Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2016:3956

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-10-2016
Datum publicatie
20-10-2016
Zaaknummer
15/3839 WIA
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2015:2464, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het Uwv heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SZR-Updates.nl 2016-1062

Uitspraak

15/3839 WIA

Datum uitspraak: 19 oktober 2016

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 8 april 2015, 14/6928 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. Z. Yeral, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 september 2016. Partijen zijn, met bericht, niet verschenen.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellant is werkzaam geweest als machine-operator. Op 31 mei 2012 is hij wegens psychische klachten uitgevallen voor dit werk.

1.2.

Bij besluit van 1 mei 2014 heeft het Uwv vastgesteld dat voor appellant geen recht op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) is ontstaan, omdat zijn mate van arbeidsongeschiktheid met ingang van 29 mei 2014 minder dan 35% was.

1.3.

Op 29 juni 2014 heeft appellant bezwaar gemaakt tegen het besluit van 1 mei 2014. Bij besluit van 7 oktober 2014 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Dit besluit is mede gebaseerd op een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 19 augustus 2014.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Niet valt in te zien dat appellant niet in staat zou zijn geweest om, eventueel met behulp van een derde, tijdig bezwaar te maken. Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat appellant ter verklaring van de termijnoverschrijding heeft aangevoerd dat hij wegens medische redenen het bezwaarschrift niet tijdig heeft ingediend. De door appellant overgelegde medische informatie is voorgelegd aan de verzekeringsarts bezwaar en beroep, die heeft geconcludeerd dat appellant in staat is geweest tijdig bezwaar in te (laten) stellen nu de psychische aandoening niet zodanig was dat appellant niet in staat is geweest zelf dan wel door derden tijdig bezwaar te (laten) maken. Uit de door appellant overgelegde verklaring van de huisarts van 3 juli 2014 blijkt niet dat appellant gedurende de gehele bezwaartermijn niet in staat was om zijn belangen naar behoren te (laten) behartigen. Verder heeft de rechtbank overwogen dat het betoog inzake de onbekendheid met de wettelijke termijnen niet opgaat, nu appellant in het WIA-besluit is gewezen op de mogelijkheid om vóór 13 juni 2014 een bezwaarschrift in te dienen en bovendien uit het dossier blijkt dat appellant eerder, tegen een besluit op grond van de Ziektewet, bezwaar heeft gemaakt. Dat appellant vergeten is om tijdig bezwaar te maken komt voor zijn rekening en risico. Voorts heeft de rechtbank overwogen dat van strijdigheid met het

zorgvuldigheidsbeginsel geen sprake is, nu de verzekeringsarts bezwaar en beroep de overgelegde medische informatie heeft meegenomen in de besluitvorming.

3.1.

Appellant heeft in hoger beroep op gelijke gronden als in bezwaar en beroep, het standpunt gehandhaafd dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding wegens enerzijds psychische problematiek en anderzijds onbekendheid met de wettelijke (bezwaar)termijnen.

3.2.

Het Uwv heeft verzocht om bevestiging van de aangevallen uitspraak.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift te laat is ingediend. Aan de orde is uitsluitend de vraag of de termijnoverschrijding verschoonbaar is.

4.2.

Het hoger beroepschrift is een herhaling van wat in bezwaar en in beroep is aangevoerd en bevat geen nieuwe argumenten. Evenmin zijn (nieuwe) medische gegevens overgelegd. Gelet hierop bestaat geen aanleiding om anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan. De overwegingen van de rechtbank zoals weergegeven onder 2 worden volledig onderschreven.

5. Gelet op wat onder 4.2 is overwogen bestaat er geen aanleiding de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten en dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door E. Dijt, in tegenwoordigheid van N. van Rooijen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 oktober 2016.

(getekend) E. Dijt

(getekend) N. van Rooijen

UM