Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2016:3998

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-10-2016
Datum publicatie
25-10-2016
Zaaknummer
15/8421 AW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toekenning van en overgang naar LFNP-functie. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat de matching niet overeenkomstig de Regeling overgang naar een LFNP functie is geschied of dat het resultaat van de matching anderszins onhoudbaar is te achten. Geen aanleiding hardheidsclausule van toepassing te achten. Beroep op gelijkheidsbeginsel slaagt niet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

15/8421 AW

Datum uitspraak: 20 oktober 2016

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van

16 december 2015, 14/5638 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de korpschef van politie (korpschef)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.P.L.C. Dijkgraaf, advocaat, hoger beroep ingesteld.

De korpschef heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 september 2016. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Dijkgraaf. De korpschef heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. M.H. Horst, advocaat.

OVERWEGINGEN

1. Voor het kader en de van toepassing zijnde regelgeving verwijst de Raad naar zijn uitspraken van 1 juni 2015 (ECLI:NL:CRVB:2015:1550 en ECLI:NL:CRVB:2015:1663).

1.2.

Appellant was tot de invoering van het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP) aangesteld in de functie van [functie A], salarisschaal 9, bij de voormalige politieregio [regio A].

1.3.

De uitgangspositie van appellant voor de omzetting naar het LFNP is vastgesteld op de functie van [functie A], met als taakaccenten evenementen, voetbalcoördinator,

AC en DGBO. Appellant heeft tegen de vaststelling van zijn uitgangspositie geen rechtsmiddelen aangewend.

1.4.

Na het voornemen daartoe bekend te hebben gemaakt en nadat appellant zijn zienswijze hierover kenbaar had gemaakt, heeft de korpschef op 16 december 2013 ten aanzien van appellant besloten tot toekenning van en overgang naar de LFNP-functie van Operationeel Expert Gebiedsgebonden Politie (GGP), met als vakgebied GGP en als werkterrein Doelgroepen (policing of communities), gewaardeerd in salarisschaal 9.

1.5.

Bij besluit van 23 juli 2014 (bestreden besluit) heeft de korpschef het bezwaar tegen het besluit van 16 december 2013 ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

In de onder 1.1 genoemde uitspraken van 1 juni 2015 heeft de Raad geconcludeerd dat de korpschef bij besluiten over de toekenning van en overgang naar een LFNP-functie ervan mag uitgaan dat toepassing van de voor het matchingsproces geldende regels tot de in de tabel vermelde uitkomst leidt. Hij mag in beginsel volstaan met een verwijzing naar de transponeringstabel. Het is aan de betrokken politieambtenaar om aannemelijk te maken dat de matching niet overeenkomstig de Regeling overgang naar een LFNP functie (Regeling) is geschied of dat het resultaat van de matching anderszins onhoudbaar is te achten.
4.2.1. Appellant heeft betoogd dat de matching in zijn geval anderszins onhoudbaar is te achten. Hiertoe heeft hij allereerst aangevoerd dat de regels tijdens het spel zijn veranderd, nu het gedurende de tijd dat hij om functieonderhoud kon vragen nog de bedoeling was op inhoud van de functie te matchen, terwijl pas later is besloten ook de salarisschaal bij de matching te betrekken. Verder heeft appellant aangevoerd dat zijn functie nooit goed is beschreven en dat hij een unieke functie in Nederland had: geen van zijn collega’s in het land had zo’n breed takenpakket als hij. Appellant heeft in dit verband ook gewezen op de toelage die hij ontving en meent dat de korpschef ook hiermee bij de matching rekening had moeten houden. Volgens appellant had hem bij de matching de functie van Operationeel Specialist C, gewaardeerd in salarisschaal 11, moeten worden toegekend.

4.2.2.

Dit betoog slaagt niet. Zoals ook in de uitspraken van 1 juni 2015 is overwogen, is uitgangspunt bij de matching steeds de formele functiebeschrijving geweest. Dat later is besloten om bij de vaststelling van de meest vergelijkbare functie binnen het gekozen vakgebied de salarisschaal bepalend te achten, doet aan dit uitgangspunt niet af en kan niet tot de conclusie leiden dat appellant hiermee op het verkeerde been is gezet. Zeker nu appellant van mening is dat zijn functie nooit goed is beschreven, had het op zijn weg gelegen om in het kader van het LFNP functieonderhoud aan te vragen. Een geslaagd beroep op functieonderhoud zou immers hebben geleid tot een nieuwe functiewaardering en daarmee mogelijkerwijs tot een hogere functieschaal en andere uitgangspositie. Nu appellant geen functieonderhoud heeft aangevraagd, dient dit voor zijn rekening en risico te blijven en is de matching terecht geschied op basis van de in 1.3 genoemde uitgangspositie. Dat appellant voor zijn werkzaamheden een toelage ontving, leidt niet tot een ander oordeel. Overigens wordt hierbij nog opgemerkt dat, zoals ook is vermeld in de toelichting op artikel 8 van de Regeling, geen enkele ambtenaar er door de invoering van het LFNP in salaris op achteruit gaat.

4.3.

Voor toepassing van de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Regeling, is, anders dan appellant wenst, evenmin plaats. De hardheidsclausule is niet bedoeld om alsnog rekening te houden met werkzaamheden waarvoor functieonderhoud gevraagd had kunnen worden en ook niet om alsnog de uitgangspositie te corrigeren.

4.4.

Ook het beroep van appellant op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet. Appellant heeft immers niet aannemelijk gemaakt dat aan anderen met dezelfde uitgangspositie een LFNP-functie met een hogere schaal is toegekend.

4.5.

Uit 4.1 tot en met 4.4 volgt dat het hoger beroep van appellant niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door E.J.M. Heijs, in tegenwoordigheid van J.L. Meijer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 oktober 2016.

(getekend) E.J.M. Heijs

(getekend) J.L. Meijer

HD