Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2016:4199

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
03-11-2016
Datum publicatie
04-11-2016
Zaaknummer
15/4283 AW
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Proceskostenveroordeling
Inhoudsindicatie

Intrekking hoger beroep door het bestuursorgaan. Geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 3 november 2016

15/4283 AW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 8 juni 2015, 14/5208 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

de Minister van Infrastructuur en Milieu (appellant)

[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Bij brief van 3 maart 2016 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.

Namens betrokkene heeft mr. J.H. Gerritsen verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.

Appellant heeft een verweerschrift ingediend.

Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.

Appellant stelt zich op het standpunt dat er geen aanleiding is voor het toekennen van een vergoeding van proceskosten omdat er namens betrokkene geen verweerschrift is ingediend en het is ook niet aannemelijk dat er aan de zijde van betrokkene naar aanleiding van het ingestelde hoger beroep (substantiële) kosten zijn gemaakt.

De Raad volgt de standpunten van appellant niet. Bij brief van 11 september 2015 heeft

mr. Gerritsen namens betrokkene wel degelijk een verweerschrift ingediend. Het verweerschrift is op 14 september 2015 aan appellant verstuurd.

De Raad ziet aanleiding om appellant te veroordelen in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 496,- voor in hoger beroep verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 496,-.

Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend, in tegenwoordigheid van N. Khachatryan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 november 2016.

(getekend) B. J. van de Griend

(getekend) N. Khachatryan

HD