Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2016:3824

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-10-2016
Datum publicatie
14-10-2016
Zaaknummer
15/680 MPW
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet iedere toename van klachten maakt dat toepasselijke WPC-code niet meer toepasbaar is. De WPC-schaal geldt als richtlijn bij de vaststelling mate van invaliditeit. Het enkele noemen van verergering door orthopedisch chirurg in 2013 geen reden uitkomst herbeoordeling 2011 in twijfel te trekken. Partijen zijn het eens dat code 0238 niet alleen niet van toepassing is, maar ook dat invaliditeitspercentage daarvan de mate van invaliditeit ten tijde van belang, te boven gaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

15/680 MPW

Datum uitspraak: 13 oktober 2016

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 18 december 2014, 14/2309 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Minister van Defensie (minister)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. W.B. Knook hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 september 2016. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Knook. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. W.R.C. Adang.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellant, destijds dienstplichtig militair, heeft op 12 maart 1976 tijdens een sportles een blessure aan de linkerknie opgelopen. Deze gebeurtenis is als dienstongeval aangemerkt. Per 13 mei 2005 is de mate van invaliditeit met dienstverband vastgesteld op 20%. Een herbeoordeling in 2010 heeft geen verandering in dit percentage gebracht.

1.2.

In juli 2011 heeft appellant verzocht om verhoging van zijn militair invaliditeitspensioen. Er heeft opnieuw een medische herbeoordeling plaatsgevonden, met als uitkomst handhaving van het eerder vastgestelde invaliditeitspercentage van 20. Bij besluit van 31 oktober 2011 is het verzoek van appellant vervolgens afgewezen. Dit besluit is na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 10 februari 2014 (bestreden besluit).

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

2.1.

Appellant is van mening dat in plaats van het door de minister gehandhaafde invaliditeitspercentage van 20, een percentage van 25 op zijn plaats zou zijn geweest.

3. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

3.1.

De handhaving van het eerder vastgestelde invaliditeitspercentage van 20 berust op het vergelijkenderwijs toepassen van WPC-code 0243 (recidiverende chronische hydrops genu). De minister heeft toegelicht dat de bewuste aandoening een uiting kan zijn van artrose en dat deze daarom vergelijkenderwijs van toepassing kan worden geacht op de gewrichtsslijtage waarmee appellant te maken heeft.

3.2.

Appellant heeft daar tegenovergesteld dat zijn orthopedisch chirurg op 8 mei 2013 desgevraagd heeft laten weten dat sprake is van een toename van de beperking van de linkerknie ten opzichte van 2010. Nog los van het gegeven dat deze informatie dateert van bijna twee jaar na de datum van indiening van het verzoek van appellant, welke laatstgenoemde datum hier als peildatum heeft te gelden, vertaalt, zoals namens de minister is toegelicht, niet iedere toename van klachten zich in het niet langer toepasbaar zijn van de aan de betrokken aandoening gekoppelde WPC-code. Daarbij wordt opgemerkt dat de

WPC-schaal krachtens artikel 13, eerste lid, van het Besluit procedure geneeskundig onderzoek blijvende dienstongeschiktheid en pensioenkeuring militairen, bij de vaststelling van de mate van invaliditeit als richtlijn heeft te gelden. De Raad ziet in het enkele noemen van een verergering door de orthopedisch chirurg in 2013 al met al geen reden de uitkomst in twijfel te trekken van de herbeoordeling die naar aanleiding van het verzoek van appellant in 2011 is verricht.

3.3.

Appellant heeft nog aangevoerd dat WPC-code 0238 (ankylose in gunstige stand) hem passender lijkt dan de toegepaste code 0243. Weliswaar is van een volledige onbeweeglijkheid van de knie geen sprake, maar dit zou, zo meent appellant, kunnen worden ondervangen door het bij code 0238 behorende invaliditeitspercentage van 30 te verlagen naar het door hem voorgestane percentage van 25. De Raad ziet ook in dit betoog geen reden de uitkomst van de verrichte herbeoordeling in twijfel te trekken. Partijen zijn het er immers over eens dat code 0238 niet alleen niet van toepassing is, maar dat aan die code bovendien een invaliditeitspercentage is gekoppeld dat de mate van invaliditeit waarvan in het geval van appellant ten tijde van belang sprake was, te boven gaat. Ook in zoverre valt dan ook niet in te zien dat het vergelijkenderwijs toepassen van code 0243 geen stand zou kunnen houden.

3.4.

Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend als voorzitter en M.T. Boerlage en

C.P.J. Goorden als leden, in tegenwoordigheid van S.W. Munneke als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 oktober 2016.

(getekend) B.J. van de Griend

(getekend) S.W. Munneke

HD