Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2016:3856

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12-10-2016
Datum publicatie
19-10-2016
Zaaknummer
16/1158 ZW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen schadevergoeding. Omdat het in deze procedure bestreden besluit niet het beweerdelijk schadeveroorzakende besluit is, kan appellante met deze procedure hoe dan ook niet bereiken dat de door haar gestelde schade wordt vergoed. Appellante heeft daarom geen (proces)belang bij een beoordeling in hoger beroep van de aangevallen uitspraak. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SZR-Updates.nl 2016-1038

Uitspraak

16/1158 ZW

Datum uitspraak: 12 oktober 2016

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van
1 februari 2016, 15/2686 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [vestigingsplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

[Werkneemster] wonende te [woonplaats] (werkneemster)

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 september 2016. Appellante heeft zich laten vertegenwoordigen door haar directeur [naam directeur]. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door M.J.H. Maas. Werkneemster was aanwezig.

De Raad heeft ter zitting, tevergeefs, getracht een schikking tot stand te brengen.

OVERWEGINGEN

1.1.

Bij beslissing op bezwaar van 22 juli 2015 (bestreden besluit) heeft het Uwv vastgesteld dat werkneemster met ingang van 19 april 2015 geen recht meer heeft op een uitkering op grond van de Ziektewet omdat zij meer dan 104 weken ziek is geweest. Appellante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

1.2.

Bij besluit van 22 oktober 2015 heeft het Uwv de uitkering van werkneemster op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) met ingang van 19 april 2015 opnieuw vastgesteld, en wel naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Tegen dat besluit is geen bezwaar gemaakt.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. De Raad ziet zich allereerst, ambtshalve, gesteld voor de vraag naar het (proces)belang van appellante en daarmee voor de vraag of appellante een (materieel) belang heeft bij een beoordeling in hoger beroep van de aangevallen uitspraak.

3.1.

Ter zitting heeft appellante verklaard dat zij het bestreden besluit als zodanig niet onrechtmatig acht. Waar het appellante om gaat is dat het Uwv heeft nagelaten tijdig, dat wil zeggen voor het einde van de termijn van 104 weken, een besluit te nemen over de aanpassing (verhoging) van de WIA-uitkering van werkneemster. Omdat dat besluit uitbleef, heeft appellante in afwachting daarvan werkneemster ook na 18 april 2015 in dienst gehouden, haar loon doorbetaald en re-integratie-inspanningen verricht. Appellante verlangt van het Uwv schadevergoeding, onder meer bestaande uit loonschade (het verschil tussen het door haar aan werkneemster over de periode van 19 april 2015 tot 22 oktober 2015 doorbetaalde loon en de aan werkneemster over die periode toegekende WIA-uitkering), kosten van

re-integratie-advies, kosten van financieel advies en kosten van rechtsbijstand.

3.2.

De rechtmatigheid van het bestreden besluit wordt door appellante niet betwist. Omdat het in deze procedure bestreden besluit niet het beweerdelijk schadeveroorzakende besluit is, kan appellante met deze procedure hoe dan ook niet bereiken dat de door haar gestelde schade wordt vergoed. Appellante heeft daarom geen (proces)belang bij een beoordeling in hoger beroep van de aangevallen uitspraak. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

3.3.

Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van R.I. Troelstra als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 oktober 2016.

(getekend) T.G.M. Simons

(getekend) R.I. Troelstra

SS