Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2016:850

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-03-2016
Datum publicatie
16-03-2016
Zaaknummer
14/5282 WUBO-T
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Tussenuitspraak bestuurlijke lus
Inhoudsindicatie

Tussenuitspraak. Het bestreden besluit is niet voldoende gemotiveerd. De Raad acht het aangewezen dat verweerder alsnog nader onderzoekt of het aangesloten zijn bij de beroepsvereniging Zhong, mede gezien de vergoeding door zorgverzekeraars van behandelingen door bij die vereniging aangesloten acupuncturisten, (on)voldoende waarborgen biedt om tot vergoeding over te gaan dan wel of er in het onderhavige geval een uitzondering op het beleid moet worden gemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14/5282 WUBO-T

Datum uitspraak: 10 maart 2016

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Tussenuitspraak in het geding tussen

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (verweerder)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.C.M. van Berkel, advocaat, beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 12 augustus 2014, kenmerk BZ01741511 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo).

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 januari 2016. Daar is voor appellant verschenen mr. Van Berkel. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door

A.L. van de Wiel.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellant, geboren in 1934, is in 2002 erkend als burger-oorlogsslachtoffer in de zin van de Wubo. Aanvaard is dat de status na brandwonden, psychische klachten en nekklachten in verband staan met het door hem meegemaakte oorlogsgeweld en dat deze hebben geleid tot blijvende invaliditeit. Bij besluit van 13 december 2012 is aan appellant met ingang van

1 november 2012 een vergoeding toegekend voor 52 behandelingen fysiotherapie per jaar zonder beperking in tijd.

1.2.

In januari 2014 heeft appellant verzocht om vergoeding van de kosten van acupunctuur, ter behandeling van zijn pijnklachten en beperkingen door littekens van brandwonden aan zijn arm. Verweerder heeft die aanvraag afgewezen bij besluit van 3 maart 2014 en na gemaakt bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit op de grond dat de kosten van acupunctuur alleen voor vergoeding in aanmerking komen als de behandelaar is aangesloten bij de Nederlandse Vereniging voor Acupunctuur (NVA) of de Nederlandse Artsen Acupunctuur Vereniging (NAAV). De behandelaar van appellant is niet aangesloten bij één van die twee verenigingen, maar bij Zhong, een vereniging voor traditionele Chinese geneeskunde, die door verweerder niet wordt beschouwd als een beroepsvereniging voor acupuncturisten. Om deze reden heeft verweerder volgens het bestreden besluit niet kunnen vaststellen dat de behandelaar van appellant voldoende gekwalificeerd is voor het uitoefenen van acupunctuur en geen reden gezien om een uitzondering op het huidige beleid te maken.

2. In beroep is namens appellant verwezen naar een verklaring van zijn huisarts en een verklaring van zijn acupuncturist en is vermeld dat zijn ziektekostenverzekering (I.Z.A.) deze kosten gedeeltelijk vergoedt en dat de behandeling dus blijkbaar voldoet aan de door die verzekeraar gestelde voorwaarden. In beroep is nog een verklaring van de plastisch chirurg, drs. A. van Trier, van het Rode Kruis ziekenhuis in Beverwijk overgelegd. Deze arts concludeert dat er geen plastisch chirurgische opties zijn en adviseert de acupunctuurbehandeling voort te zetten, gezien de positieve effecten daarvan. Daarnaast is appellant van mening dat het beleid, waarbij slechts een voorziening voor acupunctuur kan worden toegekend indien de acupuncturist is aangesloten bij de NVA of NAAV, niet redelijk is. Ten onrechte heeft verweerder de landelijke vereniging voor traditionele Chinese geneeskunde Zhong onvoldoende gekwalificeerd geacht en niet opgenomen in de beleidsregels. Ten slotte is volgens appellant onvoldoende (gericht) onderzoek gedaan waarom er geen reden is een uitzondering op dit beleid te maken.

3. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

3.1.

Op grond van de verklaringen van de behandelend artsen is voldoende duidelijk dat er op zich een medische indicatie is voor acupunctuurbehandelingen en dat appellant voor vergoeding van die behandelingen in aanmerking kan komen. De bij het bestreden besluit gehandhaafde weigering de voor rekening van appellant blijvende kosten van acupunctuurbehandelingen te vergoeden is uitsluitend gebaseerd op het niet ingeschreven staan van de behandelaar bij de NVA of NAAV. Dit betreft volgens beleid van verweerder specifiek bij acupunctuur geldende betalingsvoorwaarden. Verweerder heeft echter geen enkel inzicht kunnen verschaffen in de gronden waarom Zhong niet voldoet aan de eisen die aan een beroepsvereniging als deze gesteld kunnen worden. Er is slechts verwezen naar de twee in de beleidsregel opgenomen verenigingen. De Raad acht het bestreden besluit hiermee onvoldoende gemotiveerd. Dit geldt temeer nu zorgverzekeraars acupunctuurbehandelingen van bij Zhong aangesloten behandelaars wel (gedeeltelijk) vergoeden.

3.2.

Uit het voorgaande volgt dat het bestreden besluit niet voldoende is gemotiveerd. De Raad acht het aangewezen dat verweerder alsnog nader onderzoekt of het aangesloten zijn bij de beroepsvereniging Zhong, mede gezien de vergoeding door zorgverzekeraars van behandelingen door bij die vereniging aangesloten acupuncturisten, (on)voldoende waarborgen biedt om tot vergoeding over te gaan dan wel of er in het onderhavige geval een uitzondering op het beleid moet worden gemaakt. Aan verweerder zal dan ook worden opgedragen het gebrek in het bestreden besluit te herstellen, waarvoor een termijn van zes weken wordt gesteld.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep draagt verweerder op om binnen zes weken na verzending van deze uitspraak het gebrek in het bestreden besluit van 12 augustus 2014 te herstellen met inachtneming van hetgeen de Raad heeft overwogen.

Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra, in tegenwoordigheid van M.S. Boomhouwer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2016.

(getekend) A. Beuker-Tilstra

(getekend) M.S. Boomhouwer

HD