Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2016:4330

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24-10-2016
Datum publicatie
17-11-2016
Zaaknummer
15/6187 AW-W2-PV
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wraking van lid van de wrakingskamer. De enkele omstandigheid dat de gewraakte rechter moet oordelen over een verzoek om wraking van een andere rechter, terwijl zij beiden deel hebben uitgemaakt van dezelfde rechtbank en laatstgenoemde rechter moet oordelen over het hoger beroep tegen een uitspraak van dezelfde rechtbank, gewezen door een rechter, die ook in de periode dat laatstgenoemde rechter daar werkzaam was, vice-president was in die rechtbank, vormt geen zwaarwegende aanwijzing voor het oordeel dat de gewraakte rechter vooringenomen of partijdig zou zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

15/6187 AW-W2-PV

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge beslissing op het verzoek om wraking gedaan door

[Verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)

Datum beslissing: 24 oktober 2016

Zitting hebben: M. Greebe, M. Hillen en E.W. Akkerman

Griffier: J.C. Borman

Ter zitting is verschenen: verzoekster

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om wraking af.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

1.1.

Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 29 juli 2015, 15/3304, in het geding tussen verzoekster en het college van burgemeester en wethouders van Katwijk. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 september 2016 door een meervoudige kamer bestaande uit mr.drs. M.T. Boerlage, mr. J.N.A. Bootsma en mr. M. Kraefft. Op 8 september 2016 heeft verzoekster verzocht om wraking van de behandelend rechters mr.drs. Boerlage en mr. Bootsma.

1.2.

Op 14 oktober 2016 is aan verzoekster meegedeeld dat het wrakingsverzoek op
24 oktober 2016 ter zitting wordt behandeld door een wrakingskamer bestaande uit
mr. M. Greebe, mr. M. Hillen en mr. G.M.G. Hink.

1.3.

Verzoekster heeft verzocht om wraking van mr. Hink.

2. Een wrakingsgrond moet zijn gelegen in feiten of omstandigheden die betrekking hebben op (de persoon van) de rechter die de zaak behandelt. Bij een beoordeling van een beroep op het ontbreken van de onpartijdigheid van de rechter dient voorts het uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing vormt voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is (zie onder meer het arrest van de Hoge Raad van 21 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM9141).

3. Verzoekster heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat mr. Hink als rechter heeft gewerkt in de rechtbank Den Haag. Omdat mr.drs. Boerlage door verzoekster om dezelfde reden is gewraakt, vreest verzoekster dat mr. Hink niet onpartijdig is bij de beoordeling van dat wrakingsverzoek.

4. De enkele omstandigheid dat mr. Hink moet oordelen over een verzoek om wraking van mr.drs. Boerlage, terwijl zij beiden deel hebben uitgemaakt van dezelfde rechtbank en
mr.drs. Boerlage moet oordelen over het hoger beroep tegen een uitspraak van dezelfde rechtbank, gewezen door een rechter, die ook in de periode dat mr.drs. Boerlage daar werkzaam was, vice-president was in die rechtbank, vormt geen zwaarwegende aanwijzing voor het oordeel dat mr. Hink vooringenomen of partijdig zou zijn.

Waarvan proces-verbaal,

De griffier De voorzitter

(getekend) J.C. Borman (getekend) M. Greebe

NW