Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2016:5089

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
29-12-2016
Datum publicatie
06-01-2017
Zaaknummer
15/5113 AW
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzoek om bevordering op goede gronden afgewezen, aangezien appellant nog niet aan alle voorwaarden voldoet. Appellant heeft in redelijkheid tot een negatief oordeel over de verwachte geschiktheid voor de functie van senior GGP heeft kunnen komen. Er kleeft geen bevoegdheidsgebrek aan de ondertekening van het hoger beroepschrift.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15/5113 AW, 15/6456 AW

Datum uitspraak: 29 december 2016

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van

10 juni 2015, 15/716 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

de korpschef van politie (appellant)

[Betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. I.C. Holtkamp hoger beroep ingesteld.

Namens betrokkene heeft S.A.J.T. Hoogendoorn een verweerschrift ingediend.

Ter uitvoering van de aangevallen uitspraak heeft appellant op 21 september 2015 een nader besluit genomen.

Betrokkene heeft hierop zijn zienswijze gegeven.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 oktober 2016. Appellant is niet verschenen. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door Hoogendoorn.

OVERWEGINGEN

1.1.

Betrokkene was vanaf 1 oktober 2006 aangesteld in de functie [functie] ( [functie] ) van de voormalige Politieregio [politieregio] .

1.2.

Als uitwerking van het Akkoord Arbeidsvoorwaarden sector politie 2005-2007 is op

1 november 2010 de circulaire Harmonisatie arbeidsvoorwaarden politie tweede tranche (circulaire) in werking getreden (Stcrt. 2010, 19782). Een van de te harmoniseren onderwerpen is het in bijlage 6 van de circulaire opgenomen ‘Loopbaanbeleid van assistent A tot en met senior in de [functie] ’ (loopbaanbeleid). Dit loopbaanbeleid is de vastlegging van de binnen de politie gemaakte collectieve afspraken over de mogelijkheden tot doorstroming van ambtenaren binnen de [functie] naar een volgend niveau of volgende functie. Voor de doorstroming (bevordering) van generalist [functie] (schaal 7) naar senior [functie] (schaal 8) is onder meer als vereiste gesteld dat sprake is van ‘vakmanschap blijkend uit een recente beoordeling boven de norm met daarin opgenomen verwachte geschiktheid voor senior [functie] ’. Bij deze voorwaarde is als voetnoot opgenomen: “Met dien verstande dat in het voortraject een assessment deel kan uitmaken van het persoonlijk ontwikkelingsplan”. Vermeld is dat het loopbaanbeleid vanaf 1 november 2010 geldt voor alle medewerkers bij de Nederlandse Politie, dat de Raad van korpschefs i.o. zich aan de circulaire heeft geconformeerd en dat het bevoegd gezag deze circulaire dient te volgen, tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet.

1.3.

De Eenheid Amsterdam heeft aanvankelijk de bevordering naar senior [functie] om financiële redenen niet volgens de circulaire en het daarbij behorende loopbaanbeleid uitgevoerd. Op 7 februari 2013 hebben de Minister van Veiligheid en Justitie en de politiebonden in het Centraal Georganiseerd Overleg Politie (CGOP) besloten dat de Eenheid Amsterdam alle voor 1 januari 2013 ingediende aanvragen voor bevordering naar de functie senior [functie] in behandeling neemt conform de landelijke circulaire, ook als reeds een negatief besluit was genomen. Bij de beoordeling van de aanvragen wordt alle leidinggevenden gevraagd te motiveren of de betreffende collega geschikt wordt geacht voor de functie van senior [functie] . In maart 2013 heeft de CGOP-Adviescommissie Loopbaanbeleid [functie] nadere uitvoeringsafspraken gemaakt. Een van de afspraken is dat de aanvraag voor bevordering in het kader van het loopbaanbeleid uiterlijk op 31 december 2012 moet zijn ingediend. In het kader van een herstel- en inhaalactie geldt deze voorwaarde niet voor de Eenheid Amsterdam.

1.4.

Op 26 november 2013 hebben de politiechef en de ondernemingsraad van de Eenheid Amsterdam nadere afspraken vastgelegd in een beleidsdocument. Op diezelfde datum is bekendgemaakt dat tot 1 februari 2014 aanvragen kunnen worden ingediend. Omdat niet in iedere beoordeling standaard de verwachte geschiktheid is opgenomen voor de naast hogere functie, is blijkens punt 7 van het beleidsdocument het volgende overeengekomen:

“A indien een generalist aan alle criteria voldoet en een positief oordeel heeft over de verwachte geschiktheid voor senior [functie] in de relevante beoordeling dan is aan alle eisen voldaan en kan betrokkene worden bevorderd;

B indien een generalist aan alle criteria voldoet maar geen oordeel heeft over de verwachte geschiktheid voor senior [functie] in de relevante beoordeling dan mag betrokkene door middel van een assessment die verwachte geschiktheid aantonen, en;

C indien een generalist, naar aanleiding van een vraag van de Eenheidsleiding, een negatief oordeel kreeg van zijn leidinggevende over de verwachte geschiktheid voor senior [functie] dan mag betrokkene alsnog door middel van een assessment die verwachte geschiktheid aantonen. Partijen beogen daarmee te bewerkstelligen dat mogelijke ongelijkheid bij die eerdere negatieve oordelen, te niet wordt gedaan.”

1.5.

Bij brief van 29 september 2012 heeft betrokkene verzocht om bevordering naar de functie van senior [functie] . Bij besluit van 10 oktober 2012 is dat verzoek afgewezen. Betrokkene heeft geen bezwaar gemaakt.

1.6.

De leidinggevende van betrokkene heeft bij advies van 1 maart 2013 een negatief oordeel gegeven over de verwachte geschiktheid van betrokkene voor de functie van senior [functie] . Bij brief van 19 maart 2014 is aan betrokkene bericht dat zijn verzoek om in aanmerking te komen voor een bevordering naar senior [functie] nog niet kan worden gehonoreerd aangezien hij nog niet aan alle voorwaarden voldoet. Betrokkene beschikt weliswaar over een beoordeling boven de norm, maar het advies van zijn leidinggevende over de verwachte geschiktheid voor de functie van senior [functie] is niet positief. Appellant heeft betrokkene daarom in de gelegenheid gesteld om door middel van een assessment alsnog zijn verwachte geschiktheid voor de functie van senior [functie] aan te tonen.

1.7.

Bij besluit van 18 juli 2014 is het verzoek van betrokkene om bevordering naar de functie senior [functie] afgewezen. Daaraan ligt ten grondslag dat de score van het assessment van betrokkene lager was dan 5,7 en hij daardoor niet voldoet aan het gestelde criterium van de verwachte geschiktheid. Appellant heeft het bezwaar van betrokkene tegen die afwijzing bij besluit van 30 december 2014 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. Daartoe is overwogen dat de circulaire volstrekt duidelijk is over door wie en op welke wijze de verwachte geschiktheid voor de functie van senior [functie] vastgesteld dient te worden. De circulaire laat geen ruimte voor een andere invulling. Die ruimte zit niet in de verschillende beoordelingssystemen en normen per korps. Appellant was derhalve niet bevoegd om, in plaats van een beoordeling en advies van de leidinggevende, een assessment als eis voor doorstroming te stellen. Het beroep is reeds daarom gegrond.

3.1.

Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat de circulaire er vanuit gaat dat er feitelijk verschillende beoordelingssystemen zullen moeten worden gehanteerd. Ten tijde van de totstandkoming van de circulaire bestond het huidige nationale politiekorps nog uit

26 zelfstandige regio’s, zodat het ondenkbaar was dat de voormalige regiokorpsen de circulaire niet zouden mogen en kunnen uitleggen en nader invullen. Appellant is van mening dat de rechtbank ten onrechte heeft geconcludeerd dat de circulaire ten aanzien van het criterium ‘verwachte geschiktheid’ geen ruimte bood voor een nadere invulling, waarbij aan de medewerker eenzelfde maar meer geobjectiveerd oordeel over zijn/haar verwachte geschiktheid wordt gegeven, dan het - negatieve - oordeel van zijn of haar leidinggevende. Het ligt volgens appellant volstrekt niet in de rede dat de circulaire uitsluitend bedoeld heeft wel waarde aan het assessment toe te kennen indien het deel uitmaakt van het ontwikkelingsplan, terwijl dit buiten dat plan niet het geval kan zijn.

3.2.

Betrokkene heeft zich op het standpunt gesteld dat de circulaire aan appellant niet de ruimte geeft om de verwachte geschiktheid te beoordelen aan de hand van de resultaten van een assessment. De circulaire biedt alleen de ruimte om een assessment af te nemen in het persoonlijke ontwikkelplan. In dat geval wordt de betrokkene de reële mogelijkheid geboden eerst aan zijn ontwikkeling te werken en vervolgens te bezien of hij daar al dan niet in geslaagd is. Als de verwachte geschiktheid direct wordt vastgesteld op basis van een assessment heeft appellant naar de overtuiging van betrokkene voorts in strijd met het beginsel van détournement de procédure, het rechtszekerheidsbeginsel en het beginsel van fair-play gehandeld. Betrokkene is het niet eens met het niet-positieve advies van zijn leidinggevende, waartegen geen bezwaar kon worden gemaakt. Daarbij heeft betrokkene verwezen naar het interne memo van 12 januari 2015 van [naam zorginspecteur A] , zorginspecteur van betrokkene, waarin is vermeld dat zowel zij, als zorginspecteur [naam zorginspecteur B] , geen negatief oordeel hebben over het functioneren van betrokkene. [naam zorginspecteur A] heeft geadviseerd het negatieve advies van 1 maart 2013 te heroverwegen door iemand die dat op een objectieve wijze kan doen. Voorts acht betrokkene het onzorgvuldig dat het advies van 1 maart 2013 niet aan hem is overhandigd bij de brief van 19 maart 2014, maar pas op 7 november 2014. Ter zitting is betoogd dat een bevoegdheidsgebrek kleeft aan het instellen van het hoger beroep, omdat het hoger beroepschrift is ondertekend door mr. Holtkamp en bij de ondertekening niet is vermeld ‘namens de korpschef’.

3.3.

Ter uitvoering van de aangevallen uitspraak heeft appellant bij besluit van 21 september 2015 het verzoek om bevordering wederom afgewezen.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Het eerst ter zitting naar voren gebrachte betoog van betrokkene dat aan de ondertekening door mr. Holtkamp van het hoger beroepschrift een bevoegdheidsgebrek kleeft, slaagt niet. Uit de machtiging van appellant volgt dat hij aan mr. Holtkamp de bevoegdheid heeft verleend om bij de Raad als gemachtigde op te treden in beroepsprocedures over de geschillen met betrekking tot de harmonisatie politie tweede tranche en aan haar tekenbevoegdheid heeft verleend voor de processtukken dienaangaande. De ondertekening vindt volgens die machtiging plaats namens de korpschef. Dat betekent dat mr. Holtkamp bevoegdelijk namens appellant hoger beroep heeft ingesteld.

4.2.

De vraag dient te worden beantwoord of appellant in het geval van betrokkene in redelijkheid tot een negatief oordeel over de verwachte geschiktheid voor de functie van senior [functie] heeft kunnen komen.

4.3.

De Raad overweegt dat niet is gebleken dat het advies van de leidinggevende van 1 maart 2013 op onjuiste gronden berust. Weliswaar hebben betrokkene in bezwaar en [naam zorginspecteur A] in het intern memo van 12 januari 2015 gemotiveerd te kennen gegeven het oneens te zijn met de onderbouwing van dat negatieve advies, maar daaruit is niet gebleken dat het advies feitelijke onjuistheden bevat. Voorts kan niet worden gezegd dat betrokkene in zijn belangen is geschaad of dat sprake is van een zorgvuldigheidsgebrek doordat appellant het advies van de leidinggevende pas in bezwaar aan betrokkene heeft verstrekt. Dat neemt niet weg dat appellant transparanter had kunnen handelen door de brief van 19 maart 2014 eerder aan betrokkene te overhandigen.

4.4.

Anders dan de rechtbank heeft overwogen en zoals de Raad eerder heeft overwogen (uitspraak van 26 november 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:5000) is het beleid van de Eenheid Amsterdam, waarbij een assessment in de plaats wordt gesteld van een negatief advies van de leidinggevende over de geschiktheid van de betrokkene, een gunstige aanvulling op het landelijke beleid. Het assessment biedt dus een extra kans om in het kader van het loopbaanbeleid te worden bevorderd naar senior [functie] .

4.5.

Om voor bevordering van generalist [functie] naar senior [functie] in aanmerking te komen heeft appellant vastgesteld dat voor het assessment een score van 5,7 of hoger behaald moet worden. Dat betrokkene de score van ten minste 5,7 niet heeft gehaald, is tussen partijen niet in geschil. Betrokkene heeft wel betoogd dat de normscore van 5,7 op onjuiste wijze is vastgesteld. Nu het assessment een extra kans betreft, moet deze normscore als een gegeven worden beschouwd dat zich niet leent voor een toetsing als door betrokkene gewenst.

4.6.

Uit 4.2 tot en met 4.5 volgt dat appellant zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat betrokkene niet beschikt over de verwachte geschiktheid.

4.7.

Dat betekent dat het hoger beroep slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het beroep van betrokkene ongegrond verklaren. Daarmee is tevens de grondslag komen te ontvallen aan het ter uitvoering van de aangevallen uitspraak genomen besluit van 21 september 2015. De Raad zal ook dat besluit vernietigen.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- vernietigt de aangevallen uitspraak;

- verklaart het beroep tegen het besluit van 30 december 2014 ongegrond;

- vernietigt het besluit van 21 september 2015.

Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma als voorzitter, in tegenwoordigheid van

L.V. van Donk als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 december 2016.

(getekend) C.H. Bangma

(getekend) L.V. van Donk

HD