Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2016:4528

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-11-2016
Datum publicatie
06-12-2016
Zaaknummer
15/7761 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekken en terugvorderen. Verzwegen bankrekening en transacties. Tijdsverloop datum melding en afronden onderzoek betekent niet dat recht tot intrekken en terugvorderen is verwerkt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15/7761 WWB

Datum uitspraak: 22 november 2016

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van

9 oktober 2015, 15/1728 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] (appellante) en [appellant] (appellant) te [woonplaats]

het college van burgemeester en wethouders van Stein (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellanten heeft mr. R.J. Ruiter, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 oktober 2016. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Ruiter die tevens voor appellante is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door H. Kemp en W. Pepels.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1.

Appellanten ontvingen vanaf 6 juli 1999 bijstand, laatstelijk ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB).

1.2.

Op 15 april 2011 heeft het college van het Inlichtingenbureau een melding ontvangen dat appellant een bankrekening op zijn naam had staan die bij het college niet bekend was. Het college heeft vervolgens een onderzoek ingesteld naar de rechtmatigheid van de aan appellanten verleende bijstand, waarbij de bankafschriften van voornoemde rekening bij appellanten zijn opgevraagd en een gesprek met appellante heeft plaatsgevonden. Appellante heeft verklaard dat appellant het [bedrijf X.] heeft geholpen met het kopen van auto’s. Het geld op de rekening was ten behoeve van de koop van de auto’s. De bevindingen van dat onderzoek zijn neergelegd in een rapport van 17 september 2014.

1.3.

Bij besluit van 17 september 2014, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 23 april 2015 (bestreden besluit), heeft het college de bijstand van appellanten over de periode van 1 juni 2005 tot 24 november 2011 ingetrokken en de over de periode van 1 juni 2005 tot 21 oktober 2011 gemaakte kosten van bijstand tot een bedrag van € 37.873,53 bruto en € 2.111,89 netto van appellanten teruggevorderd. Het college heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat uit de afschriften van de niet gemelde bankrekening, waarover appellant vanaf juni 2005 beschikte, is gebleken dat sprake was van een groot aantal transacties met een totale waarde van € 82.090,00 en stortingen op die rekening van in totaal € 232.450,80. Daarnaast heeft appellant op geld waardeerbare arbeid verricht door derden bij te staan bij de aankoop van auto’s. Van die werkzaamheden en van de stortingen op de rekening heeft appellant geen melding gemaakt bij het college. Appellant heeft geen boekhouding bijgehouden waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Omdat het college na het verstrekken van de bankafschriften door appellanten op de hoogte was van de door appellanten ontvangen (onbekende) middelen, heeft het college besloten niet tot terugvordering over te gaan over de periode van 21 oktober 2011 tot 24 november 2011.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard.

3. Appellanten hebben zich op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Tussen partijen is niet in geschil dat appellanten door het niet melden van de bankrekening en de daarop gedane stortingen en gedane transacties en het niet melden van de door appellant verrichte werkzaamheden de inlichtingenverplichting hebben geschonden.

4.2.

De meest verstrekkende beroepsgrond dat het college door het tijdsverloop tussen de melding van 15 april 2011 van het Inlichtingenbureau en de afronding van het onderzoek op 17 september 2014 het recht heeft verwerkt om nog (in te trekken en) terug te vorderen, slaagt niet, reeds gelet op de schending van de inlichtingenverplichting (vergelijk de uitspraak van 23 september 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3101).

4.3.

Ook de beroepsgrond dat appellanten door het grote tijdsverloop tussen de melding en de afronding van het onderzoek in hun bewijspositie zijn geschaad, treft geen doel. Het college heeft er terecht op gewezen dat appellanten bij de aanvang van het onderzoek al ruim zes jaar de inlichtingenverplichting hadden geschonden. De gestelde slechtere bewijspositie is dan ook door henzelf veroorzaakt en komt voor hun rekening en risico. Dat het onderzoek daarna traag verlopen is, wat daarvan ook zij, doet aan het voorgaande niet af.

4.4.

Het door appellanten in hoger beroep overgelegde Excel overzicht is, anders dan appellanten aanvoeren, onvoldoende om het recht op bijstand over 2006 vast te stellen. Dit overzicht is een door appellant zelf achteraf opgesteld overzicht van de herkomst van de stortingen op de bankrekening van appellant en is niet onderbouwd met objectieve en verifieerbare gegevens. Bovendien zegt het overzicht niets over de (omvang van de) op geld waardeerbare werkzaamheden. Ook uit de in bezwaar overgelegde verklaring van de “General Director” van [bedrijf X.], met een overzicht van bedragen die aan appellant zijn gestort ten behoeve van het kopen van auto’s is de omvang van de werkzaamheden van appellant in de te beoordelen periode niet op te maken.

4.5.

Uit 4.1 tot en met 4.4 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.T.H. Zimmerman, in tegenwoordigheid van L.V. van Donk als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 november 2016.

(getekend) J.T.H. Zimmerman

(getekend) L.V. van Donk

HD