Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2016:541

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
03-02-2016
Datum publicatie
19-02-2016
Zaaknummer
14-5077 WMO-V
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Uitspraak 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Awb in verband met niet betalen griffierecht. Griffierecht alsnog betaald. In verzet gesteld samenhang met aanhangig hoger beroep. Daarvan is geen sprake.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 3 februari 2016

14/5077 WMO-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank [woonplaats] van 29 juli 2014, 14/1060 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam

Zitting heeft: T.G.M. Simons

Griffier: N. Talhaoui

Ter zitting is verschenen: mr. A.L.M. Vreeswijk, gemachtigde van appellante

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- verklaart het verzet ongegrond;

- bepaalt dat het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 122,- door de griffier van de
Centrale Raad van Beroep aan appellante wordt terugbetaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 27 mei 2015 heeft de Raad het hoger beroep van appellante tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.

Het griffierecht is op 2 juni 2015 alsnog betaald.

In verzet heeft de gemachtigde van appellante aangevoerd dat sprake is van samenhang met het hoger beroep van appellante bij de Raad ingekomen op 28 april 2015 met registratienummer 15/2836 WMO en dat daarom één keer griffierecht geheven dient te worden.

Dit betoog faalt. Op het moment van het instellen van het hoger beroep, en ook aan het einde van de termijn voor de betaling van het griffierecht, was er nog geen andere zaak bij de Raad aanhangig. Van samenhangende zaken als bedoeld in artikel 8:41, derde lid, van de Awb, is reeds om die reden geen sprake.

Het bedrag van het te laat betaalde griffierecht (€ 122,-) zal door de griffier van de Raad aan appellante worden terugbetaald.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) N. Talhaoui (getekend) T.G.M. Simons

NK