Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2016:4717

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-12-2016
Datum publicatie
13-12-2016
Zaaknummer
15/8215 AOW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening AOW-toeslag. Geen sprake van duurzaam gescheiden leven tussen appellant en zijn echtgenote.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15/8215 AOW

Datum uitspraak: 9 december 2016

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van

11 november 2015, 15/1017 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2016. Appellant is verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. Marijnissen.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellant ontving, na een daartoe strekkende aanvraag van 3 november 2012, met ingang van 19 februari 2013 een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) voor een gehuwde alsmede een (gedeeltelijke) toeslag. Op het inlichtingenformulier van

19 juni 2014 heeft appellant ingevuld dat zijn echtgenote een pensioen uit FPU van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds ontvangt. Navraag door de Svb heeft uitgewezen dat de echtgenote reeds vanaf 1 januari 2013 dit pensioen ontvangt.

1.2.

Bij besluit van 26 juni 2014 heeft de Svb het recht van appellant op een toeslag over de periode van februari 2013 tot en met juni 2014 herzien. Gelet op de hoogte van het pensioen van zijn echtgenote bestaat er over deze periode geen recht op een toeslag. Bij besluit van diezelfde datum heeft de Svb het over de periode van februari 2013 tot en met juni 2014 te veel betaalde toeslag ten bedrage van € 6.375,56 van appellant teruggevorderd.

1.3.

In bezwaar tegen de besluiten van 26 juni 2014 heeft appellant onder meer aangevoerd dat hij duurzaam gescheiden leefde van zijn echtgenote.

1.4.

Bij beslissing op bezwaar van 5 maart 2015 (bestreden besluit) is het bezwaar tegen de besluiten van 26 juni 2014 ongegrond verklaard. Daarbij is overwogen dat geen sprake is van duurzaam gescheiden leven tussen appellant en zijn echtgenote.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe is onder meer overwogen dat niet ondubbelzinnig uit de feiten en omstandigheden blijkt dat er sprake is van duurzaam gescheiden leven. Daarbij is in aanmerking genomen dat appellant in zijn AOW-aanvraag te kennen heeft gegeven gehuwd te zijn en met zijn echtgenote samen te leven. Verder blijkt uit de door appellants echtgenote overgelegde verklaring dat zij weliswaar gedurende 2012 een buitenechtelijke relatie had, maar dat die relatie begin 2013 is geëindigd. Die verklaring onderschrijft dus niet dat sprake was van duurzaam gescheiden leven in de periode in geding.

3. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat hij duurzaam gescheiden leefde van zijn echtgenote. Zij leefde in het huurdersdeel van de woning en communiceerden niet met elkaar.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Tussen partijen is uitsluitend in geschil of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat appellant in de periode van februari 2013 tot en met juni 2014 niet duurzaam gescheiden leefde van zijn echtgenote.

4.2.

Op grond van artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW, wordt als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van degene met wie hij gehuwd is. Van duurzaam gescheiden levende echtgenoten is eerst sprake indien het een door beide betrokkenen of één van hen, gewilde verbreking van de echtelijke samenleving betreft, waardoor ieder afzonderlijk zijn eigen leven leidt als ware hij niet met de ander is gehuwd en deze toestand door ten minste één van hen als bestendig is bedoeld.

4.3.

Het oordeel van de rechtbank dat geen sprake is van duurzaam gescheiden leven tussen appellant en zijn echtgenote wordt onderschreven. In dit verband wordt van belang geacht dat appellant in hoger beroep geen nieuwe informatie over zijn relatie met zijn echtgenote heeft ingebracht die tot een ander oordeel kan leiden. Het standpunt dat de echtgenote in het huurdersdeel van de woning leefde, leidt op zichzelf bezien nog niet tot het oordeel dat sprake was van duurzaam gescheiden leven.

4.4.

Uit 4.1 tot en met 4.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak bevestigd moeten worden.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door P. Vrolijk, in tegenwoordigheid van L.H.J. van Haarlem als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 december 2016.

(getekend) P. Vrolijk

(getekend) L.H.J. van Haarlem

IJ