Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2016:4831

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-12-2016
Datum publicatie
19-12-2016
Zaaknummer
15/1296 WWAJ
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing laattijdige aanvraag Wajong-uitkering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15/1296 WWAJ

Datum uitspraak: 16 december 2016

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van

14 januari 2015, 13/6721 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. H.M. Mauritz, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 november 2016. Namens appellant is verschenen mr. I.J. Penning, kantoorgenoot van mr. Mauritz. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.A. Vermeijden.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellant, geboren op [geboortedatum] 1969, heeft op 22 april 2013 een (laattijdige) aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong 2010).

1.2.

Bij besluit van 11 juli 2013 heeft het Uwv de aanvraag afgewezen omdat wegens het ontbreken van medische informatie omtrent het beloop rond en sinds de 17e verjaardag van appellant niet kan worden beoordeeld of appellant is aan te merken als jonggehandicapte als bedoeld in de Wajong 2010. Het door appellant tegen dit besluit gemaakte bezwaar is ongegrond verklaard bij beslissing op bezwaar van 14 november 2013 (bestreden besluit).

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het door appellant ingestelde beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Allereerst heeft zij erop gewezen dat, nu de 17e verjaardag van appellant ligt op [geboortedatum] 1986, het arbeidsongeschiktheidscriterium van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet van toepassing is. Dit houdt in dat aan het einde van de wachttijd van 52 weken na de 17e verjaardag, te weten [datum] 1987, sprake moet zijn van 25% of meer arbeidsongeschiktheid naar de toen geldende maatstaf. Vervolgens heeft zij overwogen dat het Uwv voldoende draagkrachtig heeft gemotiveerd dat de beperkingen van appellant op zijn 17e en 18e jaar op basis van de beschikbare medische gegevens niet zijn vast te stellen, waarbij zij heeft verwezen naar de vaste rechtspraak van de Raad inzake het bewijsrisico bij een laattijdige aanvraag in het kader van de Wajong 2010. Volgens deze rechtspraak ligt de bewijslast, en dus ook het bewijsrisico, bij een laattijdige aanvraag bij de aanvrager, omdat een medisch beeld met het verstrijken van de jaren steeds moeilijker is vast te stellen. Het nadeel dat de medische situatie op zijn 17e en 18e verjaardag niet meer met zekerheid is vast te stellen, komt om die reden voor rekening en risico van appellant.

3. In hoger beroep heeft appellant de in beroep en bezwaar aangevoerde gronden herhaald. Hij heeft gesteld dat hij in zijn eerste levensjaar langdurig in het ziekenhuis heeft verbleven wegens een meningitis en encephalitis en daarbij ook een rugfractuur heeft opgelopen, waarvan hij ook op zijn 17e en 18e jaar ernstige beperkingen ondervond tot op heden. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft hij medische stukken bijgevoegd die al in het dossier bekend waren.

4.1.

De Raad komt tot de volgende overwegingen.

4.2.

Met juistheid heeft de rechtbank overwogen dat het bestreden besluit overtuigend is gemotiveerd en terecht heeft de rechtbank verwezen naar de vaste rechtspraak van de Raad betreffende de bewijslastverdeling bij een laattijdige aanvraag in het kader van de Wajong 2010. De Raad stelt zich volledig achter de overwegingen 7.2 tot en met 8 van de aangevallen uitspraak. Nu in hoger beroep geen andere argumenten noch andere bewijsstukken zijn ingediend wordt hiermee volstaan.

4.3.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.E. Bakker, in tegenwoordigheid van J.W.L. van der Loo als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 december 2016.

(getekend) R.E. Bakker

(getekend) J.W.L. van der Loo

UM