Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2016:471

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-02-2016
Datum publicatie
15-02-2016
Zaaknummer
14-5399 WWB-PV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Mondelinge uitspraak
Inhoudsindicatie

Geen nieuwe gronden in hoger beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14/5399 WWB-PV

Datum uitspraak: 2 februari 2016

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 5 augustus 2015, 14/3592 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer (college)

Zitting hebben: Y.J. Klik

Griffier: M.S. Spek

Ter zitting is namens appellant verschenen mr. L. Kuijper, advocaat. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door M. Roodhorst.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

Bij besluit van 21 oktober 2013 heeft het college de bijstand van appellant over de periode van 11 oktober 2013 tot en met 20 oktober 2013 ingetrokken en met ingang van

21 oktober 2013 beƫindigd op de grond dat appellant zonder tegenbericht niet is verschenen op de afspraak van 21 oktober 2013.

Appellant heeft hangende het bezwaar tegen het besluit van 21 oktober 2013 de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij uitspraak van

10 december 2013 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat het college bevoegd was de bijstand van appellant met ingang van 11 oktober 2013 in te trekken. Daarbij is overwogen dat ook als met appellant wordt aangenomen dat hij smetvrees heeft, hem van het niet legen van de brievenbus en het niet openen van de post toch een verwijt kan worden gemaakt. De stelling van appellant dat hij vanwege zijn smetvrees in een sociaal isolement verkeert en daarom niet in staat is geweest om een derde zijn post uit de brievenbus te laten halen, is in het geheel niet onderbouwd en is door het college gemotiveerd weersproken. Dat appellant zijn post niet uit de brievenbus heeft gehaald en daarom op twee rechtmatigheidsgesprekken niet is verschenen, moet dan ook voor zijn rekening en risico blijven.

Bij besluit van 25 maart 2014 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van appellant ongegrond verklaard en het besluit van 21 oktober 2013 gehandhaafd.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daarbij verwezen naar de uitspraak van de voorzieningenrechter en de overwegingen van de voorzieningenrechter tot de hare gemaakt aangezien sinds die uitspraak geen aanvullende gronden meer naar voren zijn gebracht.

Wat appellant in hoger beroep ten aanzien van de intrekking van de bijstand met ingang van 11 oktober 2013 heeft aangevoerd, vormt een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan in de aangevallen uitspraak ten grondslag gelegde overwegingen en verwijst naar de overwegingen van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag van

10 december 2013, zoals hiervoor weergegeven.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) M. S. Spek (getekend) Y.J. Klik

Voor eensluidend afschrift

de griffier van de

Centrale Raad van Beroep

HD