Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2016:4038

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-10-2016
Datum publicatie
01-11-2016
Zaaknummer
15/3860 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Proceskostenveroordeling
Inhoudsindicatie

Proceskostenvergoeding bij geheel tegemoetkomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Datum uitspraak: 25 oktober 2016

15/3860 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 9 april 2015, 14/6512 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] en [appellant] te [woonplaats] (appellanten)

het dagelijks bestuur van Uitvoeringsorganisatie Baanbrekers (bestuur)

PROCESVERLOOP

Namens appellanten heeft mr. R. Lessy, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Bij brief van 21 april 2016 heeft mr. Lessy namens appellanten het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het bestuur te veroordelen in de proceskosten.

Het bestuur heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Vastgesteld wordt dat het hoger beroep is ingetrokken omdat met het besluit van 1 april 2016 aan appellanten is tegemoetgekomen.

Het bestuur wordt veroordeeld in de kosten die appellanten in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs hebben moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.016,40 in beroep en € 496,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand. Daarbij wordt aangetekend dat het bestuur voor de kosten in bezwaar al een vergoeding had toegekend.

Voor vergoeding van het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht kunnen appellanten zich rechtstreeks tot het bestuur wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het bestuur in de kosten van appellanten tot een bedrag van € 1.512,40.

Deze uitspraak is gedaan door W.F. Claessens, in tegenwoordigheid van N. Khachatryan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 oktober 2016.

(getekend) W.F. Claessens

(getekend) N. Khachatryan

IJ