Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2016:522

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-02-2016
Datum publicatie
23-02-2016
Zaaknummer
14/4107 AOR
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Afwijzing AOR-aanvraag omdat niet is gebleken dan wel aannemelijk is gemaakt dat appellante calamiteiten in de zin van de AOR heeft meegemaakt. Geen sprake van sibling equality: er is geen sprake van het meemaken van dezelfde gebeurtenissen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14/4107 AOR

Datum uitspraak: 18 februari 2016

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak in het geding tussen

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Pensioen- en Uitkeringsraad (verweerder)

PROCESVERLOOP

In verband met een wijziging van taken, zoals neergelegd in de Wet van 17 december 2014 tot wijziging van de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen

(Stb. 2014, 583), is in deze zaak de Pensioen- en Uitkeringsraad in de plaats getreden van de Commissie Algemene Oorlogsongevallenregeling Indonesië (CAOR). Waar in deze uitspraak wordt gesproken van verweerder, wordt daaronder in voorkomend geval (mede) de

- voormalige - CAOR verstaan.

Namens appellante heeft mr. J.C.M. van Berkel, advocaat, beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 25 juni 2014, kenmerk 0002781/CAOR (bestreden besluit). Dit besluit betreft de toepassing van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR).

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 januari 2016. Namens appellante is

mr. Van Berkel verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door

A.L. van de Wiel.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellante is in 1950 geboren in het toenmalig Nederlands-Indië. In februari 2012 heeft zij verzocht om toekenningen op grond van de AOR.

1.2.

Bij besluit van 26 november 2013 heeft verweerder de aanvraag afgewezen op de grond dat niet is gebleken dan wel aannemelijk is gemaakt dat appellante calamiteiten in de zin van de AOR heeft meegemaakt. Het hiertegen gemaakte bezwaar is bij het bestreden besluit ongegrond verklaard.

2. In beroep is gesteld dat op basis van zogenoemde sibling equality moet worden aanvaard dat appellante oorlogsgeweld in de zin van de AOR heeft ondergaan. Er is een gering leeftijdsverschil tussen appellante en haar twee oudere broers, van wie is aanvaard dat zij oorlogsgeweld hebben meegemaakt. Verder is gesteld dat met de verklaring van de zuster van appellante, [naam zuster] , voldoende vaststaat dat zij mishandeld is geweest.

3. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

3.1.

Op grond van artikel 1 van de AOR - zoals aangevuld bij Ordonnantie van 5 november 1945 (Ned. Ind. Stb. 1946, 118) - wordt onder oorlogsletsel verstaan, voor zover hier van belang:

het lichamelijk, dan wel geestelijk letsel, ziekte daaronder begrepen, hetwelk aan een persoon is overkomen

- als gevolg van een actie van de vijand, van enige handeling of nalatigheid van een onderdeel of lid van de weermacht of van de burgerlijke hulpdiensten in tijd van feitelijke oorlog, dan wel van maatregelen of omstandigheden welke met de oorlogsvoering onverbrekelijk samenhangen;

- gedurende internering, krijgsgevangenschap, gedwongen tewerkstelling, of gedurende gevangenschap, vooronderzoek dan wel aanhouding, als gevolg van verdenking wegens daden, welke gericht waren tegen de bevelen van het Japanse bezettingsleger en niet vallen onder het gewone strafrecht;

- in de periode vanaf 15 augustus 1945 (tot 13 januari 1954, zoals later is bepaald) als gevolg van tegen hem gerichte actie van de bedrijvers van de ongeregeldheden, welke na de capitulatie van Japan in Nederlands-Indië zijn ontstaan, dan wel als gevolg van de maatregelen tot herstel van de orde en rust genomen.

3.2.

Het bestreden besluit steunt op de overweging dat geen bevestiging is verkregen van het door appellante meemaken van oorlogsgebeurtenissen in de zin van de AOR.

3.3.

Appellante heeft verwezen naar de erkenning in het kader van de AOR van haar broers [naam broer 1] (geboren in 1948) en [naam broer 2] (geboren in 1949). Verweerder heeft aanvaard dat deze broers een langdurige periode van bedreigingen en intimidaties hebben meegemaakt tijdens de Bersiap-periode. Uit de daaraan ten grondslag liggende nota in samenhang met de in de nota genoemde verklaringen van de broer van appellante, [naam broer 3] , en haar zuster, [naam zuster] , blijkt dat deze bedreigingen en intimidaties plaatsvonden in de periode 1949-1950 totdat het gezin verhuisde naar de [straat] , waar later appellante is geboren. Dit betekent dat de broers van appellante zijn erkend op grond van gebeurtenissen die vóór de geboorte van appellante hebben plaatsgevonden. Het beroep op sibling equality treft dan geen doel omdat geen sprake is van het meemaken van dezelfde gebeurtenissen. Verder heeft de zuster van appellante, [naam zuster] , nog gesteld dat appellante tijdens een bezoek aan de markt met de dienstbode door iemand van Indonesische afkomst is mishandeld. Zij raakte gewond aan haar gezicht en bloedde uit haar linkeroog. De zuster heeft daarbij te kennen gegeven dat zij van de mishandeling geen getuige is geweest. Anders dan namens appellante is betoogd is deze enkele, niet op eigen waarneming berustende, verklaring onvoldoende om die gebeurtenis onder de werking van de AOR te brengen. Nu ook op andere wijze geen bevestiging is verkregen dat appellante oorlogsgebeurtenissen als bedoeld in de AOR heeft meegemaakt, kan zij niet in het kader van die wet worden erkend.

3.4.

Uit het voorgaande volgt dat het bestreden besluit in rechte stand kan houden. Het beroep dient ongegrond te worden verklaard.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra, in tegenwoordigheid van A. Mansourova als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 februari 2016.

(getekend) A. Beuker-Tilstra

(getekend) A. Mansourova

HD