Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2016:3669

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-10-2016
Datum publicatie
10-10-2016
Zaaknummer
14/5030 WWB
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2014:6196, Overig
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ingetrokken hoger beroep. Veroordeling in proceskosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Datum uitspraak: 4 oktober 2016

14/5030 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam van 25 juli 2014, 14/4031 en 14/4573 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.M. van Daalhuizen, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Bij brief van 9 januari 2016 heeft mr. Van Daalhuizen namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.

Het college heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

De Raad stelt vast dat mr. Van Daalhuizen het hoger beroep heeft ingetrokken naar aanleiding van het besluit van 31 december 2014 waarbij aan appellant tegemoet is gekomen.

Het college wordt veroordeeld in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 496,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het college in de kosten van appellant tot een bedrag van € 496,-.

Deze uitspraak is gedaan door W.F. Claessens, in tegenwoordigheid van N. Khachatryan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 oktober 2016.

(getekend) W.F. Claessens

(getekend) N. Khachatryan

HD