleer is aannemelijk dat appellante daarmee louter is gestopt als gevolg van de melding van haar activiteiten aan het team Mepro en het naar aanleiding daarvan gestarte onderzoek door BI&V. Evenmin volgt de Raad het betoog van appellante dat het ging om privé-activiteiten die haar werk niet raakten, mede omdat zij beide werelden strikt gescheiden hield. De korpschef heeft doorslaggevend belang kunnen hechten aan het plaatsen van de advertentie waarmee appellante met haar activiteiten naar buiten is getreden. Dat slechts sprake was van een uitnodiging aan gelijkgestemden waarbij een tarief is gehanteerd als selectiemiddel om te voorkomen dat niet-serieus geïnteresseerden op de gangbang zouden afkomen, is wellicht de intentie geweest van appellante, maar zij heeft daarmee miskend dat zij zich feitelijk beschikbaar stelde ‘tot het verrichten van seksuele handelingen tegen vergoeding’. De korpschef heeft de activiteiten van appellante onder verwijzing naar deze in de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Apeldoorn opgenomen omschrijving van prostitie, als zodanig kunnen aanmerken.

4.4.

De korpschef heeft zich daarbij op het standpunt mogen stellen dat appellante zich in een milieu, te weten de seksindustrie en/of de prostitutie heeft begeven waarvan algemeen bekend is dat dit milieu sterk gelieerd is aan het plegen van strafbare feiten, zoals drugsgebruik, de aanwezigheid van (vuur)wapens, mensenhandel en het gebruik van geweld. In het kader van het onderzoek zijn in het pand waar appellante en haar vriend een tweede gangbang hadden georganiseerd daadwerkelijk hard- en softdrugs en een wapen aangetroffen. Dat niet is aangetoond dat appellante daarbij betrokken was, laat onverlet dat zij had kunnen en moeten inzien dat zij zich begaf in een crimineel gevoelig milieu en dat alleen daarom al haar doen en nalaten onwenselijk en onverenigbaar is met het zijn van politieambtenaar en dat de

politieorganisatie daarmee een integriteits- en veiligheidsrisico loopt.

4.5.

De Raad is van oordeel dat genoemde gedragingen van appellante de conclusie rechtvaardigen dat het haar ontbreekt aan belangrijke eigenschappen, mentaliteit en instelling die voor de vervulling van haar functie van politieambtenaar zijn vereist en dat zij daarom ongeschikt is voor de uitoefening van die functie.

4.6.

Naar vaste rechtspraak van de Raad (uitspraak van 18 maart 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BL9739) is een ontslag wegens ongeschiktheid voor het vervullen van de functie anders dan wegens ziels- of lichaamsgebreken in het algemeen niet toelaatbaar als de ambtenaar niet op zijn functioneren of gedrag is aangesproken en in de gelegenheid is gesteld dit te verbeteren. Dit is anders in bijzonder sprekende gevallen, waarin de ambtenaar zodanig blijk heeft gegeven niet over de vereiste eigenschappen, mentaliteit en/of instelling te beschikken dat het geven van een verbeterkans niet zinvol is (uitspraak van 4 maart 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BL6906).

4.7.

Het betoog van appellante dat haar ten onrechte een verbeterkans is onthouden volgt de Raad niet. De korpschef heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat het bieden van een verbeterkans niet zinvol was omdat de als onjuist bestempelde gedragingen laten zien dat bij appellante de juiste grondhouding ontbrak. Dit blijkt enerzijds uit de ernst van de gedragingen maar eveneens uit het in ieder geval tot de zitting bij de Raad volharden van appellante in de opvatting dat haar gedragingen een privékwestie betroffen en dat van een integriteits- en veiligheidsrisico geen sprake was. Appellante ziet niet, althans heeft te laat gezien, dat haar handelwijze, bestaande uit het enerzijds naar buiten treden en het anderzijds willen handhaven van haar anonimiteit, haar kwetsbaar maakte. Het betoog van appellante dat zij niet chantabel was en dat zij haar werk altijd zou laten prevaleren boven welke dreiging ook, volstaat niet. Dat, zoals appellante ter zitting heeft betoogd, het medewerkers van het team Mepro is toegestaan in privétijd prostituees te bezoeken, wat haars inziens eveneens integriteitsrisico’s met zich meebrengt, maakt dit niet anders. De korpschef heeft in dit verband gewezen op de daartoe bestaande gedragscode die het medewerkers van Mepro, wat daar verder van zij, toestaat om prostituees te bezoeken buiten de werkregio. Appellante was het evenzeer toegestaan om parenclubs te bezoeken. De korpschef heeft voldoende gemotiveerd dat het plaatsen van een advertentie op een internetsite waarbij appellante zich aanbiedt tegen vergoeding seksuele handelingen te verrichten dan wel te ondergaan, thuis, aan huis of op locatie in een bedrijfspand van een andere en verstrekkender aard is. Appellante heeft zich onvoldoende de gevolgen en daarmee gepaard gaande integriteits- en veiligheidsrisico’s van haar handelwijze voor de politieorganisatie gerealiseerd.

4.8.

Gezien het vorenstaande is de Raad van oordeel dat de korpschef zich op het standpunt heeft mogen stellen dat appellante niet beschikt over de juiste grondhouding, nodig om het politieambt uit te oefenen. Dit brengt mee dat de korpschef bevoegd was om appellante op die grond te ontslaan. In wat appellante heeft aangevoerd ziet de Raad geen aanleiding voor het oordeel dat de korpschef bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid geen gebruik heeft kunnen maken van deze bevoegdheid.

5. Dit betekent dat het hoger beroep van appellante niet slaagt. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend als voorzitter en J.J.T. van den Corput en M.T. Boerlage als leden, in tegenwoordigheid van B. Fotchind als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2016.

(getekend) B.J. van de Griend

(getekend) B. Fotchind

HD